Borstvoeding biedt bescherming tegen toekomstige allergie.

Een Fins onderzoek heeft uitgewezen dat kinderen die als baby weinig of geen borstvoeding kregen, een hoger risico lopen om later last te krijgen van allergische aandoeningen als eczeem, voedselallergie, hooikoorts of astma (Lancet, 21 oktober). Van die kinderen vertoonde 54% substantiële overgevoeligheid, vergeleken met 8% bij kinderen die meer dan een half jaar borstvoeding hadden gekregen. Kinderen die tussen 1 en 6 maanden de borst hadden gekregen vormden een middengroep; zij hadden in 23% van de gevallen een duidelijke allergie.

Bij het onderzoek zijn 150 kinderen vanaf hun geboorte tot en met hun zeventiende jaar gevolgd. De moeders die borstvoeding gaven, werd aangeraden dat zo lang mogelijk te blijven doen, liefst meer dan zes maanden. Volgens een vast schema kregen de kinderen allemaal op de leeftijd van 3,5 maand hun eerste vaste voedsel. Tijdens hun verdere leven werden ze regelmatig door dezelfde arts gecontroleerd op overgevoeligheidsreacties. Naast lichamelijk onderzoek waren er ook een aantal laboratoriumtests, zoals een huidtest op allergie. De controlerend geneeskundige was er niet van op de hoogte welke kinderen moedermelk hadden gehad en welke niet.

Allergische aandoenigen bleken zeer veel voor te komen. Gemiddeld hadden 47% van de kinderen in de loop van hun eerste zeventien levensjaren een of meer overgevoeligheidsreacties, 29% was zelfs substantieel overgevoelig (langdurig of ernstig). Er was sprake van duidelijke leeftijdsafhankelijke pieken voor de verschillende vormen van allergische aandoeningen. Zo kwam eczeem het meest voor op zuigelingenleeftijd (17% met daarna een afname naar 3% bij zeventienjarigen). Voedingsallergie toonde een piek van 24% op driejarige leeftijd en nam daarna weer af naar 7% tijdens de adolescentie. Allergie van de luchtwegen ontstond meestal pas bij tieners, met een top van 45% op zeventienjarige leeftijd. 7% van de kinderen vertoonde astma. De verschillende vormen van allergie kwamen overigens niet steeds bij dezelfde kinderen voor, al was er natuurlijk wel enige overlap.

Het ontstaan van allergieën wordt bepaald door een samenspel van genetische factoren en invloeden uit de omgeving. Men heeft tot nu toe gedacht dat de erfelijkheid hierbij belangrijker zou zijn dan alle omgevingsinvloeden bij elkaar. Dit Finse onderzoek wijst er echter op dat het effect van moedermelk dat van de erfelijkheid overschaduwt. De invloed van borstvoeding is kennelijk zelfs zo groot dat het tot in de tienerjaren duidelijk merkbaar is op welke manier iemand als baby te drinken heeft gekregen. Het exacte mechanisme van het beschermend effect van borstvoeding is overigens onduidelijk. Mogelijk prikkelt een vroegtijdige blootstelling aan allerlei allergeen voedsel, zoals koemelk, de afweer bij erfelijke belaste kinderen.