Zeewater weer welkom in Haringvliet

Vijfentwintig jaar geleden werd het Haringvliet afgesloten. Het zoute water werd zoet, 'een ecologische schok zonder weerga'. Maar de kans bestaat dat oude tijden in afgezwakte vorm gaan herleven.

STELLENDAM, 31 OKT. Men sprak naderhand van een 'ecologische schok zonder weerga'. Toen 25 jaar geleden, op 2 november 1970, het Haringvliet met een dam werd afgesloten, verloor deze zeearm zijn natuurlijke dynamiek van eb en vloed. Hetzelfde gold voor Hollands Diep en Biesbosch, die verder landinwaarts liggen. Het tijverschil viel in één klap terug van twee meter naar enkele decimeters. Zout en brak water werden weldra zoet. Slikken en platen die vroeger tweemaal daags droogvielen, kwamen permanent onder water te staan. Vogels die hier vanouds hun voedsel zochten, verdwenen.

Maar de kans bestaat dat oude tijden in afgezwakte vorm gaan herleven. “Iets meer dynamiek in dit watersysteem zou zeer welkom zijn”, sprak minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) onlangs per videofilm op een jubileumbijeenkomst in Stellendam. Ze doelde op vergevorderde plannen van Rijkswaterstaat om voortaan weer zeewater binnen te laten, wat een zeker herstel van de getijdenweging zou inhouden.

Dat kan, want de dam in het Haringvliet - tussen Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee - is geen hermetische afsluiting. Hij bevat 17 spuisluizen (samen duizend meter lang) om overtollig Rijnwater in zee te lozen. Die sluizen zijn ook in omgekeerde richting te gebruiken, zodat de zee weer kan binnendringen. In dat geval is de dam een soort stormvloedkering, zoals de Oosterscheldekering.

De beoogde verandering - in feite een lokale herziening van de Deltawerken - werd al in 1990 aangekondigd in de Derde Nota Waterhuishouding en is nu onderwerp van een milieu-effectrapportage. Die moet in de loop van 1996 gereed zijn, waarop de minister een beslissing neemt. Er is keus uit diverse mogelijkheden: van handhaving van de bestaande toestand tot volledig openzetten van de sluizen. Waarschijnlijk zal een gemiddelde variant, die neerkomt op een tijverschil van zestig à zeventig centimeter, de voorkeur krijgen. Dat is althans de verwachting van drs. J.W.M. Kuijpers, hoofd planvorming water bij de directie Zuid-Holland van Rijkswaterstaat.

Het verlangen om de 'deur' in het Haringvliet te heropenen, komt voort uit een groeiende aandacht voor natuur en milieu. In de jaren zestig, toen de Haringvlietdam werd ontworpen, gold een andere belangenafweging dan nu, zegt Kuijpers. De veiligheid van de bewoners stond voorop (dat blijft trouwens zo) en daarop volgde het belang van de zoetwatervoorziening. “Maar intussen zijn de belangen van natuur en milieu, van recreatie en riviervisserij veel zwaarder gaan wegen en die moeten dus beter tot hun recht komen”, aldus Kuijpers.

Zijn woorden weerspiegelen tegenstellingen die tot op de dag van vandaag voortduren. De natuurbeweging zou de voormalige zeearm zoveel mogelijk in oude luister hersteld willen zien. Hoe groter het tijverschil, hoe beter voor de natuur, redeneert men daar. De Biesbosch zou zijn oorspronkelijke karakter van zoetwatergetijdendelta of vloedwoud terug krijgen ten gunste van plant en dier. Rietgorzen die verkommeren door gebrek aan water, zouden herleven en ook de kwak, een zeldzame reigerachtige die hier vroeger in kleine aantallen broedde, zou een revival beleven.

Daar tegenover staan de boeren, die zich tegen binnendringend zeewater verzetten uit angst voor verzilting van hun grond en sproeiwater. Ze vinden gehoor bij de waterschappen, die nog altijd sterk met het agrarisch belang verbonden zijn. Ook de drinkwaterwereld staat niet te juichen bij de plannen. Aan de zuidkant van het Haringvliet, dichtbij de dam, wordt zoet water getapt voor een deel van de Zeeuwse bevolking en die 'inlaat' mag niet in gevaar komen.

In dat veld van tegenstellingen moet Rijkswaterstaat een behoedzame koers zien te varen om alle partijen min of meer te vriend te houden. Vandaar dat Kuijpers een tussenoplossing van zestig à zeventig centimeter tijverschil de meeste kansen geeft. In dat geval zal er geen verzilting van het drinkwater optreden. Een dergelijk alternatief zal volgens hem ook niet tot complicaties leiden bij de sanering van de waterbodems in Haringvliet, Hollands Diep en Biesbosch, waar miljoenen tonnen zwaar verontreigd slib liggen, afkomstig van industrie langs Rijn en Maas. De bodem bevat hoge concentraties zware metalen en organochloorverbindingen, waaronder de zeer giftige pcb's (polychloorbifenylen).

Als de sluizen in de Haringvlietdam voluit opengaan, ontstaat een sterke stroming die een deel van het vuile slib loswoelt en afvoert naar zee. “En dat willen we niet”, zegt Kuijpers, “omdat het strijdig zou zijn met internationale afspraken om de Noordzee te ontlasten.” Gaan de sluizen slechts gedeeltelijk open, zodat het tijverschil tot n zestig centimeter beperkt blijft, dan is de stroming te zwak om slib los te woelen. De miljoenen tonnen bezinksel zullen dan te zijner tijd worden gestort in een speciaal depot.

Inmiddels is de 'deur' in het Haringvliet wel eens op een kier gezet. Vorig jaar, van maart tot juli, zijn bij opkomend tij één of twee van de zeventien sluizen geopend om te zien hoe trekvissen hierop reageren. Aan de binnenkant van de sluizen werden netten opgehangen. Kuijpers: “En je zag ze verschijnen: spiering, haring, wijting en driedoornige stekelbaars. En sporadisch ook een zalm.” Hij noemt dat een gunstig teken in het licht van de pogingen tot natuurherstel. “Het gaat niet alleen om eb en vloed, maar ook om de terugkeer van een soort als de zalm, die een betere entree tot de Rijn moet krijgen.”