Pokerspel om oliepijpleiding in Kazachstan

De regering van de Centraalaziatische republiek Kazachstan heeft Oman Oil verwijderd uit het consortium dat een pijpleiding zal bouwen om olie uit dit land te exporteren. President van Oman Oil is John Deuss, een bekende Nederlandse oliehandelaar en - volgens sommigen - fortuinzoeker. Het besluit van de regering in Almaty is de zoveelste verwikkeling in een 'spel met een torenhoge inzet'.

In de tijd dat de Sovjet-Unie verbrokkelde, boorde de Nederlandse oliehandelaar John Deuss zijn schamele kapitaal aan: hij had een visioen. Hij wilde het zwarte goud in de bodem van het piepjonge Kazachstan verzilveren. Een pijpleiding die ruwe olie naar de onverzadigbare Westerse consument stuwde, zo betoogde Deuss tegenover zijn goede vrienden in Almaty, zou de kwakkelende Kazachstaanse economie van haar kwalen verlossen. Daarnaast zou het de oliemaatschappij Chevron helpen bij de verwezenlijking, samen met de regering, van haar miljarden-plannen voor de ontwikkeling van het gigantische olieveld van Tengiz. Een bijkomend effect zou zijn dat Rusland meer ruwe olie zou kunnen uitvoeren. En wellicht zou zelfs de enorme macht van de olie uit het Midden-Oosten erdoor worden ingeperkt, want de voormalige Sovjet-staten in Centraal-Azië kunnen op haast even onvoorstelbare oliereserves bogen als de Golf-staten.

Geldt John Deuss dus als een visionair en een held? Misschien toch niet: zijn plan om ruwe olie uit het kolossale Kazachstaanse veld te exporteren, ondervindt kritiek van de Verenigde Staten, krijgt dubieuze blikken van de internationale kredietinstellingen, ondervindt verzet van Chevron, wordt in Almaty over de hekel gehaald en in Moskou aan de kaak gesteld. En dat terwijl de cruciaal belangrijke pijpleiding nog moet worden aangelegd. Waar ligt dat aan? Het antwoord op die vraag zou wel eens kunnen luiden: aan Deuss zelf. “Het hangt op hem”, stelt Julia Nanay, die als analist bij Petroleum Finance Co. de energie-investeringen in Kazachstan volgt. Drommen Westerse functionarissen beamen dat, en sommigen verwijten Deuss dat hij de economische ontwikkeling van Centraal-Azië vertraagt.

Maar de raadselachtige miljonair, die er in het verleden van is beschuldigd dat hij het handelsembargo tegen Zuid-Afrika omzeilde en de markt voor Noordzee-olie monopoliseerde, schrikt niet van zijn slechte reputatie. Toen hij, vier jaar geleden, in de zo belangrijke begintijd van de onafhankelijkheid in Almaty opdook, voorspelden waarnemers dat de deelnemers aan het touwtrekken rond de Kazachstaanse olie ruw spel te wachten stond. Zelfs zijn medestanders geven thans toe dat Deuss' imago als fortuinzoeker wellicht bedreigend is voor zijn geesteskind: het Kaspisch Pijpleiding Consortium, dat de exclusieve rechten bezit om een 1.400 km lange pijpleiding van West-Kazachstan naar de havenstad Novorossisk aan de Russische Zwarte-Zeekust aan te leggen en te exploiteren.

“Ik ben al die kritiek beu, eerlijk gezegd”, verklaart Anatoli Lobajev, voormalig directielid van het consortium en vice-president van de Kazachstaanse energie-holding Moenajgaz met een wegwuivend gebaar. De aanvallen op Deuss, zo zegt hij, zijn “een rookgordijn”. Uitgespreid op Lobajevs bureau in Almaty ligt een kaart van zijn land, dat nergens aan open zee grenst. Priemend met zijn wijsvinger op de kaart vervolgt hij: “Dit is de enige kwestie - we hebben een heleboel olie. Maar olie die in de grond blijft zitten is geen cent waard.”

Ziedaar het dilemma van Kazachstan - de 53-jarige John Deuss begreep dat als een van de eersten toen de Sovjet-Unie uiteenviel. Destijds stonden makelaars van Chevron op het punt een akkoord met Moskou te sluiten voor de rechten op het olieveld in Tengiz; maar de omwenteling deed hen spoorslags naar Almaty vertrekken. Voordat ze daar plaatsnamen aan de nieuwe onderhandelingstafel, had Deuss' geldschieter, de sultan van Oman, de nieuwe regering al een zeer welkome lening van 100 miljoen dollar aangeboden. En de Oman Oil Company, waarvan Deuss president-directeur is, was door Almaty aangezocht als adviseur inzake buitenlandse investeringen.

Eerst zag Chevron hier geen been in. Deuss, speculant in het groot, die vaak zelf een van zijn twee Gulfstream-jetvliegtuigen bestuurt, stond bekend als een succesmagneet. En toen de besprekingen over Tengiz spaak dreigden te lopen, was het Deuss die ingreep en de opgezette haren weer gladstreek. Hij besteedde naar schatting vijf miljoen dollar aan een reeks vergaderingen over de hele wereld: bij hem thuis in het ski-oord Jackson Hole (Wyoming), op zijn ranch in Connecticut, in zijn kantoren op Bermuda en in Oman, en in Washington, Parijs, Moskou, Londen en Alma-Ata. Ten slotte werden Chevron en Kazachstan het eens.

Het contract, ter waarde van 20 miljard dollar en met een looptijd van 40 jaar, voor de gezamenlijke ontwikkeling van het veld in Tengiz, was een triomf, die door de Moskouse pers werd geroemd als “de deal van de eeuw”. De buit was binnen, en zo ongelooflijk groot dat Chevrons oliereserves in een keer van 3,1 miljard vaten naar 4,2 miljard vaten schoten. Ooit, zo zeiden deskundigen, zou het langs de Kaspische-Zeekust gelegen olieveld kunnen worden aangesproken à 700.000 vaten per dag.

Maar, en achteraf bezien lijkt dat een blunder, Chevron en Kazachstan vergaten afspraken te maken over een veilige manier om al die olie te vervoeren naar de Westerse kopers die er de marktprijs voor zouden betalen. Destijds, en ook nu nog, passeert iedere druppel Kazachstaanse olie met bestemming het Westen noodgedwongen een uit de Sovjet-tijd daterend stelsel dat is toegesneden op de behoeften van een verdwenen wereldrijk. Van alle olie onder de vroegere Sovjet-republieken bereikt geen vat de markt zonder het fiat uit Moskou, omdat het over Russisch grondgebied moet. En daar Rusland het er niet op heeft begrepen dat er oliedollars naar de nieuw ontstane republieken vloeien - die in de ogen van vele Russen immers nog steeds 'van hen' zijn - is zo'n fiat niet eenvoudig te verkrijgen.

Daarom zijn nieuwe pijpleidingen van cruciaal belang, en is het politieke spel erom heen meedogenloos. “Het is een spel met een torenhoge inzet”, aldus Matt Sagers, hoofd van de energie-divisie bij PlanEcon Inc., gevestigd in Washington D.C., een onderneming die als consulent is opgetreden voor de meeste Westerse ondernemingen die actief willen worden in de Kaspische regio. “Men mag niet onderschatten hoe ver de betrokkenen bereid zijn te gaan om te winnen.”

Twee jaar geleden was het risico nog niet zo zichtbaar. Chevron meende er verstandig aan te doen te vertrouwen op toezeggingen uit Moskou dat men weldra maximaal 120.000 vaten olie per dag door Rusland zou mogen exporteren. Een betrouwbaarder regeling wilde Chevron later treffen, als de olie eenmaal uit Tengiz en andere Kazachstaanse bronnen zou gaan vloeien. Maar Rusland kwam zijn belofte niet na. Zonder opgaaf van redenen draaide het de exportkraan voor Chevron dicht, kort nadat het akkoord over Tengiz was bezegeld in het voorjaar van 1993. En tot Chevrons ontsteltenis bleek John Deuss alle troeven in handen te hebben.

“De grote maatschappijen op energiegebied zien hem als een opportunist”, aldus Carlos Quezada, handelaar en ex-employé van Transworld Oil Co., een van Deuss' werkmaatschappijen. “Ze hebben eenvoudig geen fiducie in zijn betrouwbaarheid op de lange termijn. Inmiddels had Deuss het initiatief genomen tot de vorming van het Kaspische Pijpleiding Consortium, met Rusland, Kazachstan en Oman als gelijkwaardige partners. Zowel Moskou als Almaty waren enthousiast, omdat Deuss' plan hun zinnig leek: door gebruik te maken van 400 mijl lange bestaande pijpleidingen - nu voor de helft Russisch en de helft Kazachstaans eigendom - zou de pijpleiding veel goedkoper zijn dan alternatieve routes. Het export-pad dat door het consortium is uitgestippeld, wordt nog steeds beschouwd als de enige manier om de uitvoer in Kazachstan snel op gang te brengen.

Maar Chevron haalt de neus op voor de financiële condities die Deuss' consortium stelt, en weigert pertinent in te stemmen met het gebruik van de pijpleiding. De Amerikaanse regering staat achter het bedrijf: haar vertegenwoordigers in de regio noemen het plan van het consortium 'niet-commercieel' en ze zouden volgens zegslieden in Almaty zowel Rusland als Kazachstan hebben gesuggereerd een manier te vinden om Oman naar de zijlijn te manoeuvreren. Het consortium is er niet in geslaagd het geld te vinden dat nodig is om met de constructie van de pijpleiding te beginnen. En Chevron dat evenmin een goede uitgang naar het Westen heeft, produceert in Tengiz maar de helft van wat het had willen oppompen.

De in San Francisco gevestigde oliemaatschappij heeft, uit onvrede over de miljard dollar die ze al in het Tengiz-project heeft gestoken, alle nieuwe kapitaalinvesteringen voor dit jaar geschrapt, en daarmee Almaty tegen zich in het harnas gejaagd.

“Chevron zit op de olie. Het is het minst produktieve project in heel Kazachstan”, verklaart Serikbek Daukejev, Kazachstans minister van geologie, die overigens evenmin warm loopt voor het consortium. “Als Chevron echt belang stelde in de ontwikkeling, dan had het allang zijn eigen pijpleiding aangelegd.” Maar in dit deel van de wereld gaat niets eenvoudig. Chevron kan geen zaken doen met Kazachstan of Rusland tenzij het consortium - dat in elk geval door Oman wordt gezien als een verdrag op regeringsniveau - wordt ontbonden. Chevron praat achter gesloten deuren met olie-tsaren in Moskou en Almaty over financieringsplannen waarbij Oman buiten de deur wordt gehouden. Maar Oman, dat tot nu toe 70 miljoen dollar heeft geïnvesteerd, is niet van plan zich terug te trekken.

Intussen woeden de vetes verder. Kort gezegd is de situatie zo: Oman wil dat Chevron zo'n 280 miljoen dollar in contanten fourneert en zich garant stelt voor de helft van de schuld van de pijpleiding, door het gebruik van de pijpleiding toe te zeggen; in ruil zou Chevron voor 25 procent eigenaar worden van de pijpleiding die in totaal 1,2 miljard dollar zal kosten. Oman zou 50 miljoen dollar investeren en zou dan een licht beter rendement krijgen dan Chevron. “Dat is gewoon niet redelijk zakendoen”, stelt Jeet Bindra, eerste vice-president van Chevron Overseas Co.

Chevron stelt van zijn kant voor samen met Oman elk 50 procent van de aanlegkosten en de dekking te storten en gelijkelijk in de winst te delen. Maar daar wil Oman weer niet van weten. “Hoe kunnen ze van Oman vragen dat het betaalt voor een deel van een consortium dat het al bezit”, vraagt John Deuss, die stelt dat Oman risicokapitaal fourneert en dus recht heeft op een reëel rendement.

Ondanks de hoog opgelopen spanning geeft Oman zich niet gewonnen. Het werkt thans aan een plan om de pijpleiding in twee fasen aan te leggen, waarvan de eerste, 230 km lang, geheel door Rusland loopt, van de stad Kropotkin naar Novorossisk. Ook zal volgens dit plan een nieuwe terminal voor schepen met grote diepgang worden gebouwd, waardoor Ruslands exportcapaciteit via de Zwarte Zee bijna zou verdubbelen. Volgens Deuss zal Oman, als er niet snel financiering van buitenaf komt, zelf voor de benodigde 300 miljoen dollar zorgen. De constructie begint volgens hem in januari.

Dat zou een buitenkansje zijn voor Rusland, dat zit te springen om meer exportcapaciteit voor zijn eigen olie - en voor de olie die weldra zal worden gewonnen in Azerbaidzjan door een uit elf leden bestaande groep onder leiding van Amoco en British Petroleum. Het plan om de olie in het begin per schip door Rusland te vervoeren, is volgens Westerse zegslieden de reden dat Moskou Oman wegens non performance uit het consortium zou moeten werken.

Deuss gelooft niet, zo zei hij onlangs, dat Oman opzij zal worden gezet. Achter de koffie in zijn bescheiden kantoor op het eiland Bermuda houdt Deuss staande dat de ontwikkeling van de pijpleiding “vordert volgens een welbepaald tracé”. Aan alle persoonlijke achterklap maakt hij niet veel woorden vuil. De volgens alle berichten van zelfvertrouwen blakende, minzaam optredende Deuss lijkt zijn tegenstanders als los zand van zich af te schudden.

In de olie-industrie is zijn reputatie legendarisch. Deuss, zoon van de bedrijfsleider van de Ford-assemblagefabriek in Amsterdam, is begonnen als autodealer, maar zijn bedrijf ging uiteindelijk failliet. Hij schakelde in een andere versnelling en begon fortuin te maken met olietransacties. Hij wordt door sommigen gebrandmerkt voor ontduiking van het VN-olie-embargo tegen Zuid-Afrika omdat hij voor Johannesburg contracten afsloot.

Tegenover zo'n geduchte tegenstander geplaatst mag de Chevron-directie zich met recht ietwat nerveus voelen. Maar officieel maakt men zich geen zorgen. “We zijn teleurgesteld dat het Tengiz-project niet zo goed loopt als voorzien, maar we hebben geen spijt”, zegt Richard Matzke, president van Chevron Overseas. “We zijn een heel geduldige onderneming.”

Tot dusver heeft Wall Street Chevron niet op de vingers getikt. Het in de wacht slepen van een deal ter grootte van de helft van Tengiz wordt als een sterk staaltje beschouwd, ongeacht de tegenvallers. “Het is een kans van ééns in een generatie”, aldus Eugenek Nowak, een analist bij Dean Witter Reynolds. “Over 20 of 30 jaar zou Chevron in dezelfde klasse kunnen spelen als de Exxons en de Royal Dutch/Shells van deze wereld”, zegt hij. “Het is een lange-termijnkwestie die de risico's waard is.”

En John Deuss? Volgens kennissen is hij zeker zo geduldig als Chevron. “Het is een man die fortuin heeft gemaakt, een zeer kundig zakenman”, zegt vice-president Lobajev van Moenajgaz. “Onderschat hem niet.”

Copyright: The Wall Street Journal.