Herzog hinkte op twee gedachten

Hoe serieus moeten we omgaan met het beeld dat onze jeugd heeft van andere landen en volkeren? Die vraag bepaalde het bezoek van de Duitse president Roman Herzog aan Nederland op 17 en 18 oktober. Herzogs antwoorden waren controversieel. Volgens de Volkskrant bagatelliseerde hij de opvattingen van de jeugd door op te merken opinieonderzoek over hun Duitsland-beeld net zo serieus te nemen als “vitaminen en calorieën”. De Frankfurter Rundschau citeerde in een kritisch commentaar een Nederlandse student: Herzog had zich even arrogant gedragen als velen zich hier een Duitser voorstellen. Die Welt was positiever en haalde een studente aan die hem uitgesproken sympathiek en een eerlijk mens vond.

Wat had Herzog moeten doen? Hij kon uit drie houdingen kiezen. Ten eerste: het belang van de opvattingen van jongeren ontkennen. De historicus Wesseling was ooit zeer duidelijk over de kwaliteit van hun meningen (NRC Handelsblad, 15 april 1993). In de eerste plaats, schreef hij, mogen de meeste jongeren nog niet stemmen. Het doet er dus in de praktijk niet veel toe wat zij denken. In de tweede plaats is het enige dat váststaat over jongeren, dat ze ouder worden. De opmerking van Herzog dat er altijd “domoren zijn die het niet begrijpen” past evenzeer in deze houding. Ook de Duitse ambassadeur Haas balanceert op het randje van de volledige ontkenning. “Wat telt”, zei hij, “is hoe de betrekkingen tussen Nederland en Duitsland echt zijn.” Zouden de opvattingen van jongeren geen relevant aspect zijn van zulke betrekkingen of worden die uitsluitend bepaald door de politieke en economische elites?

Ten tweede: de opvattingen van de jeugd ontkennen, maar ze tegelijk toch serieus nemen. Herzog liet zich tijdens zijn bezoek door deze dubbele houding leiden. De eerste dag nam hij de kwestie niet serieus, op de tweede dag van zijn bezoek wees hij in het parlement op de dringende noodzaak van intensieve uitwisselingen en andere vormen van samenwerking. Herzog koos dus de strategie die wel door meer politici wordt gevolgd wanneer ze het slecht doen in de peilingen: het resultaat direct kleineren en er vervolgens naar handelen. Door deze houding van Herzog bleef het Leidse onderzoek hem tijdens zijn verblijf in Nederland achtervolgen.

Ten derde: opvattingen van jongeren zijn belangrijk. Het Leidse onderzoek laat zien dat onze gemeenschappelijke inspanningen om de wederzijdse beeldvorming te verbeteren resultaat afwerpen, maar we zijn er nog niet. Als Herzog deze benadering had gekozen, zou hij de feiten recht hebben gedaan èn een lastige discussie hebben vermeden. Jongeren vormen immers in de leeftijd van vijftien tot negentien jaar hun politieke opvattingen, affecties en voorkeuren, die voor de meesten blijvend zijn. Zij zijn ook als categorie belangrijk, door hun potentiële invloed. Zij zijn de kiezers van morgen, maar ook van vandaag. Zij zijn net zo actiebereid als volwassenen, wat zich onder meer kan uiten in het tonen van positieve of negatieve houdingen jegens Duitsers en andere buitenlanders.

Uit een vergelijking tussen ons Clingendael-onderzoek en de meer recente Leidse studie naar het imago van buitenlanders onder de Nederlandse jeugd blijkt, dat jongeren nu minder negatieve beelden over Duitsland en Duitsers hebben. Aan negatieve beeldvorming kàn dus iets gedaan worden, maar wel door een duidelijke en ondubbelzinnige inspanning. Ook president Herzog huldigde tegenover leden van de beide Kamers deze opvatting.

Hoewel de negatieve beeldvorming over Duitsers een Nederlands probleem is, en er om die reden een Nederlandse inspanning nodig is, kan Duitsland ook aan een positiever beeld bijdragen. Bezoeken van prominente Duitse politici die een constructieve houding jegens Nederland uitstralen hebben wellicht een gunstige uitwerking gehad. Het effect van deze aandacht wordt echter alsnog bedorven, indien hier de indruk zou kunnen ontstaan dat Duitsland Nederland onder druk wil zetten.

Jongeren met vooroordelen als “domoren” betitelen, veronderstelt een gebrek aan respect en een hang naar dominantie. De eventuele reis van Kohl en Chirac naar Nederland om ons een drugslesje te leren zou dan ook om diezelfde reden uiterst onverstandig zijn.