Tekeningen uit de collectie Teding van Berkhout te zien

Tentoonstelling: Een kunstkast gaat open. De mooiste tekeningen uit de collectie Teding van Berkhout. T/m 7 jan. Teylers Museum, Spaarne 16, Haarlem. Di t/m za 10-17u, zo 13-17u. Cat ƒ 49,50.

Een tientje betaalde hij voor een achttiende-eeuwse tekening en maar vijf gulden vijftig voor zeven olieverfstudies van vruchten uit de negentiende eeuw. Een gat in de hand viel de Haarlemse tekeningen- en prentenverzamelaar jonkheer Hendrik Teding van Berkhout sr. (1830-1904) niet te verwijten.

Met een bescheiden beurs bouwde Van Berkhout een verzameling op die - na zijn dood aangevuld met enkele aankopen door zijn zoon - uitgroeide tot vijfduizend bladen Westeuropese grafiek en zevenhonderdzeventig tekeningen uit de Hollandse school van de 17de tot de vroege 20ste eeuw. Al die honderden tekeningen verdwenen na aankoop in een zware mahoniehouten kast, waarvan Van Berkhout maar zelden de deuren voor een nieuwsgierige bezoeker opende.

Een selectie van tekeningen uit die kunstkast, honderd en één bladen, is nu gedeeltelijk te zien in het Teylers Museum in Haarlem. Het merendeel is zelden of nooit tentoongesteld. In het kunstkabinet liggen de portefeuilles met prenten opgeslagen.

Internationale topwerken - Lievens, Pieneman of Maris - zijn niet in de collectie te vinden: die vielen op de veilingen te beurt aan meer bemiddelde bieders. Toch wist Van Berkhout met relatief beperkte middelen verbazingwekkend mooie bladen aan te kopen. Zoals een klein wintergezichtje van Andreas Schelfhout, waarvan de weidse grauwe lucht en de ijzige grijze tinten je dieper in je trui doen duiken. Je kunt je zelfs verbeelden het knarsende geluid te horen waarmee de kleine schaatser in de verte je nadert.

Van de negentiende-eeuwse tekeningen zijn het niet zozeer de berglandschappen van Knip, een stadsgezicht van Cornelis Springer of de aquarellen van Weissenbruch, maar vooral de tekeningen van minder bekende kunstenaars die nieuwsgierig maken. Minutenlang kun je je vergapen aan de drie meloenen van Jan Gaijkema, aan het minutieus geschilderde dradige vruchtvlees en de glinsterende pitjes. Of aan de rust die Willem de Famars Testas wist te leggen in een aquarel van een rimpelloos meer van Tiberias.

Van Berkhout had weliswaar oog voor kwaliteit, maar zijn keuze voor onderwerp en uitvoering was ronduit conventioneel. Gematigd romantische werken domineren de tentoonstelling: Hollandse landschappen met dreigende luchten en pittoreske boerderijtjes, riviergezichten met roodbont vee, stillevens van bloemen en vruchten. De weinige genrestukken zijn moralistische tafereeltjes van kleinburgerlijk geluk.

Voor naaktstudies, karikaturen of schetsbladen was in de collectie nauwelijks plaats. Opmerkelijk is dan ook een houtskoolstudie van Breitner, die met vlotte trefzekere lijnen de hoekige heupen en puntige schouders van een jong bloot meisje neerzet. Of een prachtige tekening van Rik Wouters, die niet meer dan vier, vijf streken van het penseel nodig had om een vrouw in haar lome slaap te treffen. Beide tekeningen zijn dan ook niet aangekocht door Van Berkhout sr., maar na diens dood verworven door zijn zoon.

Tekeningen uit de zeventiendeeeuw konden Van Berkhout niet boeien. Dat er toch een aantal werken uit die periode in de collectie aanwezig is, is voor een groot deel te danken aan een andere verzamelaar: de achttiende-eeuwer Willem Philip Kops (1755-1805). Van Kops erfde Van Berkhout namelijk het achttiende-eeuwse kunstkabinet, waarin deze zijn tekeningen had opgeborgen. In die kast, zo wil de overlevering, lag nog een aantal tekeningen uit de verzameling van Kops: werken van onder anderen Roelant Savery, Isaac van Ostade en Anthonie van Waterloo.

De kast in een sobere Lodewijk XIV-stijl is helaas niet op de tentoonstelling te zien, al zou hij niet misstaan tussen de grote houten vitrinekasten waar het Teylers Museum zijn wetenschappelijke werktuigen en mineralen in toont. Het kunstkabinet staat in de oude ontbijtkamer van de heer Teylers, een ruimte naast het museum. De geïnteresseerde bezoeker kan daar op verzoek terecht.