Toneelstichting eist twee ton

AMSTERDAM, 1 NOV. Amsterdam moet 200.000 gulden schadevergoeding betalen voor het intrekken van een vergunning voor een theatervoorstelling. Dat heeft de stichting Floating Amsterdam gisteren voor de president van de rechtbank in Amsterdam geëist. Haar voorstelling aan het IJ, 'De Sirenen', moest vlak voor de première in augustus worden afgelast omdat de vergunning om een tribune in het water te bouwen, was ingetrokken. De gemeente deed dit, nadat de stichting had ontdekt dat op die plek mogelijk een vliegtuigbom uit de Tweede Wereldoorlog lag. De advocaat van de stichting verweet de gemeente onzorgvuldigheid bij het onderzoek, voorafgaand aan de verlening van de vergunning. Zij had kunnen weten dat daar een bom onder het water lag. Volgens de advocaat van de gemeente wist zij bij het verlenen van de vergunning niet dat voor de tribune moest worden geheid. Floating Amsterdam, dat door de afgelasting van voorstelling in financiële problemen is geraakt, heeft de schade volgens hem aan zichzelf te wijten. “Zij had moeten begrijpen dat de bestuursorganen van het stadsdeel de vergunning niet hadden mogen verlenen.” De twee ton die gisteren werden geëist, zijn een voorschot op een claim van zeven ton. Uitspraak op 9 november.