Tuinbouwers draaien op voor vis-akkoord met Marokko

ROTTERDAM, 1 NOV. Het moeizaam bereikte akkoord tussen de Europese Unie en Marokko over de visserij onder de Westafrikaanse kust moet weer worden opengebroken. De Commissie heeft in de maandenlang durende onderhandelingen uiteindelijk toezeggingen gedaan die niet hadden gemogen, zo stelden de ministers van buitenlandse zaken van Nederland, België, Duitsland, Ierland, Italië, Portugal en Oostenrijk afgelopen maandag in Luxemburg vast. In eerste instantie was ook Frankrijk tegenstander van het akkoord, maar dat land heeft om politieke redenen zijn bezwaren laten schieten.

Vorige week woensdag al liet de Nederlandse minister Van Aartsen (landbouw) in Luxemburg weten niet te kunnen leven met het nieuwe visserij-akkoord. In eerste instantie waren het Nederland en België die de kwestie aan de orde stelden, maar al snel sloten zich een aantal andere lidstaten aan bij het protest. Donderdag herhaalde Van Aartsen zijn bezwaren nog eens in de Europese Visserijraad.

De Commissie erkende vorige week al dat zij bij de onderhandelingen haar mandaat had overtreden, maar weigerde toen terug naar de onderhandelingstafel te gaan, tenzij maandag de ministers van buitenlandse zaken daar op zouden aandringen. Dat gebeurde dus en de Commissie vreest nu dat Marokko zich nog moeilijker zal opstellen dan de afgelopen maanden al het geval was.

De Italiaanse commissaris voor de visserij, Emma Bonino, wacht een zware taak als de onderhandelingen worden heropend, maar daar is zij na het conflict eerder dit jaar met Canada wel aan gewend.

De euforie die onstond na het bekend worden van het compromis, waaraan voorzitter van de EU Santer en koning Hassan van Marokko te pas waren gekomen, zakte snel weg toen duidelijk werd welke prijs de Unie ervoor moest betalen in de vorm van het toestaan van extra importen van tomaten (15.000 ton), snijbloemen (5.000 ton), citrusvruchten, komkommers en aardappelen vanuit Marokko naar de lidstaten.

Gezien de problemen waarmee de Nederlandse tuinbouw kampt was onmiddellijk duidelijk dat minister Van Aartsen (landbouw) dat onmogelijk over zijn kant kon laten gaan, te meer omdat Nederland part noch deel heeft aan het visserij-akkoord. De Nederlandse tuinders vormen op dit ogenblik wel de laatste groep die mag worden gevraagd de Spaanse en Portugese visserij te gaan subsidiëren.

Onderhandelingen in Marokko's hoofdstad Rabat met vertegenwoordigers van de Unie liepen eind april vast. Bonino voorzag toen goed dat het nog zeer lang zou gaan duren voordat er een vergelijk zou zijn. De toen aflopende overeenkomst voorzag in werk voor 700 vissersschepen, waarvan negentig procent onder Spaanse vlag vaart. Zij vangen jaarlijks 50.000 ton vis onder de Marokkaanse en Westafrikaanse kust. Ook een veertigtal Portugese vissersschepen is afhankelijk van visgronden in het Marokkaanse deel van de Atlantische Oceaan. Een nieuw contract met Marokko was dan ook veel belangrijker dan de overeenkomst die eerder tussen Canada en de EU werd gesloten over de vangst van Groenlandse heilbot in de wateren rond New Foundland.

Dat het Europese wisselgeld niet door de tuinbouw kon worden opgebracht, hadden de onderhandelaars ruim van tevoren kunnen weten. Begin juni nog hadden de tuinders overleg met Van Aartsen, een gesprek dat niet kon wachten tot de reguliere vergadering aan het eind van die maand. Dat had vooral te maken met het feit dat de bewindsman meteen daarna naar Madrid reisde om daar te spreken met zijn Spaanse ambtgenoot.

De tuinbouwers spraken van een dreigende crisis. De prijzen zijn al geruime tijd schrijnend laag - nog nooit in de geschiedenis zijn zoveel tomaten doorgedraaid als deze zomer - terwijl de lastendruk stijgt. De prijzen van tuinbouwprodukten staan al drie tot vier jaar onder druk. Oorzaak van de scherpe prijsdalingen is volgens de tuinbouwveilingen de groeiende aanvoer uit Spanje en de Canarische Eilanden. De Spaanse uitvoer van tomaten is sinds 1988 met vijftig procent gestegen, die van paprika's, komkommers, sla en aardbeien bijna verdubbeld. Maar de telers hebben niet alleen last van de Spaanse concurrentie. Er is ook een forse aanvoer uit Marokko. Na de Golfoorlog zijn er toezeggingen gedaan aan de Magreb-landen om de opkomst van het fundamentalisme te stoppen. Die landen zijn tegemoet gekomen door de afschaffing van allerlei invoerheffingen. Dat mag een sympatieke politieke stap zijn, feit is wel dat de tuinbouw daarvoor de rekening betaalt. Hetzelfde is gebeurd met een land als Colombia. Om de produktie van cocaïne af te remmen worden boeren daar gestimuleerd andere produkten te gaan telen. In de praktijk komt het er op neer dat onder anderen de Nederlandse bloemenkweker sinds een paar jaar vanuit dat land wordt beconcurreerd. Uitgerekend onder Spaans voorzitterschap is Marokko nu toegezegd extra tomaten en bloemen naar Europa te mogen exporteren. De ministers van buitenlandse zaken hebben de Europese onderhandelaars laten weten dat daar geen sprake van kan zijn. Zij mogen hun huiswerk opnieuw maken door eerst de vijftien lidstaten nog eens te raadplegen.