Van der Ploeg (PvdA) over markt en overheid; 'Ik zie mezelf als een liberal met één a'

DEN HAAG, 2 NOV. De Partij van de Arbeid is op zoek naar nieuwe instrumenten voor een sociaal democratische politiek. Een politiek die naadloos aansluit bij deze tijd van globalisering, liberalisering van markten en razendsnelle technologische ontwikkeling. De nieuwe politiek moet de PvdA klaarstomen voor 1998, wanneer de volgende reguliere parlementsverkiezingen plaatsvinden.

Aanstaande zaterdag vindt in Amsterdam een 'congresconferentie' plaats, ter voorbereiding van een partijcongres volgend jaar. Ter discussie staan drie partijrapporten: 'De PvdA en de stad', 'De sociale staat van Nederland' en 'De wonderbaarlijke terugkeer van de solidariteit'. Laatstgenoemd rapport is van de hand van de directeur van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, Paul Kalma. Kalma verzet zich tegen de marktideologie, de sluipende liberalisering van het beleid, rigoureuze bezuinigingen en het primaat van Financiën. Hij breekt een lans voor de sterk ontwikkelde verzorgingsstaat oude stijl en lijkt daarmee een stap terug in de tijd te doen.

Dat is althans het verwijt dat onder andere prof.dr. Rick van der Ploeg, de financieel woordvoerder van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, hem maakt. Van der Ploeg heeft zich vorige week met een polemiserend artikel in de Volkskrant opgeworpen als de tegenpool van Kalma. Rond Kalma en Van der Ploeg hebben zich inmiddels twee scholen gevormd. Kalma heeft de steun van een groot deel van de achterban en van Tweede Kamerleden als Sharon Dijksma en Bert Middel. Van der Ploeg weet zich gesteund door onder meer Felix Rottenberg, de partijvoorzitter. Partijcoryfeeën als Kok, Melkert en Wallage hebben zich kritisch over de pennevruchten van Kalma uitgelaten, maar zich nog niet intensief met het debat bemoeid. Van der Ploeg wel. Hij is een ware kruistocht tegen Kalma begonnen en zet zich en passant ook af tegen de conservatieve vleugel binnen de VVD. “Ik beschouw mezelf als een liberal met één a”, zegt hij. “En dat is wat anders dan de meeste VVD'ers, die zich liberaal noemen, maar in wezen uiterst conservatief zijn.” Voor een deel van de PvdA, waaronder Kalma en zijn fans, reserveert hij dat laatste predikaat ook. “Kalma houdt een ouderwets verhaal. Hij heeft het over markt- en globaliseringsideologie. Alsof het om zaken gaat die we kunnen tegenhouden. Dat is niet zo.”

Inhoudelijk laat Van der Ploeg zich - in tegenstelling tot het grootste deel van de PvdA - niet inspireren door Jan Tinbergen en zijn ideaal van inkomensgelijkheid, maar door de Amerikaanse hoogleraar van Indiase afkomst Amartya Sen. Toevallig houdt deze vermaarde linkse econoom en filosoof vanavond een lezing bij het Nexus Instituut (Katholieke Universiteit Brabant). “Iedereen is volgens Sen voor gelijkheid”, zegt Van der Ploeg, die zelf een veelbelovend internationaal econoom was voordat hij de politiek inging. “De vraag is: Gelijkheid van wat? Van inkomen, vermogen, economisch nut of kansen? Dat zijn vormen van gelijkheid die vaak op gespannen voet met elkaar staan. Een ambitieus milieubeleid kan de lage inkomens geld kosten en daarom ten koste gaan van de gelijkheid van inkomen, terwijl het de gelijkheid van kansen voor huidige en toekomstige generaties bevordert. Ik ben onder invloed van Sen een anti-Tinbergiaan geworden. Tinbergen was voor een belasting op intelligentie. Het inkomen moest herverdeeld worden van degenen die toch al bevoordeeld waren door goede afkomst en scholing naar degenen die dat niet hadden. Sen is voorstander van een revisie van dit gelijkheidsideaal”.

Sen stelt dat iedereen - zowel de dochter van de fabrieksdirecteur als die van de immigrant - dezelfde toegang tot het onderwijs moet hebben. Dat leidt tot meer hoogopgeleiden, waarna het marktmechanisme op de arbeidsmarkt ervoor zorgt dat de inkomens van al die hoogopgeleiden worden gedrukt. Aan de andere kant leidt een tekort aan vaklieden, metselaars en lassers tot hogere lonen bij deze beroepsgroepen. Dit is volgens Van der Ploeg “inkomensnivellering langs koninklijke weg”. Van der Ploeg: “Sen is voor een democratische waarborgstaat. De staat moet zorgen voor goede medische voorzieningen, goed onderwijs. Investeringen in sociale infrastructuur en sociale cohesie geven per saldo het hoogste rendement. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat ze, als ze buiten hun schuld ziek of werkloos worden, niet in een diep gat vallen. Dat is sociaal kapitaal.”

Met zijn inkomensnivellering à la Sen zet Van der Ploeg zich niet alleen af tegen Tinbergen en de VVD, maar ook tegen Den Uyl en de vorige fractievoorzitter Wöltgens. “Veel PvdA'ers zijn gefixeerd op koopkrachtplaatjes”, zegt Van der Ploeg. “Ik vind echter niet dat we ons daarop moeten concentreren. Is er een schaarste aan lassers, dan moeten die een hoger inkomen krijgen. Om de allocatie van arbeid beter te maken moeten we grotere inkomensverschillen tolereren. Het oude ideaal van gelijke inkomens kan een efficiënte allocatie van verschillende soorten arbeid in de weg staan. We moeten ons daarom concentreren op het geven van gelijke kansen, dan komt het met die koopkrachtplaatjes uiteindelijk ook wel goed.”

Van der Ploeg is voorstander van meer marktwerking. Maar anders dan de meeste VVD'ers denken is daarvoor volgens het PvdA-Kamerlid juist een krachtige overheid nodig. Krachtig niet in de zin dat de overheid allerlei diensten ook zelf moet aanbieden, maar krachtig in de zin dat de overheid moet zorgen dat publieke diensten worden aangeboden. “Openbaar vervoer en andere publieke diensten kunnen via aanbestedingen ook door de particuliere sector worden geleverd”, betoogt Van der Ploeg. “Het kan best zijn dat de consument daardoor meer waar voor zijn geld krijgt. De overheid moet er echter wel voor zorgen dat de toegankelijkheid tot dergelijke publieke voorzieningen voor iedereen is verzekerd.”

Hoewel hij de VVD kastijdt vanwege een zijns inziens “conservatieve opstelling” inzake kwesties als de invoer van tomaten uit Marokko, het toelaten van asielzoekers en Antillianen en het toestaan van allerlei kartels (apothekers, farmaceutische industrie, notarissen), is Van der Ploeg onverwacht lovend over een aantal aspecten van het controversiële voorstel dat VVD-leider Bolkestein twee weken geleden deed: de afschaffing van het ziekenfonds. “Dat idee is bespreekbaar voor de langere termijn”, zegt Van der Ploeg. “Het is een discussie die binnen de PvdA ook moet worden gevoerd.”

Bolkestein wil risico's die per definitie onverzekerbaar zijn, zoals dementie en geestelijke handicaps onderbrengen in een volksverzekering (AWBZ). Daarnaast kunnen werknemers, ambtenaren en zelfstandigen zich particulier verzekeren tegen ziektekosten. De rol van de overheid wordt beperkt tot die van regelgever en toezichthouder. Als minder kapitaalkrachtige Nederlanders de marktpremie niet kunnen betalen, dan moet de overheid hen volgens Bolkestein fiscaal compenseren middels een “individuele tegemoetkoming premie zorg”, naar analogie van de individuele huursubsidie. Van der Ploeg: “Bolkestein pleit voor een basispakket aan zorg, dat zowel kan worden verstrekt door particuliere verzekeraars als huidige ziekenfondsen. Het is voor het eerst dat ik een VVD'er voor een dergelijke convergentie van ziekenfondsen en particuliere verzekeringen tegen ziektekosten en voor inkomensafhankelijke financiering hoor pleiten. Als het basispakket degelijk is en de solidariteit tussen jong en oud, gezond en ongezond, is geregeld, dan is zijn voorstel voor ons bespreekbaar. Bolkestein zegt daar echter niets over”. In het nieuwe systeem moet de overheid in de PvdA-variant een “krachtige” invloed houden. Zij legt de premies aan banden en verzekert wettelijk toegang tot verzekeringen. Toch domineren de marktkrachten er meer dan nu. Net als bij de ouderdomsvoorziening (AOW, aanvullend pensioen, koopsompolis) komt er in dit voorstel ook nog een “derde trap” van individuele particuliere verzekeringen, waar puur de marktkrachten domineren en de overheid afwezig is.

“Kalma wil méér overheid en minder markt, de VVD wil minder overheid en veel markt en ik pleit voor èn meer markt èn meer overheid”, vat Van der Ploeg zijn discours nog eens samen. “De vrije werking van het marktmechanisme kent allerlei nadelen, maar dat geldt ook voor het overheidsbeleid. Dat leidt in veel gevallen tot bureaucratie, weinig financiële prikkels voor efficiencyverbetering en minder vrijheid voor consumenten en burgers.” Het gaat Van der Ploeg om het zoeken naar nieuwe evenwichten. En de PvdA moet daarbij volgens hem, gezien haar traditionele gefixeerdheid op de rol van de overheid, het voortouw nemen.