Tragische dwerg in de zon

Voorstelling: Hemelse woorden (Divinas Palabras) door Theater De Korre. Tekst: Ramón Maria del Vallé-Inclàn. Regie: Bob De Moor; spel: Antje De Boeck, Ianka Fleerackers, Jan Steen, Wim Willaert. Gezien: 31/10 Toneelschuur Haarlem. Aldaar t/m 2/11. Tournee t/m 16/12

Het toneeltje is piepklein, je kunt het bij wijze van spreken opvouwen en zo onder de arm meenemen. De spelers, zo stel je je voor, hebben een reizend theater waarmee ze, het Spaanse platteland doorkruisend, van dorp naar dorp trekken. Op ieder dorpsplein bouwen ze vliegensvlug hun theatertje op: het houten plankier, de bordkartonnen lijst met rode gordijntjes, de op doeken geschetste decors, vier keukenstoelen en een kistvormig instrument op poten dat klinkt als een kruising tussen een harmonica en een orgel.

In werkelijkheid zijn de spelers niet Spaans maar Vlaams - ze maken deel uit van theater De Korre - en bevinden ze zich niet onder de Spaanse zon maar onder de toneellampen van de Toneelschuur in Haarlem. De groep weet in haar voorstelling Hemelse woorden (Divinas Palabras), een stuk van de Galicische schrijver Ramón Maria del Vallé Inclàn (1866-1936), echter zo beeldend de sfeer van het Spaanse plattelandsleven op te roepen dat de toeschouwer als vanzelf wegdroomt naar verre oorden.

De Korre heeft de afgelopen jaren meer dan eens een voorkeur getoond voor kleurrijke, tragi-komische folklore - Hemelse woorden is daar een gaaf voorbeeld van. Het stuk behelst het verhaal van Laureano, een gehandicapte dwerg met een waterhoofd. Als zijn moeder op een dag overlijdt drukt de zorg voor Laureano plotseling op de schouders van zijn moeders familie. Niemand wil met de mismaakte worden opgescheept totdat blijkt dat met hem als kermisattractie veel geld valt te verdienen. Men vecht om de voogdij; ten slotte ziet de vrouw van Laureano's oom kans er stiekem met de jongen tussenuit te knijpen. Hiermee begint een lange zwerftocht die voor Laureano weinig fortuinlijk afloopt.

Het is een bizarre geschiedenis, hard, meedogenloos, dreigend, maar op gezette tijden ook komisch, zij het dat de humor een scherpe bijsmaak heeft.

Hemelse woorden is in de door Bob De Moor geregisseerde uitvoering episch theater in optima forma. De twee mannen en twee vrouwen die zich met hun stoelen frontaal voor het publiek hebben opgesteld zijn zowel personage als verteller. Als de situatie dat verlangt, schakelen ze moeiteloos over van het een naar het ander en ook van rol veranderen ze vaak. Die rollen ontstaan als het ware doordat ze zich al vertellend gaan identificeren met de figuren in het verhaal. Met stemverheffingen en mimiek zetten ze hun woorden kracht bij en je ziet hoe vertelkunst overgaat in toneelspel. Eenvoudiger kan het bijna niet, toch is het resultaat lang niet altijd zo helder, levendig en aandoenlijk als Hemelse woorden.