Uitdeling Tilburgsche Hypotheekbank

Uit het faillissement van de Tilburgsche Hypotheekbank (THB) ontvangen de crediteuren nog eens 5 procent van hun vorderingen. Het totaal aan schuldvorderingen bedroeg 743 miljoen ten tijde van het faillissement in 1983. Van dat bedrag is al meer dan 90 procent aan de crediteuren uitgekeerd.

De THB failleerde doordat op grote schaal hypotheken werden verstrekt zonder voldoende onderpand. De rechtbank sprak in haar vonnis destijds van “onverantwoorde financiering”. Ook bleek dat THB-bestuurders de prijzen van onroerend goed hadden opgedreven, daarbij geassisteerd door notarissen. Er is thans een bedrag van 37,1 miljoen beschikbaar voor 162 vorderingen, zo blijkt uit de vierde uitdelingslijst inzake het faillissement, gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank in Breda en van het kantongerecht in Tilburg. Zo ontvangt het ABP nog eens 2,6 miljoen van het oorspronkelijke vorderingsbedrag van 52 miljoen. Het DSM-pensioenfonds krijgt 1,2 miljoen van de oorspronkelijke 23 miljoen. De voormalige Rijkspostspaarbank (nu onderdeel Postbank, ING Groep) beurt 2,5 miljoen van de oorspronkelijke 50 miljoen. Het Spoorwegpensioenfonds ontvangt 1,1 miljoen van de oorspronkelijke 21,7 miljoen. Een deel van het geld komt voort uit aansprakelijkheidsprocedures die tegen de commissarissen van de THB zijn gevoerd. Dat waren onder meer de vroegere president-commissaris drs. J. Delsing en twee andere oud-commissarissen van de THB, Kruisinga en van den Heuvel. Samen brachten zij ongeveer 3,5 miljoen gulden op als schikking wegens hun persoonlijke aansprakelijkheid voor het bankroet.