Vrijmetselaar is volwassen padvinder

Het gaat kennelijk zo slecht met de maconnerie dat zij haar loges opengooit en de zwijgplicht steeds minder laat wegen, zoals de kop boven Heiko Jessayans stuk in deze krant van 16 oktober aangeeft. Om de een of andere reden doet de malaise in de vrijmetselarij deugd. Waarom eigenlijk? Natuurlijk geloof ik niets van de fantastische voorstellingen over de macht van de 'broeders'. Zulke geruchten komen alleen maar voort uit kinnesinne. Hoogstens in een conspiratieve cultuur als van het traditionele Italië konden de loges ontaarden tot clubs van samenzweerders. Als ik langs de Fluwelen Burgwal in Den Haag loop vermoed ik geen P-2 achter de statige gevel van het hoofdkwartier van het Groot-Oosten der Nederlanden. Wat veroorzaakt dan toch het onbehagen? Mij lopen dezelfde rillingen over de rug als ik mannen in korte broek zie padvinderen. Hoe is het mogelijk dat grote mensen zo in een spel opgaan?

De taal die de heren Metselaars en de dames Weefsters uitslaan lijkt verrassend veel op het geneuzel waarmee studentencorpora hun bestaan rechtvaardigen: aan jezelf werken, warmte, gezelligheid. Het is niet anders bij andere sociëteiten van Amerikaanse huize die zich - vertaald - Leeuwen en Raddraaiers noemen. De leden schurken zich tegen elkaar aan en vermeien zich in hun geheimdoenerij. Ze hebben insignes, speciale inwijdingsgraden en ze bedienen zich van een geheimtaal die de buitenwereld moet laten voelen dat zij heel wat mist.

Al een paar keer is mij discreet gevraagd: “Zou je er niet voor voelen lid van de ....te worden?” Ik hoor me, schijnt, gevleid te voelen door zo'n avance. Als ik dan terughoudend reageer, wordt me meteen toegevoegd: “We hebben ook een arbeider als lid, hoor.” Ja, ze hebben alle hun token-worker, de Lions, Rotary en Vrijmetselaars, die zich niet al te étonnés de se trouver ensemble mogen voelen, als we lezen dat een Bussumse vrouw overweegt tot de 'Orde van de Weefsters' toe te treden in plaats van tot de 'Inner Wheel' zoals haar als eega van een Rotarian zou passen.

Het kost moeite ernstig te blijven bij de gewichtigdoenerij van de Vrijmetselaars. De eerbied die we zonder moeite koesteren voor iemand die zijn geloof getuigt, is moeilijk op te brengen bij de seculiere religie die de maconnerie vertegenwoordigt. Voor iemand die gelooft, kunnen de dogma's nu eenmaal niet onwaarschijnlijk genoeg zijn: maagdelijke geboorten, wederopstandingen of een bliksembezoek van Mohammed aan Jeruzalem. Hoe onzinniger, hoe meer geloof.

De psychologische basis van geloven is al door Tertullianus in zijn werk over de vleeswording van Christus getroffen: credo quia absurdum (ik geloof omdat het absurd is: De carne Christi 5). De rituelen en symbolen die een godsdienst ontwikkelt, zijn voor de buitenstaanders onzinnig en dat horen ze ook te zijn. Ze vertegenwoordigen een mysterie en dwingen daardoor een zeker respect af, want we weten dat ze iets beduiden voor de ingewijden. De bekentenissen van de bekeerden blijven fascineren. Op dat verschijnsel berust het succes van de rubriek 'Geloven'. De uitingen van de Vrijmetselaars missen echter die uitwerking. Ze stemmen eerder tot meewarigheid. Zij hanteren dezelfde soort geheimtaal zonder te geloven.

“Vrijmetselaren zijn tolerant tegenover andersdenkenden, niet-dogmatisch en vrijzinnig-libertair”, verklaart Grootmeester P. Baron van der Feltz. “Het zijn zoekers en denkers.” Nu, dan ben ik ook vrijmetselaar, alleen zwaai ik niet met troffel, passer en winkelhaak.

Historisch gezien is het makkelijk te verklaren dat de vrijmetselaars hun eigen symboliek ontwikkelden. De achttiende-eeuwers die de Kerk afzwoeren, namen natuurlijk in veel opzichten de uiterlijke gedaante aan van l'infâme. Zo stuitte ik bij mij onderzoekingen naar het voortleven van Spartacus op boeiende staaltjes. Als symbool van radicaliteit betekende hij veel voor de Orde van Illuminaten, een radicale loot aan de stam van de vrijdenkerij in de tweede helft van de eeuw van de Verlichting. Als stichter geldt Adam Weishaupt (1748-1830) die zich naar de slavenrebel noemde. Heel Midden-Europa werd met pseudoniemen gestoffeerd: München heette Athene, Weishaupts eigen Ingolstadt werd Eleusis en de Verlichten heetten voor elkaar Philo, Ajax en Cato. Nog in deze eeuw hebben Italiaanse broeders esoterische geschriften laten verschijnen a cura di Spartacus.

Speelt Hollandse nuchterheid mij parten? Waarschijnlijk ontbreekt het me eenvoudig aan het middenstandsinstinct om tot de hogere kringen te willen behoren. Al als aankomend student voelde ik feilloos aan dat daar op de sociëteit niet mijn soort mensen zat en luisterde als 'nihilist' geamuseerd naar de warrige ideologie van de corpora. Uiteindelijk komt de verdediging van zulke 'doelloze' genootschappen er altijd op neer dat je alleen kunt oordelen als je erin zit. Deze dooddoener wordt ook door de grote-mensen-clubs gehanteerd. Het is onthutsend te merken hoe schamel de boodschap is die de maconnieken hebben, nu ze het wat minder nauw willen nemen met hun zwijgplicht. Wat ze te bieden hebben is sfeer en een lege cultus.

Is de wereld, te beginnen bij Nederland, niet onderhand te oud voor zulke jongensclubs als de Vrijmetselarij?