Vroege Duitse films van Desmet

Rot für Gefahr, Feuer und Liebe: vroege Duitse zwijgende films (1911-1919). In: Amsterdam, Nederlands Filmmuseum t/m 8 november.

Toen het Nederlands Filmmuseum de ongeveer 900 films verzameld door bioscoopexploitant Jean Desmet, alle uit de periode 1910-1915, geïnventariseerd had, bleken de meeste (270) afkomstig uit Frankrijk. Verder waren er zo'n 220 Amerikaanse films, 130 Italiaanse en 75 Duitse. In de periode voor de Eerste Wereldoorlog was Duitsland dus wel een belangrijke filmproducerende natie, maar bezat nog niet de internationaal toonaangevende positie die de expressionisten en de andere filmkunstenaars tijdens de Weimarrepubliek zouden verwerven, zoals weer eens aangetoond werd in de aan Duitsland gewijde aflevering in de televisieserie Cinema Europe, The Other Hollywood/ Hoezo Hollywood?

Een week lang vertoont het Filmmuseum zeventien Duitse films van voor 1919, niet alleen het jaar van de Vrede van Versailles maar ook van de geboorte van het filmexpressionisme door de presentatie van de baanbrekende film Das Kabinett des Dr. Caligari. Dit programma is samengesteld door het Goethe Institut, maar leunt zwaar op door het Nederlands Filmmuseum herontdekte kopieën, vooral uit de Desmet-collectie. Achter de titel van het programma - Rot für Gefahr, Feuer und Liebe - moet weinig meer gezocht worden dan de letterlijke betekenis. De meeste films uit de Desmet-collectie, ongeveer tachtig procent, bleken getint in een steunkleur, die veelal de stemming van de scène bepalen moest.

Het ligt voor de hand om bij de herontdekking van films uit een cinematografisch onbekende periode als het Tweede Keizerrijk te zoeken naar vroege signalen die verwijzen naar wat we wel kennen: het expressionisme, latere filmauteurs als Ernst Lubitsch, Fritz Lang, F.W. Murnau.

Geheel in de trant van het Filmmuseum worden de films echter niet in een dergelijke context gepresenteerd; conservator Eric de Kuyper, die een inleiding schreef in de voortreffelijke Duits- en Engelstalige catalogus, en zijn opvolgers Peter Delpeut en Ruud Visschedijk willen films laten zien, die niet in een of andere canon of filmhistorisch betoog passen.

Het slechts een week vertoonde programma bestaat uit zeventien maar één keer vertoonde titels, waaronder de beide door Joseph Delmont in 1913 in Nederland opgenomen films: een in Rotterdam gesitueerde thriller (Der geheimnisvolle Club, vr) en een op locatie in Marken gedraaide liefdesgeschiedenis (Auf einsamer Insel, zo). Daarentegen wordt een dubbelprogramma dagelijks om 21u30 herhaald. De voorfilm Zweimal gelebt (Max Mack, 1912) is een origineel vormgegeven melodrama over een schijndode vrouw met geheugenverlies. Die Börsenkönigin (Edmund Edel, 1916) is vooral het aanzien waard door de persoonlijkheid van de oorspronkelijk Deense Asta Nielsen, mondiaal de eerste echte filmster, als een keiharde beursspeculante. Het sterk benadrukken van juist deze twee films doet enigszins willekeurig aan. Wellicht is dat de noodzakelijke consequentie van een mede door het toeval bepaald programmeringsbeleid.