Het platte surrealisme van het beeldscherm; Alles is goed, zo lang het maar beweegt

Steeds meer informatie komt tot ons via het beeldscherm, en dat stelt nieuwe eisen aan grafische vormgeving. Veel van die vormgeving oogt imposant, maar betekent weinig. Zie bijvoorbeeld The Flat Space: een bombardement van beelden, vervloeiend tot een orgie van indrukken. 'Barmhartig is het geluid geëlimineerd.'

The Flat Space. Nederlands grafisch ontwerpen en illustratie voor computer- en televisiescherm. Vormgevingsinstituut, Keizersgracht 609, Amsterdam. T/m 26 nov. Inl 020-5516500.

Van 7 t/m 9 nov vindt de derde 'Doors of Perception' plaats, een serie workshops en een conferentie over de invloed van de moderne informatietechnologie, in het Vormgevingsinstituut, De Balie en Paradiso in Amsterdam. Parallel hieraan is er ook een avondprogramma 'Open Doors' in Paradiso (6 t/m 8 nov) met presentaties van kunstenaars, ontwerpers en media-experts. Inl en Res 020-6202679.

Good evening and welcome. Welkom in de wereld van de leader, de bumper en de web-site. Welkom in de digitale wereld waarin wat je ziet niet is en wat is niet gezien wordt, de wereld waarin werkelijkheid pas werkelijkheid wordt als het virtual reality is. Welkom in de wereld waar het Engels de voertaal is, de Brave New World.

In het Vormgevingsinstituut te Amsterdam, bij de meer traditioneel ingestelde kunstliefhebber beter bekend als wijlen museum Fodor, is een kleine expositie gewijd aan de elektronische toekomst. Of beter, aan de toekomst zoals die zich nu manifesteert op de televisie, op de computer, en op de 'digitale snelweg'. De tentoonstelling The Flat Space vraagt aandacht voor de vormgeving van informatie via het beeldscherm, het 'gladde ijs waarop steeds meer vormgevers zich begeven'.

Het wonderlijke van het begrip 'Toekomst' (altijd met een hoorbare hoofdletter) is dat het zich altijd in maar twee gedaanten aandient: als heilsverwachting of als ondergangsfantasie. Toekomst als niets anders dan naderend heden bestaat blijkbaar niet; het woord is besmet met een religieuze bijklank.

The Flat Space wordt gepresenteerd als iets nieuws, als een radicale breuk met het verleden, tot de titel aan toe. Het gebruik van de Engelse taal moet verhullen dat 'de platte ruimte' precies datgene is waar grafische vormgevers zich altijd al mee bezig hebben gehouden. De presentatie van gesuggereerde diepte op papier dan wel de beklemtoning van de twee dimensies zonder enige illusie van een derde, is nu juist het grote formele thema in de kunstgeschiedenis. En van alles wat daarop parasiteert, zoals deze grafische vormgeving.

Als 'de platte ruimte' geen nieuw concept is, wat is het dan wel?De tentoonstelling van die naam beslaat twee wanden in de hal van het Vormgevingsinstituut met daarin 22 schermen, groot en klein, die simultaan kunstjes vertonen. Een introducerend filmpje voor een tv-programma (leader) naast een programma voor cd-i (interactieve televisie) naast een menu voor Internet - het wordt allemaal tegelijkertijd vertoond alsof het leden zijn van één familie. De video-vorser weet beter: het zijn verschillende stammen, ieder met een eigen code. De een verwarren met de ander leidt tot niets dan onbegrip en misverstand.

Uiteraard ontbreekt die waarschuwing in de bijbehorende folder. Bij alles wat visueel is wordt er vanuit gegaan dat begrip vanzelf volgt; het woord wordt beschouwd als de natuurlijke vijand van het beeld, alleen te tolereren in een andere taal. Welkom in de wereld zonder tekst en uitleg.

Wàt we te zien krijgen is een parade van rijp en groen. Studenten van de Rietveld tonen hun werk naast dat van ervaren vormgevers als Max Kisman en Rob Schröder, pioniers van het eerste uur als Jaap Drupsteen naast Web-apostelen als die van Mediamatic, eigenzinnige illustrators als Walter van Lotringen naast gevestigde bureaus als Premsela Vonk en Studio Dumbar, een moloch als NOB Design naast een individu als Nanette Hoogslag. Het is van dit en dat, van alles wat. Het selectie-criterium schijnt te zijn geweest: alles is goed, zo lang het maar beweegt.

“De monitoren zijn opgesteld op een manier die in de verte doet denken aan de manier waarop schilderijen tot in de vorige eeuw aan de muur hingen: zonder veel tussenruimte naast en boven elkaar,” meldt de folder. Zo is het maar net, al vergeet de auteur dat een geheel van statische beelden nog wel in één oogopslag overzien kan worden, maar dat deze combinatie van dynamische beelden met hun hoge tempi en veelkleurige explosies op het netvlies vervloeien tot een orgie van indrukken. (Barmhartig is het geluid geëlimineerd.)

Iemand heeft 'kunst' eens gedefinieerd als 'een machine die niet werkt'. Conform dat idee betreft het hier een kunstzinnige presentatie: de 'machines' doen niet waarvoor ze ontworpen zijn. Cd-i's zijn niet interactief, maar 'gesimuleerd interactief' (de hand die het beeld aanraakt is onderdeel van de vertoning), cd-roms kunnen niet beproefd worden, web-sites niet bezocht. Sterker nog, het materiaal kan niet goed bekeken worden, want hoe de bezoeker zich ook opstelt, altijd ziet hij meer dan één programma. En dat was, van geen der ontwerpers, de bedoeling.

Niet alleen de opstelling van dit voorproefje van de toekomst is ontleend aan het verleden, ook de beeldtalen zijn oude bekenden. Het nieuwe bestaat slechts uit meer van hetzelfde. Aan de ene kant zien we de geschematiseerde taal van de cartoon (Max Kisman is de Dick Bruna van de elektronica), aan de andere kant de surrealistische beeldtaal waarin objecten van plaats hebben gewisseld. Lichaamsdelen zijn door voorwerpen vervangen of geknutseld tot collages van handen en ogen. Het idioom is dat van de omkering: boven is onder, dood is leven, droom is waken. Het oogt allemaal heel imposant, maar het betekent niks.

Het surrealisme was de toepassing van een literaire vorm in een beeldend milieu, een uitzondering in de kunstgeschiedenis. Clement Greenberg, de paus van het modernisme, betitelde het als a confusion of the arts en deed het in de ban. In de beeldende kunst heeft het geen traditie kunnen vormen, daarbuiten des te meer.

Iedere modefotograaf met pretenties, elke illustrator met een hang naar het duistere, iedere videomaker met een verlangen naar verdieping graait in dit vocabulair van paspoppen, klokken zonder wijzers, onthechte ledematen en slagschaduwen. Het is een jargon geheel opgebouwd uit sleutelwoorden die naar niets verwijzen dan naar zichzelf.

Als iets het kenmerk is van deze vormgeving dan is dat het teveel. Overdaad is de norm; het flitst, draait, rolt en tolt dat het een aard heeft, in alle kleuren van de regenboog, in een niet-aflatend bombardement van beelden. Met als treurige resultaat: een som die minder is dan het geheel der delen.

Het doet allemaal denken aan de begintijd van de PC toen elke nieuwbakken gebruiker brieven produceerde met behulp van wel vijf lettertypen in tenminste tien corpsen, cursief, vet en romein, alles door elkaar. Het dient allemaal nergens toe, maar men doet het toch. Omdat, zoals de bergbeklimmer zei, het nu eenmaal kan.