'Europees nee versterkt Turkse fundamentalisten'

ANKARA, 2 NOV. “Een 'nee' van het Europarlement in december tegen de op stapel staande douane-unie tussen Ankara en Brussel, of een opschorting van die beslissing, versterkt de positie van de moslim-fundamentalisten. Niet alleen in Turkije, maar ook in de omringende landen, waarvoor Turkije een rolmodel is.”

Demissionair premier Tansu Çiller uitte deze waarschuwing gisteren in een ontmoeting met de buitenlandse pers in haar residentie in de Turkse hoofdstad Ankara. Ze maakte de balans op van de democratische hervormingen die in de afgelopen zes maanden onder haar leiding zijn doorgevoerd: een geleidelijke decentralisering van de macht, de wijzigingen in de grondwet op basis waarvan de deelname van de burgers aan de politiek is vergroot en een versoepeling van artikel 8 van de anti-terreurwet, dat strikte grenzen stelt wat betreft de vrijheid van meningsuiting.

Volgens Çiller is dit méér dan ze politiek voor mogelijk had gehouden gezien het conservatieve karakter van het Turkse parlement en de sterke oppositie hiertegen van de haviken in haar eigen conservatieve Partij van het juiste Pad (PJP). “Wij hebben onze plicht gedaan”, aldus de eerste vrouwelijke premier in Turkije sinds de oprichting van de republiek in 1923. “Het woord is nu aan onze vrienden die voor de historische keus staan om Turkije in Europa op te nemen.”

De ministers van buitenlandse zaken van de 15 lidstaten van de Europese Unie besloten maandag dat er geen “technische belemmeringen” meer zijn om de douane-unie tussen Ankara en Brussel op 1 januari te laten ingaan. Het laatste woord is evenwel aan het Europarlement, dat ingrijpende democratische hervormingen door Turkije als voorwaarde heeft gesteld. Volgende maand moet duidelijk worden of het door Çiller met zoveel verve verdedigde democratiseringsprogramma inderdaad voldoende is om de economische integratie van Turkije in Europa gestalte te geven.

Çiller wond er geen doekjes om dat het tevens gevaarlijke gevolgen zal hebben als het Europarlement de beslissing over de douane-unie opschort. “In de ogen van het Turkse publiek is er geen verschil tussen uitstel of een onomwonden nee. De Turken zijn een trots volk dat zich voor de zoveelste keer afgewezen zal voelen door Europa.” Opschorting van de beslissing over de douane-unie zal, juist gezien de parlementsverkiezingen op 24 december, “politiek worden geëxploiteerd door de moslim-fundamentalisten, die een oriëntatie van Turkije op de islamitische wereld voorstaan'. Ze weigerde in te stemmen met het idee dat Turkije het Europarlement op die manier met een geladen pistool onder druk zet om het douane-akkoord te ratificeren. “Europa moet begrijpen dat deze mensen, die in naam van de democratie aan de macht komen, vergaande restricties zullen invoeren als ze hun doel bereiken. Deze beperkingen zullen vooral gebaseerd zijn op de islamitische wetgeving. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de politieke balans in Turkije, maar tevens voor die in de omringende landen. Een positieve beslissing wat betreft de douane-unie betekent tevens dat Europa kiest voor vrede in deze regio.”

De angst voor het moslim-fundamentalisme in Turkije is gegroeid na de verrassende winst in maart vorig jaar van de Welvaartspartij bij de gemeenteraadsverkiezingen. De partij vergaarde landelijk rond de 20 procent van de stemmen en bezet nu onder andere de burgemeestersposten in de metropolen Ankara en Istanbul. De Welvaartspartij is inmiddels de best georganiseerde partij in Turkije, met een groot aantal vrouwelijke en jonge leden, die haar in staat stellen vrijwel alle kiezers te bereiken.

Çiller erkende dat de democratische hervormingen die nu zijn doorgevoerd “succesvol maar niet voldoende zijn”. Tegelijkertijd waarschuwde ze dat ze niet slechts mogen worden afgedaan als “kosmetische maatregelen om het Europarlement mild te stemmen”. “Er is een basis gelegd. En ik hoop na de parlementsverkiezingen opnieuw aan de macht te komen in Turkije juist om de democratisering verder gestalte te geven.”

Volgens haar is dat niet in tegenspraak met de pogingen van haar conservatieve PJP om een lijstverbinding aan te gaan met de ultra-nationalisten onder leiding van Alparslan Türkes. “Op die manier kan ik meer stemmen winnen en dus meer zetels in het parlement vergaren.” Bovendien voorspelde ze dat het nieuwe parlement “kleurrijker zal zijn dan het huidige”. “Op de kandidatenlijst van de PJP zullen niet alleen voormalige politiechefs prijken”, aldus Çiller, “maar ook een groot aantal vrouwen, academici, jongeren en ondernemers.”

De premier zei een “persoonlijke prijs” te hebben betaald voor de democratische hervormingen die ze in de afgelopen zes maanden met zoveel moeite door het parlement loodste. “Ik maak deel uit van een centrum-rechtse partij die zich tot doel heeft gesteld om de eenheid van het land te bewaken. Ik word er vanuit diezelfde hoek, maar dan door de oppositionele Moederlandpartij, van beschuldigd die eenheid te ondermijnen, juist wegens de versoepeling van artikel 8. Ook voor het Turkse volk is dit een gevoelig onderwerp, gezien de vele dienstplichtige soldaten die hun leven hebben gegeven in de strijd tegen de Koerdische terreur in het zuidoosten van het land.”

Çiller zei dat ze met het idee heeft gespeeld om de Koerdische ex-parlementariërs die in december door het staatsveiligheidshof tot hoge gevangenisstraffen werden veroordeeld wegens banden met de Koerdische Arbeiders Partij (PKK) en het verspreiden van separatische propapaganda, een beperkte amnestie toe te kennen. “De reden waarom ik dat niet heb gedaan is dat ik op basis van de grondwet dan tevens nogal wat gevangenen had moeten vrijlaten die zijn veroordeeld voor drugsdelicten.” In het Europarlement is teleurgesteld gereageerd op de uitspraak vorige week van het Hof van Beroep in Ankara, dat de gevangenisstraf van 15 jaar tegen vier Koerdische ex-parlementariërs handhaafde. Twee anderen zijn inmiddels vrijgelaten, maar moeten opnieuw worden berecht.