Romeo en Julia blijven altijd bestaan

Voorstelling: Een kleine Romeo en Julia door Huis aan de Amstel, vanaf 6 jaar. Tekst naar William Shakespeare en regie: Liesbeth Coltof. Spel: Tessa du Mée en Peter van Heeringen. Gezien: 29/10 Krakeling Amsterdam. Inl 020-6229328.

Dat Romeo en Julia van alle tijden zijn, hoeft niet meer bewezen te worden. Gepassioneerde, verboden liefdes die slecht aflopen horen nu eenmaal tot de rituelen van het menselijk bestaan. Met Een kleine Romeo en Julia bewijst Liesbeth Coltof, artistiek leider van het jeugdtheatergezelschap Huis aan de Amstel, dat Shakespeare's evergreen ook een stuk voor alle leeftijden is. (Al is zes jaar misschien wat al te optimistisch).

Twee acteurs vertellen over een meisje en een jongen die, ook al maken hun families elkaar uit voor 'snothoer' of 'randdebielen die stinken uit hun mond', zo verliefd op elkaar worden dat ze het ouderlijk gezag aan hun laars lappen en liever samen sterven dan alleen leven. Ze beginnen het verhaal op verheven toon voor te lezen uit stokoude boekjes - hij in Shakespeare-Engels, zij in Burgersdijk Nederlands - maar al snel raken ze meegesleept door de geschiedenis en vallen terug op hun eigen woorden. Gelukkig zijn daarbij ook nog heel wat echte Shakespeare-formuleringen bewaard gebleven, die het verhaal steeds even doen opglanzen in de bestorven kleuren van een ver verleden: 'O tijd vlieg voort en breng de zon naar bed.'

Het toneelbeeld wekt de indruk van een propvolle rommelzolder, waar twee kinderen op een regenachtige middag Romeo-en-Juliaatje spelen. Tussen, achter, in en bovenop een slordige uitstalling van oude linnenkasten, commodes en dressoirs zijn ze in de weer met alles wat de kinderkamer en daarmee het theater ten dienste staat. Er is een grote 'verkleedkast', waaruit ze in een ander kostuum als een ander personage tevoorschijn springen. Een kast met stoffen raampjes wordt met de juiste belichting een superieure biechtstoel, in een minuscuul ladenkastje ligt de lipstick waarmee Julia zichzelf opmaakt voor haar geheime lief en onder haar bruidssluier ligt ze later als Sneeuwwitje schijndood opgebaard op een gekantelde hangkast. De acteurs wisselen pijlsnel van rol, niet alleen met een ander pak, een andere pet of een andere stem, maar ook door een inventief gebruik van poppen. Zo bestaat Julia's voedster, die van Coltof een centrale rol kreeg toebedeeld, niet alleen als enorm Elisabethaans kostuum dat zowel door de mannelijke als de vrouwelijke acteur met verve wordt gedragen, maar met dezelfde outfit ook als handpop in verschillende afmetingen.

Tessa du Mée en Peter van Heeringen zijn letterlijk hartveroverend. Ze zijn tegelijkertijd kinderen die opgaan in hun verhaal en acteurs die zichtbaar genieten van het stuk en alle rollen die ze spelen. Maar daarachter is nog iets anders zichtbaar dat Coltof in deze beroemde geschiedenis speciaal heeft willen uitlichten, omdat het in haar eigen werk een terugkerend thema is. We zien twee kinderen die weigeren zich neer te leggen bij de puinhopen die de volwassenen er om hen heen van maken en die met een tot in elke uithoek van de zaal voelbare energie hun eigen weg zoeken. Zo verrijzen ze in het slotbeeld van hun gezamenlijk doodsbed om verbaasd te kijken naar hun eigen begrafenis op de boven hun hoofd geprojecteerde zwart-witbeelden uit Franco Zeffirelli's film. Coltoffs boodschap is duidelijk: Romeo en Julia blijven bestaan zolang er kinderen zijn die geloven in zichzelf, in de liefde en in mooie verhalen.