Een halve olifant per km

Sinds het afschieten van olifanten in 1990 werd verboden, neemt het aantal in Zimbabwe zodanig toe, dat er sprake is van een overbevolking. De gevolgen zijn desastreus. Afschieten lijkt toch de meest humane oplossing.

'Het neerschieten van een olifant is het meest tragische wat je kunt doen,' vertelt Gavin Ford, 'net zoals het doden van een walvis raakt het je in je hart.' In het Mukuvisi Environment Centre aan de rand van Harare, de hoofdstad van Zimbabwe, laat Ford mij de twee jonge olifanten zien, die hij in dit milieu-educatieve park onder zijn hoede heeft. Het terrein is te klein om de dieren te herbergen, en bijvoederen is dan ook noodzakelijk. Een kostbare aangelegenheid, waar jaarlijks zo'n vijftigduizend gulden mee gemoeid is. Voordat Ford in maart zijn huidige functie als parkbeheerder betrok, werkte hij als voorzitter van een jagersorganisatie in nationale parken, waar hij jagers opleidde. Het afschieten van olifanten maakte een vast onderdeel uit van de opleiding. 'Je moet praktisch blijven, er zijn er nu eenmaal te veel.'

Dat er teveel olifanten in Zimbabwe zijn is voor bijna niemand een punt van discussie. Volgens de laatste gegevens (1993) bezit het land ongeveer 77.000 olifanten. Hiervan bevinden zich 68.000 exemplaren in de 54.800 km beschermde wildparken. De resterende 9.000 lopen rond in de onbeschermde 'bush' van 36.400 km. Zonder maatregelen zal de groei van de populatie zich met ongeveer 5 procent per jaar onverminderd voortzetten.

In de reservaten is de dichtheid in vruchtbare gebieden meer dan één olifant per vierkante kilometer, terwijl voor een ecologisch evenwichtige situatie er gemiddeld hooguit één olifant per twee vierkante kilometer moet verblijven. De gevolgen van de overbevolking zijn desastreus. De beesten eten alles wat maar voorhanden is, ze lopen rücksichtslos bomen omver en komen terug voordat de natuur zich heeft kunnen herstellen. Ze wandelen hutten omver, vernietigen cultuurgewassen, en bovendien vinden elk jaar mensen de dood onder de voeten van een olifant. 'Ga meer eens kijken in een reservaat,' zegt Ford, 'de vernietiging is soms zo enorm, dat het lijkt alsof er een bom ontploft is.'

Omstreeks 1910 telde de olifantenpopulatie in Zimbabwe nog geen vierduizend dieren, sindsdien neemt het aantal gestaag toe. In 1940 overschreed het aantal de 10.000, begin jaren zestig liepen er 30.000 olifanten rond, tegen 1980 steeg het aantal tot 50.000. Door het afschieten van olifanten daalde de populatie halverwege de jaren tachtig tot 45.000. Sinds 1990 is het afschieten verboden en neemt het aantal olifanten weer toe. Ook verhuisde in dat jaar de Afrikaanse olifant (Loxodonta africana) van Appendix 2 naar Appendix 1 van de Convention on International Trade in Endangered Species of Fauna and Flora (CITES). Dit betekende een formeel einde van de internationale handel van ivoor en andere olifantenprodukten. Mede hierdoor nam de illegale stroperij in omvang af.

'Niemand vindt het leuk om olifanten af te schieten,' erkent Dr. David Cumming van de Zimbabweaanse afdeling van het Wereld Natuur Fonds WWF. Hij vertelt over het Tsavo Nationale Park in Kenya, waar de beheerders een natuurlijk proces nastreefden. In het begin van de jaren zeventig vonden hier veel olifanten door gebrek aan voedsel de dood. Cumming schreef hierover in een rapport: 'Los van het onaangename feit dat je grote aantallen dode of stervende olifanten ziet, wat ook invloed heeft op het toerisme, is een beleid, dat toestaat dat de populatie zo in omvang toeneemt dat massale sterfte onvermijdelijk is, ethisch gezien aanvechtbaar.'

Cumming weet dat het een gevoelig onderwerp is. Na de verzekering, dat hij de tekst van dit interview voor publikatie mag lezen, en de mededeling, dat hij niet vanuit het WWF-standpunt spreekt, geeft hij een overzicht van de problematiek. 'Of er een olifantenprobleem is, hangt van je uitgangspunt af. Als je bepaalde bedreigde diersoorten in stand wilt houden, is het mogelijk om met maatregelen de olifant in bescherming te nemen. Maar als je uitgaat van een meer intrinsieke manier van natuurbeheer, waarbij je ook het landschap en alle andere diersoorten in acht neemt, dan zijn de olifanten slechts één onderdeel van het ecosysteem.'

De problematiek is ook niet los te zien van de invloed van de mens. De vruchtbaarste gebieden met de meeste regenval zijn immers zowel bij de boeren als bij de op voedsel beluste olifanten het meest in trek. De uitdijende landbouwgebieden en de toename van menselijke nederzettingen beperkte bovendien de voor het wild beschikbare ruimte. Maar hoe is deze scheef gegroeide verhouding ontstaan, honderd jaar geleden speelde dit probleem toch niet? Cumming: 'Dat is de kern van de zaak. In Noord-Amerika en Europa hadden het klimaat en de mens veel invloed. In Noord-Amerika verdwenen de olifanten snel toen de mens zich daar ging vestigen. In Afrika hebben de mens en de olifant meer dan vier miljoen jaar naast elkaar geleefd. De handel in ivoor bestaat al lang, in de Romeinse tijd bezat koning Salomon een heleboel ivoor. Veel mensen realiseren zich niet dat de pygmeeën in de bossen van centraal Afrika ook vaak op olifanten jaagden. Ze staken een speer in het beest, renden weg en kwamen later terug om het stervende dier te zoeken. Bosjesmannen gebruikten waarschijnlijk vergif. Er heerste een zeker evenwicht. Toen de ivoorhandel in de vorige eeuw op gang kwam, daalde het aantal olifanten. Maar we weten onvoldoende over wat er in het verleden gebeurde.'

Natuurlijke vijanden hebben maar een beperkte rol gespeeld. Leeuwen, hyena's en krokodillen willen een enkele keer nog wel een klein kalfje pakken, maar meestal zijn de jonge dieren goed bewaakt. Volgens Leobert de Boer, zoöloog en adjunctdirecteur van de Apeldoornse Stichting Apenheul, zou in een oorspronkelijk groot voedselrijk gebied een evenwicht kunnen ontstaan, doordat dieren uit een groeiende populatie naar de rand van het verspreidingsgebied trekken. Daar zou door de minder gunstige voedselomstandigheden sterfte optreden. Reservaten zijn te klein voor een dergelijk evenwicht en trek naar buiten is daar niet mogelijk. 'Een evenwicht zou misschien ontstaan nadat de te grote olifantenpopulatie het te kleine reservaat ernstig zou hebben aangetast, met als gevolg voedselschaarste. De situatie zou ook kunnen doorslaan: door het verdwijnen van andere dieren en planten als gevolg van de aantasting door olifanten zou het reservaat zo verarmd kunnen raken dat ook de olifant zelf geen overlevingskans meer heeft.' Ook De Boer acht ingrijpen noodzakelijk: 'Een reservaat is per definitie een onnatuurlijke situatie. Daarbij zul je af en toe onnatuurlijke maatregelen moeten nemen om een min of meer natuurlijk evenwicht tot stand te brengen.'

In de jaren tachtig nam de overheid het besluit om systematisch olifanten neer te schieten, tot afschuw van natuurbeschermers. 'Op enkele uitzonderingen na gebeurde dit op humane manier. De operatie werd via radiocontact geleid uit een vliegtuigje, een kudde werd bijeengedreven en in hooguit anderhalve minuut was het gebeurd,' stelt Cumming. 'Er zijn televisiebeelden vertoond van schreeuwende olifanten, maar daar waren geen deskundigen bij betrokken. In het algemeen gebeurt het afschieten in ons land snel en beheerst.'

Volgens Cumming biedt verplaatsing van olifanten naar andere landen alleen op korte termijn enig soelaas. Bovendien zijn de financiële consequenties groot: het verdoven, inladen en transport kosten per olifant al gauw 500 dollar. Bij het afschieten, dat veel goedkoper is, zou de verkoop van het vlees, de huid en het ivoor de kosten nog verder kunnen drukken. Daarom zou Zimbabwe graag zien dat olifanten niet meer op de lijst van beschermde dieren van CITES staan. Hoewel de handel in ivoor internationaal verboden is, mogen ivoren produkten binnen Zimbabwe vrij op de markt verschijnen. Toch ligt er 31 ton aan olifantenslagtanden in magazijnen, per jaar komt daar 6 ton bij.

Naast afschieten ziet Cumming ook in sportjagen perspectief. In het kader van het ontwikkelingsproject Campfire organiseert de bevolking nu al jachtsafari's, waarbij toeristen onder meer op olifanten kunnen jagen. Het Campfire programma loopt in 12 districten, in totaal profiteren rond de 400.000 mensen van dit project. Tussen 1989 en 1992 waren de inkomsten uit het sportjagen in totaal 1,7 miljoen Amerikaanse dollar. Omgerekend per vierkante kilometer levert de jacht 56 dollar op, veel meer dan andere vormen van landgebruik zouden opleveren.

Niet iedereen is er van overtuigd dat het olifantenprobleem zo ernstig is. Een van de controversen gaat over het tellen van de olifanten. Doordat de dieren zich per dag over tientallen kilometers kunnen verplaatsen, is dat niet eenvoudig. Voordat een definitieve beslissing over de olifanten wordt genomen, wil de regering eerst nieuwe tellingen laten plaatsvinden.

Volgens Emanuel Korro van de Zimbabweaanse milieu-organisatie Environment 2000 verzetten vooral Westerse natuurorganisaties zich tegen het afschieten van olifanten. Hoe de olifantenkwestie voor de Nederlandse afdeling van het Wereld Natuur Fonds ligt, vertelt Arnold van Kreveld: 'Ik ben allereerst blij dat de discussie openlijk gevoerd wordt. In landen als de Verenigde Staten en Engeland is daar geen sprake van, daar is de kwestie in de emotionele sfeer getrokken.' Als vertegenwoordiger van een natuurbeschermingsorganisatie ziet Van Kreveld het liefst dat er geen enkele ingreep zou zijn, en dat de natuur vrij werd gelaten. Maar, zo erkent hij, de betrokken wildparken zijn te klein voor een natuurlijk verlopend proces. 'Het is moeilijke te zeggen of afschieten moreel verantwoord is. Het is een afschuwelijk gezicht. En of het zo humaan is, is de vraag.' In een rapport wijst Van Kreveld erop dat door het verbod van handel in olifantenprodukten een riskante situatie ontstaat: het budget voor het olifant-beheer is met meer dan 90 procent verminderd.

'Er is een vals gevoel van veiligheid ontstaan, het idee dat de olifant gered is,' stelt Van Kreveld. 'Wat dat betreft is de houding van Westerse regeringen frustrerend. Ze stellen eisen aan de manier waarop Afrikanen met hun dieren moeten omgaan, maar ze hebben er geen cent voor over.'

In het kader van het ontwikkelingsproject Campfire organiseert de bevolking nu al jachtsafari's, waarbij toeristen onder meer op olifanten kunnen jagen.