Gewauwel, maar veelzeggend gewauwel

Micheal Redhead, From Physics to Metaphysics, Cambridge: Cambridge University Press, 1995; 92 blz.; ISBN 0-521-47405-1; prijs: ƒ 65,-.

Rond de laatste eeuwwende verklaarden de filosofen van de Weense Kring, beter bekend als de Logisch-Positivisten, de metafysica de oorlog. De fysica maakte betekenisrijke beweringen over de natuur; de metafysica produceerde betekenisloos gewauwel. Met de volgende eeuwwende in zicht, verklaart Micheal Redhead, sinds 1987 hoogleraar wetenschapsfilosofie aan de Universiteit van Cambridge, dat er een versmelting heeft plaatsgegrepen van fysica en metafysica. De eens oorlogvoerende partijen zijn nu gelukkig getrouwd, waarmee Redhead geenszins wil beweren dat alle fysici and metafysici even geestdriftig deelnemen aan dit huwelijk.

Deze constatering is niet meer dan een slotopmerking in From Physics tot Metaphysics, een bundeling van de zogenaamde Tarner-lezingen, gehouden in 1993 onder auspiciën van Trinity College in Cambridge. De Tarner-spreker wordt verzocht om verbanden te leggen tussen traditioneel gescheiden onderzoeksgebieden. Geen overbodige luxe in de dichtbevolkte wereld van specialismen. Het jonge en bloeiende onderzoeksgebied 'grondslagen van de natuurkunde', ook wel 'filosofie van de natuurkunde', is eigenlijk al het levende bewijs van de versmelting van natuurkunde en wijsbegeerte. Het zal derhalve niemand verbazen dat Redhead juist op dit terrein zijn sporen heeft verdiend; de onderzoeksgroep in Cambridge kan zich zonder meer meten met de vermaarde Grondslagen-groep in Utrecht - overigens de enige plaats in Nederland waar men kan afstuderen en promoveren in dit vak.

De derde van de vier Tarner-lezingen heet 'Experimentele Metafysica'. Sinds de Oudheid dachten filosofen over de natuur als opgebouwd uit 'substanties' (objecten) met 'attributen' (eigenschappen). Het was grofweg de taak van de natuurwetenschap om erachter te komen uit wat voor objecten de natuur bestaat (sterren, planeten, planten, dieren, atomen, straling) en wat hun eigenschappen zijn. Het spreken over objecten met eigenschappen, die uiteraard ook aanwezig zijn wanneer niemand kijkt, is echter verdacht in het licht van de quantummechanica. De onlangs overleden Ierse natuurkundige John Stuart Bell slaagde erin om deze filosofische verdenking in 1964 om te zetten in een experimenteel toetsbare bewering, door te eisen dat ruimtelijk gescheiden objecten elkaars eigenschappen niet onmiddellijk mogen veranderen. Dit verbod op actie-op-afstand is gegrond in Einsteins speciale relativiteitstheorie, waarin niets sneller dan het licht kan bewegen.

In 1983 lukte het de Franse natuurkundige Alain Aspect om het experiment van Bell uit te voeren. Conclusie: de natuur bestaat niet uit objecten met locale eigenschappen. De moraal is dat twee ideeën van zeer algemene aard, te weten 'objecten-met-eigenschappen' en 'geen-actie-op-afstand', die men traditioneel tot de metafysica zou rekenen, gezamenlijk onhoudbaar blijken op empirische gronden. Vandaar de titel 'Experimentele Metafysica'.

In de slotlezing analyseert Redhead de claim van veel natuurkundigen dat het in beginsel mogelijk is een allesomvattende theorie te construeren. Redhead's analyse is echter niets minder dan een frontale aanval op o.a. Stephen Hawking, die in 1980 heeft voorspeld dat voor de volgende eeuwwende de doodsklok voor de theoretische natuurkunde zal luiden. In het hol van de leeuw (Trinity College) legt Redhead uit hoe, bijvoorbeeld, het singuliere verband tussen de klassieke mechanica en de quantummechanica, de claim over een allesomvattende theorie te beschikken, blijvend zal ondermijnen. Want zulke singuliere verbanden zijn de wiskundige kentekens voor conceptuele veranderingen, waarvan men onmogelijk kan voorspellen dat zij nooit meer zullen optreden. Maar dat is precies wat de claim over een allesomvattende theorie te beschikken, impliceert. Redhead: “So, even in principle, it would never be possible to announce: it is all over, you can hang up your galvanometers, lads, and go home.”