Astronomische tekeningen ontdekt van Friese autodidact

Tot 30 november zijn in het Eisinga Planetarium in Franeker astronomische handschriften te zien van Eeltje Haites Bonnema (1763-1833). De handschriften zijn in bruikleen afgestaan door het Fries Scheepvaart Museum in Sneek, die ze in 1994 als schenking had gekregen van een nazaat van de Workumer en Harlinger kapteinsfamilie Parma. De conservator van het Eisinga Planetarium, Henk Nieuwenhuis, ontdekte dat Bonnema autodidact was op sterrenkundig gebied.

Eeltje Haites Bonnema was de zoon van een graankoopman in Kimswerd. In de Franse tijd werd hij burgemeester van Arum, maar die functie gaf hij weer op omdat zijn handel er onder leed. In zijn vrije tijd had Bonnema veel belangstelling voor zeevaartkundige zaken (wellicht door zijn handel met Engeland), maar ook voor de astronomie. Dat blijkt uit de nu gevonden, fraai geïllustreerde handschriften met berekeningen aan zons- en maansverduisteringen en planeetposities en met allerlei andere astronomische aantekeningen.

Nieuwenhuis heeft een deel van de berekeningen vergeleken met de moderne gegevens over zons- en maansverduisteringen in het verleden. De verschillen blijken in het algemeen niet groter te zijn dan vijf tot zes minuten, waaruit blijkt dat deze graankoopman een gedegen kennis moet hebben gehad van de wiskunde. Helaas is niet meer na te gaan wat Bonnema met zijn werk heeft gedaan, en of hij misschien een telescoop had waarmee hij waarnemingen deed. Voor zover bekend had hij geen contact met tijdgenoten die actief waren op het gebied van de sterrenkunde.

Eén van de twee getekende kaarten van het planetenstelsel is volgens Nieuwenhuis erg interessant. Op deze kaart is de samenstand van vijf planeten op 8 mei 1774 afgebeeld, naar aanleiding waarvan werd voorspeld dat op die dag de planeten op elkaar zouden botsen en de aarde ten onder zou gaan. Van die paniekzaaiende samenstand waren tot nu toe slechts drie tekeningen bekend. En juist naar aanleiding van deze voorspelling bouwde Eise Eisinga in Franeker zijn nu zo beroemde Planetarium.

In de achttiende eeuw waren in Friesland opvallend veel astronomische autodidacten actief, in tegenstelling tot de rest van Nederland. 'Een duidelijke verklaring hiervoor is moeilijk te geven, hoewel de Franeker Hoogeschool zeker een stimulerende werking op deze belangstelling zal hebben gehad', schreef Harke Terpstra, voormalig conservator van het Eisinga Planetarium, in De hemel is gestegen of de aarde is gedaald (1981). Aan het in dit boek beschreven gezelschap van autodidacten kan één persoon worden toegevoegd. (George Beekman)