Marktmeester laat zich iets toestoppen

AMSTERDAM, 2 NOV. “Op de markt is iedereen te koop. Neem dat nou maar van mij aan, ik sta al 54 jaar op markten.” De 70-jarige bloemist op de Albert Cuyp in de Amsterdamse Pijp leest zijn naam liever niet terug in de krant. Zijn collega's zouden het hem niet in dank afnemen. Maar hij heeft begrip voor ze. Voor de kooplieden die wat bovenop hun uitkering proberen te verdienen en ook voor de marktmeester die zich af en toe wat extra's laat toestoppen. “Je zorgt dat je aan je trekken komt.”

De stemming is niet echt vrolijk op de Albert Cuyp, met 330 kramen de grootste dagmarkt van Nederland. De zaken gaan slecht, de markt kwijnt weg en door het strenge parkeerbeleid komen er steeds minder mensen van buiten de buurt. En dan kwam gisteren ook nog dat rapport naar buiten van een Amsterdams fraudeteam. 'Miljoenenfraude op de markt' was de strekking en dat stelt de kooplui dan nog eens in een kwaad daglicht.

Van de onderzochte kooplieden op de Amsterdamse markten had meer dan de helft ten onrechte een uitkering van de sociale dienst en betaalde iets minder dan de helft geen of te weinig belasting. Het 'verrassingsonderzoek' had in elk geval 3 miljoen gulden aan fraude opgeleverd, maar dat zou volgens de teamleider in totaal veel meer zijn. Minister Melkert (sociale zaken) zei gisteren dat hij geschokt was door de resultaten van het fraude-onderzoek onder de marktkooplui en dat hij maatregelen zou eisen.

Het fraudeteam en de Amsterdamse wethouder J. van der Aa concluderen dat de “regelgeving rond de markten dringend nadere beschouwing behoeft”. Voorschriften worden niet nageleefd of gecontroleerd. Registratie van de aanwezige kooplui en financiële administratie vertonen dubieus weinig overeenkomsten, aldus het rapport. “De rol van de marktmeesters is cruciaal gebleken.”

In de loop van het onderzoek zijn drie marktmeesters aangehouden en als verdachten verhoord. Twee van hen werken op de Albert Cuyp, de ander heeft daar vroeger gewerkt en is later naar een andere markt verhuisd. Een vierde marktmeester, van de markt op het Gulden Winckelplantsoen in Amsterdam-West, is vorig jaar ontslagen omdat bij een intern onderzoek was gebleken dat hij zou hebben 'gesjoemeld' met de toewijzing van plaatsen, aldus een woordvoerder van het stadsdeel Bos en Lommer.

Justitie in Amsterdam onderzoekt of de andere marktmeesters zich ook schuldig hebben gemaakt aan het aannemen van steekpenningen. “Steekpenningen, steekpenningen.” Dat vindt D. Vermeulen wel een erg groot woord. De voorzitter van stadsdeel De Pijp, politiek verantwoordelijk voor de Albert Cuyp, spreekt van 'fooien'. Want hoe gaat zoiets: de meester loopt dagelijks over de markt om de plaatsgelden te incasseren. Dat gaat allemaal contant en dan is het al gauw: 'Hou die piek, hou die knaak wisselgeld maar'.

“Je moet de huid van een olifant hebben”, zegt een van de marktmeesters van de Ten Katemarkt in Amsterdam-West. Het imago van zijn beroep is volgens hem beschadigd. Marktkooplui sissen hem geregeld 'zakkenvuller' toe. Halverwege de dag int hij de betaling voor de 'losse plaatsen'. “Dan krijg je wel eens een afrondingstip. Dan heb ik het over kwartjes, hè. Of je krijgt een bakkie koffie. En daar wordt dan mee gesuggereerd dat je fraudeert.”

Als marktmeester verdeelt hij de standplaatsen en controleert of degene die zich 's ochtends bij hem heeft aangemeld, inderdaad zelf aanwezig is. Dat zijn de vaste-plaatshouders en degenen die 'loten' om een van de plaatsen die overschieten, mensen die wel een vergunning hebben maar te laag op de wachtlijst staan om recht te hebben op een vaste plaats.

'Loting' is niet helemaal het juiste woord: de lege plaatsen worden, voor 30 à 35 gulden per dag, verdeeld aan de hand van de volgorde op de wachtlijst. Daarbij is fraude niet zo makkelijk. L. van Veen verkoopt al 35 jaar kleding op de Albert-Cuypmarkt. “Iedereen heeft een nummer. Als een loteling weet dat iemand met een hoger nummer dan hij wèl een plaatsje krijgt en hij niet, dan pikt-ie dat toch niet?”

Voor uitkeringsfraude op de markt verwijst J.E. Thedinga, directeur van de dienst marktwezen in Amsterdam, naar de sociale dienst. Hij heeft geen enkel middel om te controleren of de kooplui op de markt frauderen. “Ze zijn zelfstandige ondernemers, ik mag ze nog niet eens om hun sofi-nummer vragen.”

Over de marktmeesters heeft hij wel iets te zeggen. Hun positie is enigszins kwetsbaar zegt hij, zoals van iedere ambtenaar die solitair werkt. Hij is voor een roulatiesysteem, waarbij een meester niet te lang op dezelfde markt werkt. “Dat hadden we ook, maar het is bij de decentralisatie van twee jaar geleden verdwenen.”

Verder wil hij 'geldcontact' op de markt zoveel mogelijk vermijden. Betaling van plaatsgeld zou eigenlijk per acceptgiro moeten gaan, dan ben je meteen van alle praatjes af. Thedinga raadt de marktmeesters altijd af een fooi te accepteren. “Ik ontraad ze zelfs ook maar een sinaasappel op hun eigen markt te kopen.” Een praatje is zo in de wereld, zeker als die wereld niet groter is dan een paar honderd kramen. Thedinga heeft dat zelf als marktbeheerder wel meegemaakt. Op het eind van de dag wilde hij iets meenemen naar een etentje en kocht-ie nog even gauw een ananas op zijn markt. “Gelukkig was er een getuige bij dat ik had betaald, want de volgende dag zeiden de kooplui al dat ik gratis fruit aannam.”