Het 'Dammer kartel'

WAARIN EEN KLEIN LAND groot kan zijn. Nederland is sluipenderwijs een geduchte producent van drugs geworden. Terwijl televisiekijkers verbijsterd getuige zijn van de onthullingen bij de parlementaire enquête-commissie IRT, die zich bezighoudt met de gecontroleerde doorlating van tientallen containers vol geïmporteerde softdrugs (en een beetje harddrugs), komen twee andere drugsberichten in het nieuws.

Daar is allereerst de bewering van een medewerker van de CRI dat Nederland de grootste producent in Europa is van synthetische drugs. Dat komt niet doordat Rotterdam zo'n grote haven heeft of doordat Amsterdam de stapelplaats van de Europese drugsmarkt is. Dit zijn binnenlandse laboratoria die XTC, amfetamines en andere peppers voor het genot produceren. De CRI-medewerker vergeleek de internationale positie van Nederland op deze markten met die van Thailand en Colombia op het gebied van respectievelijk heroïne en cocaïne. De grondstoffen halen de Nederlandse producenten bij noodlijdende (en goedkope) chemische producenten in Oost-Europa, een fraai staaltje van inzicht in de nieuwe intra-Europese handelsbetrekkingen na de val van het communisme.

Het andere bericht is het pleidooi dat minister Sorgdrager (justitie) in de Franse krant Le Figaro hield voor 'nederwiet', de marihuanateelt van Nederlandse bodem. Die is, verzekerde ze, van uitstekende kwaliteit. “Wij geven er de voorkeur aan dat de gebruikers Hollandse hasj roken. Deze is minder duur en minder gevaarlijk dan de drugs uit Marokko en Pakistan”, aldus de minister. Zo'n aanbeveling om nationale genotmiddelen te nuttigen, moet ze gedacht hebben, zal de Fransen vertrouwd in de oren klinken. Die zijn tenslotte ook verzot op wijn, baguette en kaas van eigen bodem.

DE NEDERLANDSE tuinbouwsector heeft zijn toonaangevende internationale marktpositie te danken aan de hoogwaardige produktiestructuur, technische innovatie en een uitgekiend distributiesysteem. Dezelfde agrarische infrastructuur is gebruikt bij de ontwikkeling van de nederwiet. Ook hier gaan onderzoek, zaadveredeling, verbetering van teeltmethodes en van de kwaliteit hand in hand met een fijnmazig distributiesysteem. Wat werkt voor tulpen, werkt ook voor de derivaten van de hennep. Na enkele jaren van experimenteren produceert Nederland tegenwoordig wiet van wereldkwaliteit.

De opkomst van de nationale bedrijfstak voor softdrugs en synthetische drugs kan met recht een toepassing van de beginselen van de koopman en de dominee in de nationale volksaard worden genoemd. Terwijl de dominee preekte van gedogen in het softdrugsbeleid, zag de koopman nieuwe kansen. Niet alleen op de binnenlandse markt, ook voor de export. Deze nieuwe economische activiteit werd oogluikend toegestaan omdat de coffeeshops die via de voordeur mogen verkopen niet anders dan via de achterdeur kunnen worden bevoorraad. Van hogerhand wordt het nationale produkt zelfs bij de consument aanbevolen.

KOOP NEDERLANDSE WAAR dan helpen wij elkaar, heette het tijdens de naoorlogse wederopbouw. Het was een goedbedoelde vorm van protectionisme, de voorkeur voor nationaal geproduceerde goederen met als doel de binnenlandse markt, de werkgelegenheid en de welvaart te bevorderen. In die jaren bestonden er nog strikte beperkingen op het vrije verkeer van kapitaal en goederen, terwijl de welvaartsverhogende voordelen van vrije handel kort na de Tweede Wereldoorlog nog niet waren (her)ontdekt.

Vanuit de belangen van de nederwiet-branche komt de IRT-enquête in een ander economisch daglicht te staan. De enquête houdt zich bezig met de aanpak van geïmporteerde softdrugs en die vormen de concurrentie voor de nationale oogst. Hoe meer Zuidamerikaanse of Turkse drugs buiten de grenzen worden gehouden, des te beter voor de nationale produktie. Onbedoeld fungeert de IRT-enquête als een juridisch instrument voor de marktbescherming van de teelt van eigen bodem.

EEN AANTAL JAREN geleden financierde Nederlandse ontwikkelingshulp projecten in het Andes-gebied om indiaanse boeren te bewegen niet langer coca-planten te verbouwen, maar over te schakelen op koffie of andere onschuldige tropische gewassen. Nog niemand heeft geopperd om eens een soortgelijk project in eigen land te beginnen waarbij marihuana-telers worden aangemoedigd over te stappen op komkommers of gladiolen. In het nationale gedoogklimaat zal dat ongetwijfeld even weinig succes hebben als de pogingen om de 'campesinos' over te halen andere gewassen te verbouwen.

In Nederland verschijnen geregeld berichten over de drugsbaronnen van het Cali- of Medellín-kartel in het verre Colombia. Maar onopgemerkt, en nauwelijks bestreden, is het nationale 'Dammer kartel' van drugs ontstaan.