Dure veeboeren (1)

In zijn vergelijking van koeien met bijstandgezinnen (NRC Handelsblad, 23 oktober), haalt Bomhoff een aantal fundamentele zaken door elkaar.

De boer is niet de oorzaak van de gesubsidieerde overproduktie. De gezamenlijke EG-overheid heeft via WIR-premies, voorlichting, subsidies, standaard lage prijzenbeleid, er voor gezorgd dat boer en tuinder niet anders meer kunnen dan veel goedkoop en vervuilend produceren. Uiteindelijk wordt er onder de kostprijs geproduceerd met als gevolg dat steeds meer agrarische ondernemers het niet redden. Het is een illusie te denken dat iedereen zijn bedrijf op kan heffen en vervolgens in VUT, pensioen of bijstand kan zitten, wonend in slaapsteden en zijn hond, paard of golftas uit kan laten in een gesubsidieerd landschapspark. Boeren zijn naast andere ondernemers en arbeiders nog bereid om vrijwillig hard en lang te werken. Vaak voor een uurloon waar een ander nog niet de telefoon voor opneemt. Als er een koude sanering van de agrarische sector komt dan mag de heer Bomhoff net als in Rusland, proberen zijn eigen aardappels te telen. Niet de mest komt ons tot de lippen, maar Nederland gooit zichzelf in de goot. Zonder koe (produktiemiddel) en arbeid geen produktie. Zonder produktie geen inkomsten. Zonder inkomsten geen investering, vernieuwing en toekomst. De zwaarst gesubsidieerde verslaving in Nederland is het niet willen/mogen werken. Een koe werkt en een orkestmusicus ook. Maar een VUT'er, uitkeringstrekker en de gezinsleden van diegenen die werken worden gestraft voor hun bijdrage aan de produktie. Daardoor is het uurloon te hoog, zal het aantal niet-werkenden door automatisering en verplaatsen van arbeid naar elders alleen maar stijgen. Totdat ook hier een koude sanering onvermijdelijk is met als gevolg armoede, enzovoorts. De gevolgen zijn overal ter wereld te zien.