Zorgsector zit met tekort van 315 miljoen

UTRECHT, 1 NOV. De zorgsector heeft 315 miljoen gulden per jaar meer nodig dan het kabinet beschikbaar stelt om aan de vraag naar zorg te kunnen voldoen.

Dit blijkt uit een rapport dat is opgesteld door een onderzoekscommissie onder leiding van prof. dr. A van der Zwan. Het rapport werd gisteren tijdens het Nationaal Debat Gezondheidszorg in Utrecht gepresenteerd. De instellingen in de gezondheidszorg hebben het afgelopen jaar meer patiënten geholpen dan vooraf verwacht was. “Wij hebben door een doelmatig beleid te voeren het verschil tussen de grote vraag en het beperkte aanbod naar zorg kleiner kunnen maken”, zegt A.T.J. Krol voorzitter van de Nederlandse Zorgfederatie. “Maar de kwaliteit van de zorg komt in de knel als het personeel minder aandacht aan de patiënten kan schenken.” De federatie is bang dat er een tweedeling in de zorg zal ontstaan, waarbij rijkeren betere zorg kunnen 'kopen'.

De sector vindt dat de politiek nu maatregelen moet nemen. “De patiënten staan op de stoep en de instellingen zijn wettelijk verplicht ze te helpen. Het aanbod wordt echter beperkt zodat instellingen 'nee' moeten verkopen. De overheid is de enige instantie die daar beleidsmatig iets aan kan veranderen”, aldus Krol.

Minister Borst (volksgezondheid) was niet onder de indruk van de kritiek. Volgens haar moet er een onafhankelijke schatting worden gemaakt van de ontwikkeling van de arbeidsproduktiviteit in de zorg. “Wat moet ik nu als de zorgsector aangeeft dat de produktiviteit almaar toeneemt, terwijl het Sociaal en Cultureel Planbureau vorige maand nog het omgekeerde beweerde? Het is in het belang van iedereen dat iedere partij zich houdt aan één cijfer, zodat we voorkomen dat cijfers gebruikt worden die het best bij bepaalde doelstellingen passen.” Borst vindt de stelling van het rapport dat de toenemende produktiviteit van de zorg ten koste gaat van de kwaliteit “niet voldoende onderbouwd”. “Je kunt met evenveel recht zeggen dat de kwaliteit van zorg gedurende vele jaren sterk is toegenomen. Ook hier geldt eerst: feiten, feiten, feiten”, aldus Borst.

De minister vindt wel dat de mogelijkheden die er zijn om de produktiviteit en kwaliteit van zorg te verbeteren, “maximaal benut moeten worden”. “Er blijkt al veel te bereiken met bijvoorbeeld een betere roosterplanning in de instellingen.” Maar, zo stelt Borst, “er zijn ook grenzen aan de snelheid waarmee je een patiënt kunt wassen of een wond kunt hechten. Je kunt Mozart wel iets sneller spelen dan vroeger, maar niet veel sneller.”

Een tweedeling in de zorg zal er volgens Borst niet komen. “Als de groei van 1,3 procent voor de zorgsector te laag is ingeschat, dan moet het kabinet de realiteit onder ogen zien. Dan moet het kabinet ingrijpen”, stelde Borst.