Marihuana en meer

Op 5 november wordt in de Ahoy' in Rotterdam het derde Highlife-festival georganiseerd met optredens van de rapgroepen Cypress Hill en Osdorp Posse, een hennep-modeshow en coffeeshop-verkiezingen. Aanvang 15u45. Inl 010-4104204.

Soft-druggebruikers in Nederland gedragen zich als tienerfans. Ze hebben posters van bloeiende hennepplanten aan de muur, dragen t-shirts bedrukt met hennepblaadjes, kopen stuffdoosjes met ingelegde weedbladeren van ivoor op het deksel, en als ze ook nog zelf weed kweken wordt er een foto-boek bijgehouden met kiekjes van de oogst. Althans, dat is het beeld dat zich opdringt aan de lezer van het Nederlandse tijdschrift Highlife. 'Alles over marihuana en méér' is de ondertitel, en inderdaad kan de gebruiker zich in het oktobernummer 140 bladzijden lang laven aan artikelen over blowers op Internet, hennepteelt in de negentiende eeuw en modereportages van kleren gemaakt van hennep. Daarnaast wordt er natuurlijk aandacht besteed aan de huisteelt. Hoewel we lezen in 'Groei & Bloei', de kweekrubriek van voormalig protestzanger Armand, dat weed gekweekt op steenwol het niet haalt bij 'buiten-planten' - gegroeid op aarde - zijn de tips in Highlife voornamelijk afgestemd op de kweek binnenshuis.

Na bestudering van het artikel 'Eigen teelt: Hobby of Ergernis' wekt het verbazing dat er überhaupt nog mensen aan beginnen. De apparatuur vergt een grote investering - een installatie die de toediening van voedingselementen reguleert schijnt tussen de 20.000 en 40.000 gulden te kosten -, en het dag en nacht belichten van de kweek leidt tot een hoge energierekening. Hennep is bovendien een uiterst gevoelig soort netel. Bij het minste of geringste (verkeerde vochtigheid, temperatuur of plantdichtheid) slaan de planten aan het schimmelen.

Behalve in dit soort praktische artikelen, is de toon van Highlife, waarvan de frisse vormgeving doet denken aan die van een computerblad, jolig en een beetje zelfgenoegzaam - met veel uitroeptekens en rokersjargon. Door dit 'incrowd'-gevoel is de charme van dit tijdschrift voor niet-blowers beperkt. Dat het ook anders kan laat de Amerikaanse pendant van Highlife, het maandblad High Times, zien.

Als marihuana in Amerika in de zelfde mate getolereerd werd als in Nederland zou High Times misschien net zo kneuterig zijn als Highlife. Maar vooralsnog profiteert High Times van het ondergrondse image dat soft-drugs en hun gebruikers hebben. Hier komen de artikelen niet eens toe aan het beschrijven van schimmelende planten, er moet eerst worden verteld hoe de kweker zich kan indekken tegen de geraffineerde opsporingstechnieken van de federale overheden.

High Times is niet alleen in die zin spannender, het leunt dankzij het illegale karakter van haar onderwerp ook dichter tegen andere 'underground'-bewegingen aan dan Highlife. Er wordt aandacht besteed aan krakersrellen in New York, en aan beginnende popgroepen die, toevallig, ook nog weedplantages hebben in de kelder. In het oktobernummer staat verder een tragisch verhaal over Jimmy Montgomery die sinds 1990 in de gevangenis zit wegens bezit van een ons marihuana. Montgomery raakte twintig jaar geleden bij een bedrijfsongeluk aan het onderlichaam verlamd en gebruikte marihuana als middel tegen spierspasmes. Nu is hij dubbel gestraft: met opsluiting èn ontzegging van zijn geneesmiddel.

De stijl van schrijven in High Times is serieuzer en afstandelijker dan in Highlife, vanzelfsprekend gevolg van de grimmiger sfeer in Amerika rond soft-drugs. Maar in een opzicht lijken Highlife en High Times toch op elkaar: beiden brengen foto's van wulps bloeiende hennepplanten, als ware het pin-ups.