Ook de lerende organisatie is niet langer creatief genoeg

Waanzinnige ondernemingen. Op jacht naar WOW. Het Tom Peters managementspelboek. Door Tom Peters. Uitg. Contact.

“Absoluut waanzin, zo leer je niets”, zei een docent aan de Haagse Hogeschool, toen een student zijn huiswerk, een businessplan voor een benzinestation, inleverde. Hij had naar Shell gebeld. “Of hij met of zonder winkel wilde?” “Doe mij maar mèt”, en een dag daarna had hij zijn plan binnen. Tom Peters propageert iedere nieuwe vorm van creativiteit, dus ook deze. Hij zet alles ondersteboven: verandering is niet genoeg, decentralisatie is niet genoeg, empowerment, loyaliteit, desintegratie en reorganisatie zijn niet meer genoeg. Zelfs de lerende organisatie is niet meer genoeg. Want het is allemaal niet creatief genoeg. Hij legt dat met vele voorbeelden uit en verwijst ook naar de creatieve natuur, met een uitspraak van Carl Sagan: “Het lijkt wel of er op elke miljoen door de wol geverfde conservatieve organismen één radicaal organisme voorkomt dat erop uit is verandering door te voeren (...) En van die radicalen weet slechts één op de miljoen waar hij het eigenlijk over heeft - en die komt op de proppen met een aanzienlijk beter overlevingsplan dan het op dat moment gangbare. En toch hangt de evolutie van het leven van deze revolutionairen af.”

Hij geeft waarnemingen uit Amerika die eerst precies dezelfde reactie ('waanzin') oproepen als bij de docent uit Den Haag. Maar daana stimuleert hij de lezer op een indringende wijze zijn persoonlijkheid te transformeren van een volgzame slaaf in een mens met een eigen wil en met durf. Hij brengt hem de noodzaak bij om zich opnieuw uit te vinden. Zich mentaal los te maken van zijn baas, de navelstreng door te snijden, zelf zijn eigen wegen te zoeken, nieuwe connecties te leggen, te zoeken naar creatieve ideeën. Zijn eigen rol drastisch te herzien: een duidelijke scheiding te maken van terreinen waarvoor hij zelf uitvoerende verantwoordelijkheid heeft en de rest die hij heeft gedelegeerd. Dus in ieder geval ook zelf een project te leiden en vooral niet alle projecten te 'coördineren'. Alleen en uitsluitend voor zijn eigen gebied van verantwoordelijkheid ideeën te verzamelen en vooral de 'ondergeschikten' niet te hinderen met zijn ideeën voor hun terrein. Want dat brengt hun altijd in de verdediging en beperkt hun eigen creativiteit. Andersom houdt hij wel zijn oren open voor de ideeën van onderaf. Naarmate hij naar onderen meer ruimte geeft, krijgt hij voor zijn eigen terrein van hen meer ideeën. En heel soms, als ze echt geleerd hebben 'nee' te zeggen, kan hij een idee naar onderen kwijt. En dat kan hij alleen maar bereiken door het voorbeeld te zijn en het creativiteitsproces te katalyseren. Dat doet hij door angst voor mislukking van waanzinnige ideeën weg te nemen, en ze juist met klem te stimuleren. Zo worden hij en al zijn medewerkers ieder een zelfonderhoudende creatieve éénmansorganisatie in hun eigen gebied van verantwoordelijkheid, maar perfect aan elkaar verbonden. De taak van managen blijkt steeds minder tijd te kosten, doordat de manager aan die éénmansorganisaties nauwelijks aandacht hoeft te besteden, als hij de weg maar wijst. Daardoor zal hij zelf ook nooit het 'vet' op het middel van de organisatie zijn, want door zijn eigen persoonlijk toegevoegde waarde blijft zijn inbreng altijd waardevol.

Moeten de topmanagers die van dat vet op het middel af willen, hun managers dit boek dan niet aanraden, of hen naar een Tom Peters seminar sturen, of het Tom Peters' bedrijvenspel laten spelen? Nee, want het moet de eigen drijvende kracht zijn, die dat transformatieproces in gang zet, anders wordt het nooit blijvend. In de natuur komt survival of the fittest ook niet van workshops en als de manager die navelstreng niet zelf doorsnijdt, dan doet zijn topmanager het wel. Die ziet er geen been in om zijn peperdure twintig-jaren-dienstverband financiële manager er uit te gooien en te vervangen door zo'n gehaaide van dat benzinestation, die gewoon het wiel niet opnieuw uit wilde vinden. Hij gooit dan geen twintig jaar ervaring weg, want alle andere negentien jaren heeft die manager voor een steeds hoger salaris niets anders gedaan dan zichzelf te herhalen.

Er zijn bedrijven in ons land die druk bezig zijn met de voordelen van Europa en zij vergroten dus allerlei schalen. Na een poos zegt de Top tegen de managers die dat allemaal keurig voor elkaar hebben gekregen: “Jongens, fijn gedaan, alleen nou zijn jullie zelf ook overbodig.” En dan zitten die jongens daarna bij een outplacementbureau, nog verbaasd dat hun topmanager zelfs de volle kosten van hun afscheid wilde dragen. En dan éindelijk lezen ze weer een boek - want ze lazen nooit een boek - zo'n ondersteboven boek van Tom Peters. “Had ik dát maar geweten”, zeggen ze dan en pas dan voelen ze de volle impact van de revolutie die volgens Tom Peters aan de gang is. Die je hoogstens ééns in de tweehonderd jaar meemaakt.

Wij laten ons niet door zo'n Amerikaan meeslepen die zijn eigen ideeën van een paar jaar terug nu al weer tegenspreekt. “De voorspellende waarde van Tom is misschien niet zo groot meer”, vermeldt Intermediair van de afgelopen week, overgenomen uit The Economist. Meldt een weersvoorspeller met glasheldere taal dat hij onverwachts midden in een orkaan zit, is zijn voorspellende waarde ineens niet meer zo goed. En die onverwachte stijging van de economie in de VS heeft hij ook niet voorspeld, de klungel. Of voorspelde hij dat misschien juist wel?

Omdat het initiatief tot transformatie uit henzelf moet komen, zijn deze boeken geschikt voor Verenigingen van Hoger Personeel, van die middenmanagers zelf. Want je hebt er misschien wel even samen durf voor nodig. Immers de top moet misschien macht inleveren en dat willen ze nooit. Of zouden die het misschien best fijner vinden om leider te worden van volwassen mensen en zelf ook leuke dingen te doen, dan een kleuterklas te blijven managen?