Advocaat Wladimiroff over oorlogstribunaal; De Serviërs zien overal een dubbele bodem

DEN HAAG, 2 NOV. Hooguit zes weken zou het duren voordat prof.mr. M. Wladimiroff zich weer zou kunnen wijden aan zijn eigen praktijk, was hem voorgehouden. Inmiddels is hij ruim zes maanden bezig met de verdediging van de Bosnische-Serviër Duško Tadic bij het Tribunaal van de Verenigde Naties voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië, en het einde is nog lang niet in zicht. “Zo langzamerhand begin ik een specialist te worden”, zegt hij spottend. “Ik ben al uitgenodigd voor lezingen. Maar ik zal blij zijn als ik de draad weer kan oppakken in mijn praktijk, die op dit moment helemaal plat ligt.”

Bij het tribunaal in Den Haag is vrijwel iedereen vol lof over Wladimiroff. Zijn kennis en kunde worden hoog gewaardeerd, zijn stijl en optreden uitvoerig geprezen. Slechts weinigen in de lange wandelgangen laten zich laatdunkend uit over de man die, zoals iedereen bereid is te erkennen, de uitzonderlijk lastige klus op zijn schouders heeft genomen de eerste verdachte van oorlogsmisdaden te verdedigen sinds de Neurenberg-processen, de befaamde berechting van nazi-kopstukken na afloop van de Tweede Wereldoorlog, en de International Military Tribunals in Tokio in 1946.

Maar bij het vorige week bekendgemaakte en door Wladimiroff aangevraagde uitstel tot mei volgend jaar van de rechtszaak tegen de Bosnische-Serviër Duško Tadic, de café-houder die verdacht wordt van moord en mishandeling in het gevangenenkamp Omarska in Noordoost-Bosnië, worden vraagtekens gezet. “De argumenten van Wladimiroff om voor uitstel te pleiten zijn uitstekend”, zegt een betrokkene bij het tribunaal die anoniem wenst te blijven. “Hij zegt geen hulp te krijgen van de autoriteiten en te worden gehinderd bij het opsporen van getuigen door oplaaiende gevechten. Dat zijn exact dezelfde problemen waarmee de aanklagers kampen. Maar de grote vraag op ieders lippen is: waarom zouden de Serviërs bij uitstek de verdediger van een compaan, die van de gruwelijkste misdaden wordt beschuldigd, willen hinderen bij het vinden van getuigen die het tegendeel kunnen beweren?”

Wladimiroff zit het dwars dat bij het tribunaal, ondanks alle loftuitingen, het gevoel bestaat dat hij misschien niet geheel conform de werkelijkheid spreekt. “Misschien is het een nadeel dat ik Wladimiroff heet en Joegoslavië ken. Ik heb er een jaar of tien rondgereisd en spreek de taal redelijk goed. Ik weet wat er speelt. Dat kan tegen me gebruikt worden.”

Aan de andere kant zegt Wladimiroff de gevoelens bij het tribunaal over het uitstel goed te kunnen begrijpen. Na maanden van voorbereiding waren de aanklagers klaar voor het proces tegen de eerste en tot nog toe enige verdachte die aangehouden én uitgeleverd is en daarom beschikbaar voor berechting. Vrij plotseling volgt nu langdurig uitstel, bij het begin van vredesbesprekingen in de Verenigde Staten en temidden van toenemende budgettaire problemen bij de VN, die ook het tribunaal onder druk zetten.

“De teleurstelling is begrijpelijk”, zegt Wladimiroff. “Helaas ben ik in Bosnië op geen enkele wijze geholpen door de autoriteiten. Officiële verzoeken hebben niets opgeleverd, zelfs brieven aan Karadzic en Mladic zijn tot nog toe onbeantwoord gebleven. Zonder getuigenverklaringen kan er geen sprake zijn van een eerlijk proces. De rechters hebben dat ingezien en hebben mij uitstel verleend. Dat er een politieke kant aan mijn verzoek zit is onzin. Het hele tribunaal is natuurlijk zo politiek als de pest en er is een scenario denkbaar dat een amnestie deel zal uitmaken van een vredesakkoord, voor alle beschuldigden of alleen voor de Bosnisch-Servische leiders. Bij mijn pogingen Tadic een schappelijke verdediging te geven heb ik echter niet op de totstandkoming van een vredesregeling gespeculeerd.”

Pogingen in Bosnië mensen te spreken zijn volgens Wladimiroff door zowel politie als de militairen gefrustreerd. De Servische advocaat Vujin, die Wladimiroff bijstaat in de verdediging van Tadic, meldde na gesprekken in het gebied dat de Bosnisch-Servische militairen meer open stonden voor het verzoek om getuigen te horen dan de politie. “Ik besloot begin september een tweede keer naar het gebied te trekken. Ik was bevreesd dat de vluchtelingenstroom die uit de Krajina naar het gebied op gang was gekomen, mijn getuigen mee zou slepen. Ik ben erin geslaagd in Prijedor en Banja Luka 25 mensen te interviewen (hun verklaringen staan op video, red.). Daarna werd mij door de politie opnieuw alles verboden. Van de verwachte medewerking door het leger kwam niet veel terecht: alle verloven van de mensen die ik wilde spreken bleken ingetrokken. Met de spanning na de verovering van de Krajina door de Kroaten kwam dat niet geheel onwaarschijnlijk op mij over, maar helpen deed het mij in geen geval. Clandestien heb ik nog wel het kamp vanaf een nabijgelegen heuveltop mogen aanschouwen. Inmiddels is het gebied nagenoeg ontoegankelijk geworden door de Kroatische opmars tot het nabijgelegen Sanski Most.”

Over de redenen van de Serviërs om niet mee te willen werken kan Wladimiroff slechts speculeren. “Zeker is dat ze bang zijn dat er iets naar buiten komt dat beter binnenskamers kan blijven. Ik ga Tadic niet verdedigen door te bestrijden dat in Bosnië gruweldaden plaatshebben. Ook Tadic zelf bestrijdt dat gegeven niet. Hij zegt: ik was er niet bij. In Bosnië wordt betrekkelijk negatief tegen zowel de zaak als de persoon Tadic aangekeken. Het feit dat hij niet in militaire dienst wilde, dat hij er pas laat voor uitkwam dat hij een Serviër was en vooral ook het gegeven dat hij via Duitsland - waar hij gearresteerd werd - naar Canada wilde en dus zijn land wilde ontvluchten, stemt de Serviërs niet gunstig. Maar Serviërs zijn ook volstrekt paranoïde. Ze zijn niet in staat rechtlijnig te denken, overal zit iets achter, alles heeft een dubbele bodem. Zo denken ze over Tadic: misschien heeft hij het wel gedaan en moeten wij hem hier berechten en is daarmee de kous af. Om dezelfde reden worden mijn navorsingen in het geheel niet op prijs gesteld. Tadic in Bosnië of Servië berechten is overigens juridisch niet mogelijk.”

Wladimiroff zegt “niet te weten” of Tadic schuldig is aan de martelingen en moorden die hem ten laste worden gelegd, om de simpele reden dat de verdediger “er niet bij was”. Toen hij het materiaal tegen Tadic van de aanklager las, dacht hij: die hebben een sterke zaak. Maar in juli, toen hij voor het eerst in het gebied was waar Tadic zijn misdaden zou hebben begaan, bekroop hem twijfel. “Die was voornamelijk gebaseerd op sfeer. De betekenis van sommige waarnemingen die in de aanklacht staan, wordt heel anders doordat je inzicht krijgt in afstanden en de tijd en moeite, door de roadblocks, die nodig is om van A naar B te komen. Alles krijgt perspectief. De getuigen die ik heb verhoord en die in het kamp hebben gezeten, hebben Tadic niet gezien. Hij heeft in die tijd een paar dingen gedaan voor het Rode Kruis en die hebben hem enkele keren bij de poort van het kamp gebracht. Over de beschuldiging dat hij vooral 's nachts in het kamp kwam gekleed in een militair uniform, heb ik geleerd dat getuigen vooral moet worden gevraagd naar de insignes op de uniformen. Bij het ontstaan van Bosnië-Herzegovina zijn verschillende bestaande uniformen door elkaar heen gedragen door zowel politie als militairen.

Maar het is heel moeilijk de verklaringen hierover van getuigen te duiden. De identificatie van Tadic in het kamp is onduidelijk.” Een van de grootste problemen waarmee Wladimiroff volgens eigen zeggen kampt is het gebrek aan geld. Van de VN krijgt hij 26 dollar per uur met een maximum van 200 dollar per dag. “Daarmee is geen goede verdediging te voeren. Mijn honorarium wordt nu betaald door het kantoor dat ingestemd heeft daar geld voor uit te trekken. Ik heb blikken studenten opengetrokken en gebruik gemaakt van collega's op de universiteit en ik ben twee keer zelf naar het gebied geweest. De grens is nu wel bereikt, nadat ik al in juli aan de bel heb getrokken. Ik wil twee investigators die in Bosnië getuigen vinden en verhoren en ik wil in Nederland een researcher. Dat is de prijs van een oorlogtribunaal in oorlogstijd. Ik wil Tadic een volwaardige verdediging geven. De aanklager heeft een uitvoerige staf. Hij kan beschikken over een heel apparaat onderzoekers. Zelfs de rechters hebben een eigen klerk. Ik heb de aanklagers verteld dat als er niets verandert, ik zal afkoersen op een mistrial, een rechtszaak die op procedurefouten zal stranden. Daar zijn ze van geschrokken. De relatie met het tribunaal is uitstekend en we helpen elkaar waar we kunnen, dus heb ik ook alle vertrouwen dat hiervoor een oplossing gevonden zal worden. De vraag is alleen hoe lang het gaat duren.”