Alleen Frankrijk zit Chirac in de weg als Europese allemansvriend

Jacques Chirac ontmoette de afgelopen week de hoogste politieke leiders van Duitsland, Nederland en Groot-Brittannië. Wonderwel bleek hij het met alle drie vergaand eens te zijn. Ontwikkelt zich een miraculeuze Europese eenheid, zo vraagt Marc Chavannes zich af, of is de Franse president het bij voorkeur met zijn laatste gesprekspartner eens.

Na ruim vijf maanden in het Elysée heeft Chirac de wereld een duizelingwekkende verzameling presidentiële sketches voorgeschoteld. Als de staatsman die in zijn eentje Mururoa en de halve wereldopinie laat schudden, de bijna-generaal die Bosnië uit de internationale verlamming bevrijd, de Fransman van de wereld die een half uur de bretellenman van CNN in zwierig Amerikaans te woord staat. Toch blijven buitenlandse hoofdsteden zoeken naar een lijn in alle drukte. Vooral op het Europees toneel geeft hij tegenstrijdige signalen.

In eigen land is de teleurstelling heftiger en concreter. Duizenden woedende bakkers, garagehouders en restaurateurs gooiden deze week de ramen in bij de sociale diensten. Zij staken het stadhuis van premier en burgemeester Alain Juppé in Bordeaux zowat in brand. De vijf miljoen ambtenaren staan al weken op scherp. Sinds het doodschieten van Khaled Kelkal, verdacht van een aantal bomaanslagen, maken scherpschutters en vandalen de immigrantenwijken in hoog tempo tot wetteloze zones waar de politie alleen nog gepantserd durft rond te rijden.

En dat alles onder het presidentschap van de man die met zoveel warmte sprak over de fracture sociale, de sociale tweedeling. Hij zou met voorrang ten strijde trekken tegen de technocraten in Parijs met hun dominante economische visie die werk en welzijn achterstelt bij budgettaire deugdzaamheid. Voor zwervers zou er een dak zijn, voor jongeren werk.

Van de Franse burgers is intussen nog maar een kleine minderheid tevreden over de nieuwe president. De harde kern van zijn aanhangers is nog intact, maar het lijkt jaren geleden dat hij op die mei-avond met open Citroën-ramen door zwoel Parijs reed en er van genoot dat de droom van zijn leven was uitgekomen. Jacques Chirac won de harten van zijn landgenoten met bewogen jongensachtigheid. De doener mèt bestuurservaring presenteerde zich als een gelouterde verschoppeling. Een soort Reagan met een diploma.

Hij zou die technocratische machtskliek wel eens even de oren wassen. Weg met de asociale verhalen van de Bundesbank en haar volgelingen in de Franse haute finance. De toenmalige premier Edouard Balladur moest de gouverneur van de onafhankelijke Banque de France, Jean-Claude Trichet, tegen Chiracs aanvallen in bescherming nemen. Volgens het Chirac-kamp was er ruimte voor “een andere politiek”: belasting, premies en rente verlagen, kleine zelfstandigen ontlasten, de overheid laten investeren in goede werken en zo de economie weer aanzwengelen. De tekorten zouden automatisch verdwijnen. De sociale fractuur zou dichtgroeien.

“Zoveel beloven dat je om teleurstelling vraagt”, noemde oud-premier Balladur deze redenering zondag. Het was zijn eerste lange tv-gesprek sinds hij in april bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen 2,4 procentpunt minder stemmen kreeg dan Chirac. Toen Balladur zijn isolement doorbrak, had hij inmiddels gelijk gekregen. Het gelijk van de memoire-schrijver.

Een paar dagen eerder trok de president zijn hele sociale verhaal voor twee jaar in. Wat François Mitterrand na twee jaar deed, overstappen op de reële economie, daar gunde Jacques Chirac zich vijf maanden voor. “Ik heb de graad van moeilijkheid misschien wat onderschat”, was zijn luchtige excuus voordat hij het beleid aankondigde dat hij een jaar lang verdacht had gemaakt. Reductie van de tekorten is vanaf nu de prioriteit der prioriteiten. Niet om 'Maastricht' te halen, maar “omdat een natie haar soevereiniteit verliest als zij de financiën niet meer in de hand heeft”.

Er is geen sprake van een koerswijziging, verkondigt regeringswoordvoerder François Baroin sindsdien. Deze 30-jarige staatssecretaris houdt namens zijn bijna-adoptief vader Chirac staande, dat de president altijd heeft gezegd dat de tekorten op de sociale zekerheid en de rijksbegroting moesten worden beteugeld. Dat heeft de kandidaat inderdaad gezegd, het tegendeel ook.

De Pavlov-reactie van de financiële markten volgde stipt. Het devies 'budgettaire discipline' betekent voor de beurzen dat Frankrijk kennelijk de criteria van het verdrag van Maastricht wil halen. Dat is essentieel voor de Economische en Monetaire Unie, die zonder Frankrijk beperkt zou blijven tot een D-markzone. Maar hoe zeker is de Franse gehechtheid aan Europa?

In Bonn zong Chirac vorige week het EMU-lied met kanselier Kohl. De twee liggen elkaar nog steeds niet, maar de fundamentele motieven waarom zij elkaar vasthouden binnen een politiek zwevend Europa blijven voorlopig geldig. Geduld is misschien Kohls enige keus ten opzichte van Chirac. Voorlopig heeft de kanselier een naam opgebouwd met het laatst lachen.

Een dag later aten Kok en Van Mierlo op het Elysée. Die verrassend constructieve top heeft naast de anti-drugs-activist Chirac ook de praktische politieke zakenman Chirac voor het voetlicht gebracht. Als je die stijfkoppen toch niet kunt overtuigen, dan maar joviaal een vorkje met ze wegprikken, hun oud-premier in het NAVO-zadel helpen en zien of je er op een gelegen moment iets voor terug krijgt. Het Schengen-douane-spel was van het begin af aan meer voor binnenlands gebruik dan om Den Haag ondersteboven te blazen.

Zondag en maandag stuiterde Chirac door naar Engeland. John Major is voor iedere Franse president een nuttige vriend, vooral als tegenwicht bij het binnenlands onvermijdelijke nummer Europees koorddansen. Zeker nu de Franse werkloosheid in september weer is opgelopen en de sociale premies “tijdelijk” omhoog gaan, heeft Chirac het nodige te vrezen van de anti-democratische, anti-vreemdeling- en anti-Europa-krachten. Die zijn te vinden bij extreem links en ruim rechts, dat in Frankrijk van oudsher vrij snel overgaat in extreem rechts. Het poujadistisch reservoir kleine boeren, bakkers en barhouders dat bereid is ieder betoog op straat toe te lichten, maakt genuanceerde internationalistische politiek tot een hachelijk avontuur. Het aandraaien van de politiespiraal tegen alles wat immigrant lijkt dient ook om dat opvliegend rechtse volksdeel te kalmeren.

Britten en Fransen delen een fundamentele afkeer van federaal-Europese ideeën, waarbij het codewoord 'Brussel' in Londen als een rode lap op een stier werkt, terwijl Parijs zijn eigen centralistische cultuur aardig in het apparaat van de Unie heeft weten te implanteren. (Nucleaire) defensie lijkt een voor de hand liggender punt van groeiende samenwerking tussen de twee landen, maar Londen is nog nauwelijks toe aan de Franse nadruk op een Europese defensie, ook al is die niet tegen maar naast of zelfs binnen de NAVO bedoeld.

Ondanks de nieuwe etalage-inrichting verdedigt Chirac klassiek Franse posities in Europa en de wereld. Het getij is Frankrijk daarbij terwille: de Westelijke defensie moet opnieuw worden uitgedacht en een uit te breiden Europese Unie wordt toch te massaal en te divers voor het soort eenwording waar Nederland jaren van droomde. Echt nieuw is hoogstens de man Chirac, een activist die zijn bijna negentiende eeuws aandoende macht graag wil omzetten in resultaat, liefst tussen nu en binnenkort. Als verwezenlijking van een plannetje te lang duurt, wil hij nog wel eens een tegengestelde oplossing proberen. Het is een beweeglijke manager met een soms beperkte aandachtscurve. De hartelijkheid waarmee hij dezer dagen zijn achting voor oud-premier Lubbers uitsprak, deed een zekere verwantschap vermoeden.

Al met al kan Europa met Chirac best zaken doen, mits de collega's hem bij de les houden. Voorwaarde is bovendien dat de binnenlandse problemen hem niet boven het hoofd groeien. De jungle van de overheidsfinanciën is zo ondoordringbaar, omdat de modernisering van Frankrijk nog lang niet af is. Betalings- en telefoonverkeer met het buitenland loopt redelijk gesmeerd, maar de verzorgingsstaat is uitgedijd en de verhouding tussen overheid, publieke dienstverlening en bedrijfsleven is blijven steken in het gaullistisch-cummunistisch compromis van vlak na de Tweede Wereldoorlog. “De 'service public' wordt naar de donder geholpen”, zei een stakende telefoonmonteur me laatst midden op de Place de la Bastille. Hoezo? “Omdat de klant tegenwoordig centraal staat.” Hij kon er zelf na een tijdje wel om lachen, maar de post, de trein, de telefoon en Air France zijn er tot nader order voor de werknemers.

De nieuwe president is gewaarschuwd. Zijn verkiezingsideeën waren goed om gekozen te worden, nu nog de praktische plannen en de politieke vaardigheid om ze uit te voeren. Chirac de doener verkent intensief de grenzen van zijn universum. Als de rest van Europa goed oplet, is er met Parijs van alles mogelijk.

Chirac is het eens met ieder compromis dat Frankrijk ruimte laat om in de spiegel te durven kijken. Wat dat betreft is het een gewoon land met een gewone president.