Hockeysters na oefenduels opgewekt naar Zuid-Afrika

DEN HAAG, 2 NOV. Het spel was weinig verheffend, maar de overwinning maakte zoals gebruikelijk veel goed. Op het kletsnatte kunstgras van hoofdklasser HDM uit Den Haag versloeg de Nederlandse vrouwenploeg gisteren met 1-0 Duitsland, sinds een aantal jaren niet meer dan een subtopper in het internationale hockey.

Nationaal topscorer Wietske de Ruiter rondde met een harde uithaal een fraaie solo van collega-spits Ellen Kuipers af en tekende daarmee in het begin van de tweede helft voor de enige treffer van de avond. “We hoeven niet meteen de vlag uit te hangen, maar we stappen nu tenminste het vliegtuig in met het idee dat we een meer dan goede kans maken op kwalificatie”, sprak bondscoach Tom van 't Hek na afloop tevreden.

Het duel van gisteren tegen Duitsland, een dag eerder in Bloemendaal ook al bedwongen (3-1), was de laatste oefeninterland van de hockeysters in de aanloop naar het pre-olympische kwalificatietoernooi in Zuid-Afrika, dat over amper twee weken begint. Op het elfdaagse plaatsingstoernooi in Athlone, een buitenwijk van Kaapstad, speelt de nationale ploeg een halve competitie tegen Canada, Groot-Brittannië, Zuid-Korea, China, Argentinië, Zuid-Afrika en Duitsland. De bovenste vijf verzekeren zich van deelname aan de Olympische Spelen van volgend jaar in Atlanta en voegen zich bij de drie teams die zich al geplaatst hebben: wereldkampioen Australië, gastland de Verenigde Staten en olympisch titelverdediger Spanje. Morgen maakt Van 't Hek zijn definitieve selectie bekend. Van de achttien speelsters vallen er twee af.

Sinds de hockeysters eind juni in Amstelveen de Europese titel behaalden, de eerste internationale hoofdprijs in vijf jaar, speelde de ploeg zeven oefeninterlands tegen achtereenvolgens Argentinië, Canada en Duitsland. Alleen de eerste van de drie sparringpartners bleek drie maanden geleden te sterk voor het gezelschap van Van 't Hek. Nadat de eerste ontmoeting in 0-0 was geëindigd, won de vice-wereldkampioen uit Zuid-Amerika de tweede wedstrijd overtuigend met 2-1. De nederlaag tegen de technisch vaardige ploeg kwam de bondscoach niet ongelegen. Argentinië is op 15 november Oranjes eerste tegenstander op het plaatsingstoernooi in Zuid-Afrika. Van 't Hek beseft dat het beter afslaan is tegen een sterke dan tegen een op papier mindere opponent, die bovendien in de voorbereiding al is verslagen.

De oud-international waakt daarom voor euforie na de vijf opeenvolgende zeges - drie op Canada, twee op Duitsland - aan de vooravond van de ogenschijnlijk eenvoudige hindernis op weg naar Atlanta. “Het wordt geen walk-over, zoveel is zeker. In Zuid-Afrika spelen straks nauwelijks landen waar je zomaar even van wint.” Om zijn beweringen te staven, verwees hij naar Zuid-Korea, China en Zuid-Afrika, ploegen die zich al geruime tijd intensief voorbereiden op het kwalificatietoernooi.

Ruim een jaar geleden maakte de bondscoach zijn debuut in de uitwedstrijd tegen Duitsland als opvolger van Bert Wentink, de onervaren Tilburger onder wiens leiding de vrouwen de wereldtitel verspeelden op het WK in Dublin. Na afloop van het verloren oefenduel (4-3) constateerde Van 't Hek in Essen een gebrek aan mentale hardheid en karakter. Gisteren stelde hij opgewekt vast dat zijn selectie intussen het stadium van volwassenheid heeft bereikt en de vaste vorm gevonden lijkt.

Volgens Van 't Hek is sprake van een gedreven en taakbewust elftal dat in een hoog tempo en desnoods met fysiek spel gedurende de zeventig minuten een tegenstander kan vastzetten. “In vergelijking met het EK hebben we ons wat dat betreft zichtbaar verbeterd. We kunnen weer tegen iedereen spelen. Dat is een geruststellende gedachte en geeft vertrouwen, zonder dat dat overigens mag doorslaan naar arrogantie.”

De coach is bovendien verheugd over de heersende teamgeest. De onderlinge rivaliteit - voorheen niet zelden spelbreker op een groot toernooi - behoort voorgoed tot het verleden, onderstreepte Van 't Hek. “Zodra iemand om wat voor reden dan ook niet speelt, bestaat daar gelukkig begrip voor. Mooier kan een coach 't niet hebben.”