Levensstandaard Westen blijft ook met vrije markt een droom; Economie in Oost-Europa groeit 4,4 pct

PRAAG, 2 NOV. Een groot deel van Oost-Europa groeit weer na vijf jaar van economische ontberingen. Maar voor de burgers is de westerse levensstandaard een droom die ver buiten hun bereik ligt. En in de voormalige Sovjet-Unie, met uitzondering van de Baltische staten, zou groei een significante prestatie zijn nu de economie minder snel terugvalt. Alleen Slovenië, dat al bloeide ten tijde van het meer flexibele Joegoslavische communisme, heeft volgens economen een kans om de levensstandaard in de Europese Unie te benaderen, maar dan niet binnen vijftien jaar.

De Oost-Europabank heeft gisteren bekendgemaakt dat in tien landen in Oost-Europa en in de Baltische Staten het bruto binnenlands produkt (bbp) volgend jaar met 4,4 procent stijgt, tegen 3,8 procent dit jaar. De snelste groei van rond de zes procent wordt verwacht in Polen, Slovenië, Estland en Albanië.

Om te zeggen dat de ineenstorting van het communisme traumatisch is geweest voor de Oosteuropeanen, en zeker voor de ex-Sovjetburgers, is een understatement. Zonder uitzondering komt hun produktie met moeite op gang. Van de vijfentwintig landen die door de Europese Bank voor Reconstructie en Ontwikkeling (EBRD) beoordeeld worden, is er nog niet één terug op het niveau van het reële bruto binnenlands produkt van 1989.

Polen beleeft nu zijn vierde jaar van economische groei. Het land is herrezen uit de economische recessie die ontstond door de ineenstorting van het communistische economische en handelssysteem. Maar uit cijfers die gisteren zijn verschenen in het EBRD Overgangsrapport 1995, blijkt dat het Poolse bbp, gecorrigeerd voor inflatie, dit jaar slechts 97 procent bedraagt van het niveau van 1989. Slovenië zit op bijna 94 procent en Hongarije, Tsjechië en Slowakije zitten rond de 85 procent.

Het slechtst gaat het met de voormalige Sovjet-Unie. Het Russische bbp zit nog onder de helft van het niveau van 1989. Onderaan de ranglijst staat het turbulente Georgië, dat op zeventien procent staat.

Maar tegen deze achtergrond zijn de vooruitzichten niet zo somber naarmate de pijnlijke omschakeling van het staatssocialisme zijn vruchten afwerpt. De EBRD, opgezet om Oost-Europa te helpen met het opzetten van markteconomieën, voorspelt dat bijna alle post-communistische economieën dit jaar zullen groeien. Met uitzondering van de leden van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS).

Leon Podkaminer, econoom van het Weense Instituut voor Vergelijkende Economische Studies, zegt dat niet alleen de langverwachte groei hoopgevend is, maar ook dat de voormalige Oostbloklanden nu een vorm van markteconomie hebben opgebouwd. “De recessie is nu voorbij en ik denk dat de institutionele veranderingen nu niet meer teruggedraaid kunnen worden.”

De mate van verandering is sterk verschillend. Zo loopt Tsjechië voorop met massale privatiseringen, maar aarzelt Bulgarije, nu de regering weer geleid wordt door de voormalige communisten. Maar Podkaminer is optimistisch dat de veranderingen in de juiste richting gaan. “Ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat al deze landen zijn toegetreden tot de club van markteconomieën,” zegt hij. “Natuurlijk geldt dat niet voor het GOS. Dat is een geval apart.”

In het GOS is alles anders. De EBRD voorspelt dat het Russische bbp dit jaar met drie procent zal krimpen, ofschoon dat een grote verbetering is ten opzichte van de jaren 1991 tot 1994. Toen kromp de produktie met dubbele cijfers. Het Internationale Monetaire Fonds zei eerder dit jaar tekenen te zien van een beginnend herstel van de Russische economie. En het Weense instituut voorspelt dat de daling van het bbp binnen twee tot drie jaar ten einde zal zijn.

Landen als Tsjechië lijken klaar voor jarenlange groei, tegenvallers daargelaten. Maar Hongarije bijvoorbeeld - dat te lijden heeft onder een hoge schuld, een groot begrotingstekort en een gebrek aan deviezen - neemt niets voor lief. “Ons devies is stabiele, houdbare economische groei,” zei de Hongaarse minister van financiën Lajos Bokros. “Als we het klaarspelen om een politiek zeer moeilijk te verkopen economisch beleid te voeren - wij hebben wellicht het strengste versoberingsprogramma in Europa - kunnen we de basis voor een exportgeleide en houdbare groei herstellen.”

Maar dit laat één vraag onbeantwoord: wanneer zal de Oosteuropese levensstandaard die van het westen bereikt hebben - als dat al ooit lukt? Niet binnen een groot aantal jaren, luidt het antwoord.

Verscheidene Aziatische landen en koloniën hebben al laten zien dat het mogelijk is in één generatie op te klimmen van de Derde tot de Eerste Wereld. Hongkong bijvoorbeeld heeft nu een hoger bbp per hoofd van de bevolking dan zijn koloniale machthebber Groot-Brittannië. Maar hiervoor is meer nodig dan een decennium lang dubbele groeicijfers en een hoop zwaar werk verrichten.

Slovenië - het rijkste land uit de communistische wereld totdat Joegoslavië ophield te bestaan - heeft een kans het westerse niveau te bereiken nu het al een bbp per hoofd heeft van bijna zesduizend dollar per jaar. Het Weense instituut heeft berekend dat Slovenië het gemiddelde van de Europese Unie rond 2010 heeft behaald, mits het land het groeicijfer van vijf procent kan vasthouden. De Tsjechen hebben eveneens een kans, alhoewel zij slechts drieduizend dollar per jaar verdienen, ongeveer eentiende van wat hun (West)Duitse collega's krijgen. Zulke getallen illustreren hoe diep Oost-Europa tijdens het communisme achterop is geraakt vergeleken met het westen. Vòòr de Tweede Wereldoorlog behoorden de Tsjechen tot de welvarendste Europeanen.

Voor de rest zullen ze geduldig moeten wachten. “Dat is een zeer lang proces,” zegt Podkaminer. (Reuter)