Humanistische dilemma's

Aan de muur van het lokaal hangen door de kinderen zelf gemaakte affiches met teksten over het humanistisch vormingsonderwijs (HVO). 'HVO is te gek, niemand is er gek', zo valt er op een van de affiches te lezen. Op het vel dat er naast hangt staat: 'HVO is de best, niemand wordt er ooit gepest'. Iets moeilijker te bevatten is de uitroep: 'HVO is super dodelijk', maar, zo legt HVO-juf Thea Dalebout uit, deze woorden moeten worden opgevat als een compliment, want in postmodern Rotterdams betekenen ze zoveel als 'hartstikke tof'.

Elke donderdag is HVO-leerkracht Dalebout op montessorischool Jan Prins in hartje Rotterdam. Ongeveer 150 leerlingen, verdeeld over zeven groepen komen tussen half negen en drie naar het handenarbeidlokaal waar 'humanistisch' wordt gegeven. Een ander, minder groot deel van de gemêleerde schoolbevolking gaat naar bijbelles en sinds dit jaar volgen ongeveer dertig kinderen islamitisch godsdienstonderwijs op deze openbare montessorischool. Hoewel Thea Dalebout nog veel kinderen van buitenlandse komaf in haar groepen over heeft, zorgde de komst van het islamitisch godsdienstonderwijs wel voor een kleine teruggang. Ze houdt toch nog zo'n 450 kinderen over die ze wekelijks HVO geeft, want de andere dagen van de week is Dalebout nog op zes scholen in de Hoekse Waard te vinden. 'Een wereld van verschil', zo laat ze meteen weten. 'Wat kinderen hier in de Rotterdamse binnenstad meemaken is soms beangstigend. Ze praten over vechtpartijen, ruzies waar met kapmessen op elkaar wordt ingehakt. En daar kom ik dan aan met een lesje humanistisch onderwijs waar we het hebben over waarden en normen.'

In de lessen van Dalebout wordt over alles gepraat. Over discriminatie, vriendschap, dromen en het uiterlijk. Maar ook over vragen als: wie ben ik, wat vind ik eng, waarom wordt er gepest. De kleintjes krijgen verhalen verteld over dit soort onderwerpen en praten er daarna over. Bij de grotere kinderen wordt naast het kringgesprek gebruik gemaakt van spelvormen.

In de onderbouwgroep gaat het vandaag over griezelige dingen en bang zijn, maar ook ineens over het bestaan van God. Als de juf vraagt hoeveel kinderen er in God geloven gaan toch zeker vijf van de vijftien vingers omhoog. Romario, ongeveer zeven, denkt dat God iemand is die 'de mensen in elkaar zet'. Maar zijn evenoude buurman Jochem is het daar niet mee eens: 'Dat doen je vader en je moeder.' En juf Thea doet daar nog een schepje bovenop door te zeggen dat zij helemaal niet in God gelooft, 'maar in mensen'.

Een volgend moment is het woord roffelen goed voor een discussie over ruzie op het schoolplein. Via roffelen komen de kinderen op rochelen en vandaar op elkaar in het gezicht spugen. 'Wat doe je als dat met jou gebeurt?', vraagt Dalebout aan de kring met kinderen. Jochem zou het oplossen door flink te schoppen. Maar Lianne gaat er over praten 'als diegene dat wil' en ze zou proberen vrienden te maken. De lessen van Dalebout bestaan niet louter uit associatieve discussies over onderwerpen die de kinderen bezighouden, er schuilen wel degelijk grote humanistische thema's achter het programma. 'Respect voor de ander, gevoel van eigenwaarde en zelf de verantwoordelijkheid nemen', zo omschrijft ze er een aantal, en zelfs het woord 'naastenliefde' valt. 'Wij humanisten', zo voegt er aan toe 'willen ons niet beroepen op een hogere macht.' Daarnaast vindt ze het belangrijk dat kinderen leren om in een groep voor hun mening uit te komen en naar elkaars argumenten te luisteren.

Na de pauze komt de bovenbouwgroep met een denderend kabaal het lokaal binnenstormen. 'Houd je mond anders ga ik je helemaal beuken', sist Rachid tegen een klasgenoot, maar als hij juf Thea in de gaten krijgt laat hij er met een poeslieve blik op volgen: 'maar niet heus.' Het onderwerp geweld staat centraal bij de oudste leerlingen. Juf Thea heeft vier grote witte vellen bij zich met de teksten: wat is geweld, geweld op het schoolplein, geweld op straat, geweld in de school. In kleine groepjes mogen de leerlingen erbij schrijven waar ze bij deze woorden aan denken. Hun associaties spreken duidelijke taal: doodschieten, verkrachten, vechten, tieten knijpen, beroven, met drugs omgaan. Bij geweld op het schoolplein noteren twee jongens 'racisme'en ze leggen uit waarom: de ene wordt voor 'zwarte aap' uitgemaakt, de andere voor Bosniër.

Juf Thea neemt de vellen mee naar huis om ze te bestuderen. De volgende keer praten ze er over door. Met de volgende bovenbouwgroep die zich aandient worden de dilemma's die zich rond het thema geweld voordoen uitgespeeld in toneelstukjes. Vragen als moet je geweld met geweld beantwoorden, mag je eigen rechter spelen, roep je de hulp van een ander in als je het zelf niet aankunt, worden daarna in de kring ter discussie gesteld.

'Als ik niet boos ben dan praat ik' zo verklaart Rachid met het nodige zelfinzicht zijn eigen gedrag, 'maar als ik wel boos ben dan word ik driftig en dan kan ik iemand wel mollen.'

Thea Dalebout geeft nu twaalf jaar humanistische vorming op openbare basisscholen. De lessen maken deel uit van het facultatieve levensbeschouwelijk onderwijs en worden gesubsidieerd door de gemeente. 'Maar ondanks het feit dat iedereen de mond vol heeft over het bijbrengen van normen en waarden aan de schooljeugd, wordt de geldkraan steeds verder dichtgedraaid. De Rotterdamse jeugd is goed voor 140 uur humanistisch vormingsonderwijs, rekent ze voor, maar door een forse bezuiniging krijgen de HVO-leerkrachten nog slechts voor 80 uur betaald. 'Om toch alle kinderen HVO te geven, leveren we allemaal geld in', verklaart Dalebout en ze verzucht over dit dilemma: 'De gemeente Rotterdam zal dat wel een mooie oplossing vinden.'