Tweelingen gezocht

Het Academisch Ziekenhuis Utrecht is op zoek naar tweelingen, van wie in elk geval een van beiden aan schizofrenie lijdt, en die willen meewerken aan onderzoek om deze ziekte beter te leren begrijpen. Het gaat vooral om de vraag hoe belangrijk de erfelijke aanleg voor schizofrenie is en in welke mate omgevingsfactoren een rol spelen. Vermoed wordt dat de erfelijke aanleg sommige mensen vatbaarder maakt voor omgevingsfactoren, die al of niet optreden, net zoals sommige families extra gevoelig zijn voor de tuberculosebacil. Immigrantenonderzoek laat zien, dat erfelijkheid alleen geen sluitende verklaring vormt. Zo is gebleken, dat Caraïbische immigranten in Groot-Brittannië een vijfmaal zo hoge kans hebben om schizofrenie te krijgen dan de achterblijvers in het moederland, een effect dat zich uitstrekt tot de tweede generatie immigranten. In ons land hebben Surinaamse en Antilliaanse inwoners een tweemaal (vrouwen) tot vijfmaal (mannen) zo grote kans op de ziekte als autochtone Nederlanders. Volgens sommige, nog onbewezen theorieën zou een virusinfectie in de vroege zwangerschap de kiem leggen voor de geestesziekte, die zich vaak pas tientallen jaren later openbaart. Misschien kunnen meisjes daar in de toekomst tegen ingeënt worden, net zoals nu tegen rode hond, die gevaarlijk is in de zwangerschap. Bij eeneiige tweelingen, van wie een van beiden schizofreen is, is de ander (die dus genetisch identiek is) dat in 40 procent van de gevallen ook. Bij twee-eiige tweelingen (die niet nauwer verwant zijn dan gewone broers en zussen) is die kans 10 procent. Een belangrijk gegeven is, dat eeneiige tweelingen in de baarmoeder samen in één vlies kunnen zitten, of elk apart in een eigen vlies, met een tussenschot. Dat is afhankelijk van het moment waarop het embryo zich splitst. Tweelingen die samen in één vlies zaten, hebben aanmerkelijk meer kans om later allebei aan schizofrenie te lijden, wat kan wijzen op een besmettingsfactor. Inl. Mw. C. van Oel, AZU, Afd. Volwassenenpsychiatrie, tel. 030-2507121.