Wat willen de partijen in Dayton?

Vandaag beginnen op de Amerikaanse luchtmachtbasis Wright-Patterson bij Dayton in de staat Ohio de vredesonderhandelingen tussen de drie partijen in het Bosnische conflict: de moslims, de Kroaten en de Serviërs. De Bosnische Serviërs, die de helft van het Bosnische grondgebied beheersen, zitten niet aan tafel maar worden vertegenwoordigd door een delegatie onder leiding van de Servische president Slobodan Miloševic. Het is onduidelijk hoezeer deze het huidige bewind in Pale wil steunen. De Bosnische president Alija Izetbegovic vertegenwoordigt de moslim-Kroatische federatie, die de andere helft van Bosnië controleert. Kroatië wordt vertegenwoordigd door president Franjo Tudjman. Namens de internationale gemeenschap nemen deel: de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Warren Christopher, die de besprekingen vandaag opent met een reeks bilaterale gesprekken, de Amerikaanse diplomaat Richard Holbrooke en Carl Bildt, die namens de Europese Unie in ex-Joegoslavië bemiddelt. Wat hopen de drie ex-Joegoslavische partijen tijdens de onderhandelingen te bereiken?

De Bosnische Serviërs eisen onder meer:

Voortzetting van de door hen zelf uitgeroepen staat en het recht om een confederatie aan te gaan met Servië.

Zeggenschap over Bosnië ten zuiden van de rivier de Sava, waardoor de Kroaten een deel van hun huidige territorium moeten opgeven.

Een verbreding van de corridor in het noorden van Bosnië, die Servisch gebied in het oosten en het noordwesten van Bosnië verbindt.

Teruggave van 4.000 vierkante kilometer van Bosnië, die zij de afgelopen maanden tijdens een moslim-Kroatisch offensief kwijtraakten.

Zeggenschap over de huidige moslim-enclave Gorazde in het oosten van Bosnië.

Een deling van Sarajevo in een Servisch en een moslim-Kroatisch deel, en een permanente verbinding tussen Servisch-Sarajevo en de rest van Bosnisch Servië.

Toegang tot een haven aan de Adriatische Zee, waardoor Kroatië een deel van zijn grondgebied bij Dubrovnik zou moeten opgeven.

De Bosnische regering eist onder meer:

Een ongedeeld Bosnië.

De buurlanden Servië en Kroatië moeten hun territoriale eisen in Bosnië opgeven en hun steun voor Bosnische Kroaten en -Serviërs staken.

Wie verdacht wordt van oorlogsmisdaden moet verboden worden deel te nemen aan verkiezingen; zo'n verbod zou de huidige Bosnisch-Servische leider Karadzic en de legercommandant Mladic treffen, die door het VN-tribunaal in Den Haag worden gezocht voor oorlogsmisdaden.

Opheffing van het internationale wapenembargo tegen Bosnië zodra er een vredesakkoord is, om het Bosnische leger “in staat te stellen het land te verdedigen”.

Terugkeer van vluchtelingen voordat nieuwe verkiezingen worden gehouden.

Bij deelname van Russische troepen aan het toezicht op een vredesregeling moet een evengroot contingent troepen uit moslimlanden voor tegenwicht zorgen om bevoordeling van de Bosnische Serviërs door hun traditionele bondgenoot te voorkomen.

Opstelling van de vredesmacht in heel Bosnië gedurende een jaar, niet alleen langs de bevroren frontlinies. Die periode kan alleen op verzoek van de regering in Sarajevo worden verlengd.

Kroatische troepen moeten Bosnië verlaten binnen een maand na het sluiten van een akkoord.

De Bosnische hoofdstad Sarajevo moet ongedeeld blijven.

Gorazde blijft in moslimhanden. De Servische corridor in het noorden is breed genoeg.

Kroatië eist:

Teruggave door Servië van de in 1991 door hen bezette regio Oost-Slavonië.