Het behaaglijke interieur van de Nederlandse winkel; Tot eer van het hebbeding

Niet alleen de particulier, maar ook de middenstand doet aan cocooning. Dat blijkt uit het boek de tentoonstelling 'Bijzondere Nederlandse Winkelinterieurs' en het erbij horende fotoboek. De winkel als trefpunt in de gemeenschap.

Bijzondere Nederlandse Winkelinterieurs, t/m 7 nov. in Kunstzaal Achter den Dom, Achter den Dom 14, Utrecht, ma 12-17u, di t/m za 10-17u, zo 13-17u. Boek ƒ 24,95.

Donzen dekbedden en toverballen, fluweel en houtnerf: het zijn willekeurige associaties die ontstaan bij het zien van met de hand ingekleurde zwart-wit foto's. Vaak zijn dat oude ansichten, maar fotograaf Jan Bartelsman heeft de speciale bekoring van deze techniek goed begrepen en er zijn handelsmerk van gemaakt. Bartelsman gebruikt de techniek, of het 'concept' zoals hij het noemt, onder meer voor interieurfoto's. Twee jaar geleden verscheen van hem een boek met Nederlandse café-interieurs; eind volgend jaar komen de restaurant-interieurs en nu is er het boek met de wat pretentieuze titel 'Bijzondere Nederlandse Winkelinterieurs: Een fotografische ontdekkingsreis langs Nederlandse winkels'. Het zijn stuk voor stuk grote commerciële projecten, die door de deelnemende bedrijven worden gefinancierd.

De foto's van de Nederlandse winkelinterieurs - het zijn er liefst 190 - worden nu in Utrecht tentoongesteld. Helaas heeft de zorg die aan de foto's is besteed, ontbroken bij het inrichten van de expositie: de lange rijen foto's hangen niet recht, op al het glas zitten vette vingerafdrukken, de plastic draadjes hangen er onderuit, op één foto zit zelfs nog een plastic transporthoekje geklemd. Wel is, beter dan op de kleinere afdrukken in het boek, te zien welke glans van begeerlijkheid de olieverf legt over al die zorgvuldig ingerichte winkels met al hun mooie spullen - de sieraden, de bankstellen, de kleding, de brillen, de oude jukeboxen.

Het is verbijsterend te zien hoe veel zorg en (financiële) inspanning er aan de inrichting en de inventaris is besteed. Onlangs werd op het nieuws gezegd dat duizenden kledingzaken de deuren moeten sluiten, maar van malaise is hier geen spoor: het is alles welvaart en behaaglijkheid wat de klok slaat. Niet alleen de particulier thuis, maar ook de middenstand doet aan cocooning. Winkelen is steeds minder een noodzaak geworden en steeds meer een aangename vrijetijdsbesteding, waar de zintuigen doorlopend geprikkeld worden en de verleiding altijd op de loer ligt. Terecht merkt Jan des Bouvrie in het voorwoord op dat winkels behalve verkooppunt, ook steeds meer trefpunt in de gemeenschap worden. In de primaire levensbehoeften is voorzien, nu gaat de klant op zoek naar spullen die zijn identiteit vergroten, en de winkelier moet de kunst verstaan om die identiteit aan te voelen.

De 'Bijzondere Nederlandse Winkelinterieurs' zijn zowel naar plaats als naar categorie gerubriceerd. Het boek is een gids, niet alleen voor consumenten maar ook voor winkeliers die willen weten hoe het er bij de concurrent uitziet. Aan dit 'visueel winkel-avontuur' schrijft de fotograaf een zekere documentaire waarde toe: te zamen vormen de 190 interieurs een tijdsbeeld van de winkel van de jaren negentig. Maar dan wel van een heel smal segment van de markt, namelijk van de luxe hebbedingen. Deze hommage aan het consumerism doet hevig verlangen naar tegengif uit het gewone leven: de groenteman, de ijzerhandel, de kantoorboekhandel. Met zijn vakmanschap kan Jan Bartelsman bloemkolen en aardbeien, vleugelmoeren en kitpistolen, pennen en schriftjes vast ook heel begerenswaardig maken.