Van Vondel had 'een fantastische tijd bij de politie'

HAARLEM, 2 NOV. Wie Joost van Vondel thuis bezoekt, krijgt niet het idee dat hij dankzij een clandestiene inkomstenbron boven zijn stand leeft. Hoewel vanmorgen bleek dat hij in zijn werk bij de Criminele Inlichtingendienst (CID) in Haarlem verstrikt is geraakt in een web van criminele contacten, bewoont Van Vondel een bescheiden rijtjeshuis in een grijze Haarlemse arbeidersbuurt. De woning is in ieder geval te klein om alle 'surrealistische' schilderijen te bergen die zijn echtgenote de afgelopen jaren heeft vervaardigd. De woonkamer hangt vol met een tiental zelfportretten.

Vandaag werd in de parlementaire enquête onthuld dat Van Vondel te hechte contacten in het criminele milieu onderhoudt om nog langer het stempel betrouwbaar te kunnen dragen. Met een Belgische limonadeproducent probeerde hij recentelijk heimelijk afspraken te maken om te voorkomen dat zicht zou ontstaan op de ware aard van de contacten die hij met de fabrikant onderhield over de import van drugs. Van Vondel wilde een cover up in elkaar zetten. “Jij moet Europa verlaten”, zei hij tegen de Belg in een door de rijksrecherche op band vastgelegd gesprek. “Anders krijg je oproepen bij de rijksrecherche en de commissie-Van Traa. Dit mag nooit bekend worden.”

De Belg, die in 1990 werd gehoord door de politie in Haarlem na een vangst van bijna 3.000 kilo cocaïne (een Europees record), is eigenaar van zowel een limonadefirma in Vlaanderen als een aanvoerbedrijf van vruchtesap in Equador - een ideale combinatie om drugsimporten te maskeren. De Vlaming werkte jarenlang samen met Van Vondel en zijn CID-chef K. Langendoen. Beiden hadden ook innige privébanden met de Belg: Langendoen verzorgde zijn zus een baan bij de Belg, Van Vondel ging met hem in 1992 op vakantie in Marokko.

Van Vondel en Langendoen vormen het 'koningkoppel' waarmee de Haarlemse CID de afgelopen jaren school probeerde te maken in de strijd tegen de misdaad. Samen met Langendoen klaarde hij in enkele jaren circa dertig drugscontainers in als methode om de criminele handel in kaart te brengen. Het koppel hielp daarbij onder meer het IRT Noord-Holland/ Utrecht in diens streven een van de zwaarste misdaadbendes van Nederland op te rollen en liet voor dat team circa 45.000 kilo soft drugs in het milieu verdwijnen.

Nog voordat het IRT op 7 december 1993 ontplofte, dacht Van Vondel na over een nieuwe invulling van zijn leven. Op 25 november 1993 stapte hij binnen bij de Kamer van Koophandel in Haarlem om te melden dat hij van plan was een particulier detectivebureau te beginnen. Bij de Amsterdamse politie en justitie bestond toen al ontsteltenis over het politiewerk van Van Vondel: het bekendworden van zijn werkmethode van het doorlaten van drugs leidde ertoe dat het IRT met een harde klap werd ontbonden.

Van Vondel had naar eigen zeggen 21 jaar lang “een fantastische tijd bij de politie gehad”. In zijn eerste verhoor bij Van Traa op 9 oktober verklaarde hij zijn vertrek bij de politie als volgt: “Op een gegeven moment kom je echter op een grens in je leven. Ik ben 40 jaar en een mens heeft altijd plannen in zijn hoofd. Van geboorte kom ik uit het bedrijfsleven. Ik ben een boerenzoon uit Friesland. Gaande de jaren denk je wel eens: ik wil ook wel eens zelfstandig.”

Maart vorig jaar beschikte Van Vondel op zijn rekening bij de ABN AMRO-bank in Haarlem over een startkapitaal van 40.000 gulden. Daarmee vestigde hij een maand later in Hoofddorp zijn recherchebureau Raab BV. Uit 'dossier 84791' van de Kamer van Koophandel blijkt dat Raab BV op een industrieterrein in Hoofddorp kantoor houdt. Maar op het adres waar Van Vondels bedrijf zich zou moeten bevinden, was dit voorjaar Raab BV niet te vinden. Het bleek een spookfirma. En er was nog een coïncidentie: bij zijn aanvraag voor een vergunning als particulier rechercheur op het ministerie van justitie had Van Vondel bedongen dat zijn bedrijf nooit op een openbare lijst van detectiveburaus mocht terechtkomen, zo bleek uit een vertrouwelijke lijst die het departement van alle vergunningaanvragen vaststelde.

Vervolgens kwamen steeds meer feiten boven tafel die onthulden dat Van Vondel er branche-vreemde activiteiten op nahield. Want hoewel hij inmiddels kleine zelfstandige was, verrichte hij nog steeds hand- en spandiensten voor zijn voormalige maatjes - zowel bij de politie als in het criminele milieu. Het kwam in eerste instantie naar buiten in de zogenoemde 'Operatie-Bever', waarbij de Rotterdamse politie en justitie met hulp van een informant van de CID Haarlem partijen drugs op de markt liet verdwijnen om een grote Rotterdamse crimineel te kunnen pakken. Dat mislukte. Net als in het IRT-onderzoek werd de operatie gestaakt met als resultaat dat de boeven niet werden gepakt en de informant miljoenenwinsten boekte dankzij de drugsimporten die de politie doorliet. In de operatie-Bever bleek Van Vondel nog als 'runner' van de informant op te treden, waarmee hij zich op voor hem als 'particulier' verboden terrein begaf. Het was “liefdewerk oud papier”, vergoelijkte hij eerder tegen Van Traa. Hij ontving er geen cent voor en voelde zich “emotioneel verplicht in verband met het verleden”.

Maar de hoeveelheid aanwijzingen groeit dat Van Vondel te zeer vervlochten is geraakt met het criminele milieu. Hij 'runde' tientallen informanten - die hij betitelde als “kanjers” - en deed dat vaak alleen, hoewel de CID-regels voorschrijven dat runners altijd in duo moeten werken. Uit zijn eerste verhoor bleek dat hij een handel in dekladingen opzette. Hij kon “op afroep” beschikken over crimineel geld om communicatie-apparatuur en transportmiddelen voor de politie aan te schaffen. Hij richtte “twee fakebedrijven” op en betaalde die met criminele gelden. Jaarlijks ging er gemiddeld drie ton misdaadgeld door zijn handen. “Als er geld nodig was, werd dat gemeld. Dan kwam het geld op tafel en betaalde ik de kosten”, zei Van Vondel in zijn eerste verhoor.

Vanmiddag echter bleek dat de Belgische limonadefabrikant hem vele malen grote sommen geld betaalde. Van Vondel ontkende dit. De commissie-Van Traa vroeg hem of er een verband was met het staken van de IRT-methode. Van Vondel bevestigde dat het bedrijf van de Belg op dat moment in financiële problemen verkeerde. Hij kreeg via de CID een bankgarantie van vier ton.

De Belg heeft ook inmiddels met Van Traa gesproken en volledige openheid van zaken gegeven. Langendoen en Van Vondel bleven vandaag echter weigeren details over de operaties te geven omdat de Belg of andere informanten anders door criminelen zouden worden vermoord. Langendoen verklaarde wel vanochtend dat door zijn CID de afgelopen jaren 32 drugscontainers zijn ingevoerd. Het zogeheten Fort-team van de rijksrecherche, dat uit twee advocaten-generaal en dertig agenten bestaat, heeft naar verluidt nog maanden nodig om de exacte toedracht van de drugsimporten van de Haarlemse politie in beeld te krijgen.