Sir Georg Solti dirigeert het Concertgebouworkest; Studer nauwelijks aan bod

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Sir Georg Solti m.m.v. Cheryl Studer, sopraan. Programma: R. Strauss: Tod und Verklärung; Also sprach Zarathustra; R. Wagner: Vorspiel en Liebestod uit Tristan und Isolde. Gehoord: 1/11 Concertgebouw Amsterdam. Herhalingen: 2, 3/11.

Sir Georg Solti dirigeert bij het Concertgebouworkest een merkwaardig concert waarin het aanwezige muzikaal talent onvoldoende werd gebruikt. Aanvankelijk was het concert geprogrammeerd met Strauss' Tod und Verklärung, Wagners Vorspiel en Liebestod uit Tristan und Isolde en het Adagio uit Mahlers onvoltooide Tiende symfonie. Het zou bij elkaar nog geen uur muziek zijn geweest, maar deze drie doodsmuzieken met elk een ander visioen op het 'Jenseits' van het leven leken fraai en zinvol in deze dagen rond Allerzielen.

Solti verving Mahlers Adagio echter door Strauss' Also sprach Zarathustra - een glorificatie van Nietzsches Übermensch op aarde. Het daardoor iets langere concert werd zo beroofd van het doods-thema en daardoor leek het debuut van Cheryl Studer in het Concertgebouw zelfs bijna een farce: de wereldberoemde Amerikaanse sopraan zong alleen de nu niet meer inhoudelijk gemotiveerde Liebestod van nog geen zeven minuten. Decca neemt die dan wel live op, maar Studer maakte er al eerder voor EMI een opname van, gedirigeerd door Jeffrey Tate.

De warm klinkende ingehouden interpretatie van Studer is niettemin opmerkelijk en staat haaks op de uitvoeringstraditie. Haar Isolde mijmert na de dood van Tristan slechts melancholiek voor zich uit, bijna onaangedaan, terwijl niets is te bespeuren van die extreme extase waarin Isolde de dode Tristan nog ziet glimlachen, oplichten, zich oprichten en hun liefdeswijs zingen, zodat zij zelf in het heelal onbewust verdrinkt en verzinkt als 'Höchste Lust'.

Hoewel de net 83 geworden Solti uit de zaal opkwam om de lange trap te vermijden, bleek hij nog zeer energiek. Hij excelleerde in een grootse en allengs zich indrukwekkkend verdichtende opbouw van het Vorspiel, waarbij hij net als in de twee Strauss-muzieken een onaantastbare tempovastheid toonde. Die ietwat langzame tempi rekken de muziek aanvankelijk wellicht iets te veel op, maar zorgen tegen het slot van beide stukken voor extra dramatiek.

Tod und Verklärung begon zelfs langdurig bijna stilstaand, in de opening van Also sprach Zarathustra schiep Solti een machtig uitspansel boven een huiverende wereld. De sterk opengelegde orkestklank, gedomineerd door de vaak verblindende koperblazers, is typisch Soltiaans. In Tod und Verklärung klonken de climaxen als avantgardistische clusters, in Also sprach Zarathustra zorgden de onverbiddellijke staalblauwe glans en de helder hoog en soms bijna schrille klatereffecten voor fascinatie, waar de muziek zelf het laat afweten.

Omdat Jaap van Zweden vrij is en Viktor Liberman ziek, nam Solti zelf een concertmeester mee: Joakim Svenheden, van het London Philharmonic Orchestra, die fraaie en al even hoog klinkende soli speelde.