'Stok-en-worst-politiek' in Groene Hart

Vanmiddag sprak de Tweede Kamer met VROM-minister De Boer over ruimtelijk beleid. De Boer wil het Groene Hart openhouden, maar veel gemeenten, daarin gesteund door hun provincies, vinden dat er gebouwd kan worden. Wat zijn eigenlijk de instrumenten van het rijk?

DEN HAAG, 1 NOV. De burgemeester van Nieuwkoop, W.M.C. Vrey-Vringer, woont aan het water. Achter haar huis, aan de Noordenseweg, loopt het gazon uit op een aanlegsteiger in het riet. Vanuit de huiskamer is het uitzicht overweldigend. Toen Vrey enkele jaren geleden aantrad, was er sprake van dat Nieuwkoop de ambtswoning van de hand zou doen. Dat heeft ze tegen kunnen houden.

Nieuwkoop is een van de zes aan elkaar grenzende gemeenten die vorige maand hun handtekening hebben gezet onder een eigen notitie over de toekomst van het Groene Hart. We dachten, zegt Vrey, “laten we ons daar maar eens op beraden, voordat de minister het doet”. De visie wordt aan de bevolking gepresenteerd in een reizende tentoonstelling. Volgens Nieuwkoop en de andere gemeenten van het 'intergemeentelijk overlegorgaan Rijnstreek' dient verdere verstedelijking te worden voorkomen, maar moet het aan de andere kant wel mogelijk zijn dat de eigen inwoners aan hun trekken komen: woningen voor senioren of een huis voor de zoon van de slager.

Deze en andere woonwensen brachten VROM-minister De Boer er een paar weken geleden toe de provincies Zuid-Holland en Utrecht fijntjes te herinneren aan afspraken om toekomstige woningbouw zoveel mogelijk te beperken, in 1993 gemaakt met toenmalig minister Alders. De notulen van het overleg waren bijgevoegd ('Staatssecretaris Heerma opent de vergadering en verontschuldigt Minister Alders, die wat later zal komen'). Maar, schreef De Boer, in het streekplan voor Zuid-Holland-Oost waren de 'contouren' waarbinnen bebouwing was afgesproken, opeens ruimer getrokken. Utrecht had in het streekplan zelfs simpelweg tweeduizend extra woningen opgevoerd. De minister sprak de provincies vermanend toe, maar biedt ook een uitweg. Ze wil, liet ze weten, af van het vaste aantal overeengekomen woningen. Binnen de contouren staat het gemeenten wat haar betreft vrij om te bouwen.

Met deze methode van 'de worst en de stok' vergroot minister De Boer haar mogelijkheden om de inrichting van het Groene Hart te beïnvloeden. De eerste in rij hiervan is de Vinex, de belangrijkste nota over de ruimtelijke ordening, met daarin beginselen, hoofdlijnen en voornaamste maatregelen van het nationaal ruimtelijk beleid. Volgens de Vinex moet verdere bebouwing de komende tien jaar worden geconcentreerd in en rond stedelijke gebieden, en moeten daarbuiten rust, groen en ruimte bewaard blijven.

De afspraken met provincies waaraan de minister in haar brief refereerde, zijn op basis van deze nota gemaakt. Houden provincies zich niet aan die afspraken, en levert overleg hierover geen resultaat op, dan kan De Boer in het streekplan ingrijpen, of, als het om gemeenten gaat, in het bestemmingsplan. Maar liever dan, zoals dat heet, een 'aanwijzing' op basis van de Wet op de ruimtelijke ordening geven, wil zij provincies en gemeenten met kracht van argumenten overreden. Het beleid om het Groene Hart open te houden, schreef ze de Tweede Kamer in de voorbereiding op het debat van vanmiddag, “kan alleen maar slagen als het samen met gemeenten en provincies wordt ingezet, en als het ertoe leidt dat de waarde van de open gebieden, zowel voor de omringende stedelingen als voor de eigen bevolking, wordt vergroot”. Een 'kwaliteitsimpuls' heet dat tegenwoordig in het ruimtelijke-ordeningsjargon van het ministerie.

Dus komt de actualisering van de Vinex (voor de periode 2005-2010) nu tot stand op basis van door gemeenten en provincies aangedragen ideeën. Ook vanavond weer vindt er een Groene Hart-gesprek plaats, in Gouda deze keer. Het zijn steeds openbare bijeenkomsten, die beginnen met een video ('Het Groene Hart in perspectief'), waarna uitleg wordt gegeven over hoe de 'impulsen' eruit zouden kunnen zien. Daarna volgt discussie met de zaal. Ook nu al zijn er 'strategische projecten' om het Groene Hart op te waarderen, waaronder zulke verschillende zaken vallen als het uitzetten van kanoroutes tussen de Rottemeren en recreatiegebied 't Weegje bij Gouda en de renovatie van een sluis bij Woerdense Verlaat. Die sluis is door minister De Boer vorige maand nog feestelijk geopend, op de eerste dag van de Groene Hart-gesprekken, die twee maanden duren.

Maar op het ministerie van VROM heeft het idee postgevat dat de 2,5 miljard gulden die de komende 25 jaar voor de 'strategische projecten' wordt uitgetrokken, niet voldoende is. Om de verschillende regio's hun mogelijkheden op het gebied van natuur, recreatie en landbouw beter te laten benutten, zou er zoiets als een 'Groene Hart-fonds' moeten komen. Met geld hieruit zouden bijvoorbeeld de zes Rijnstreek-gemeenten “het recreatief/toeristisch produkt” kunnen ontwikkelen, zoals in hun notitie staat. Daarnaast is op het departement de gedachte van een aparte planologische kernbeslissing voor het Groene Hart opgekomen, maar zo'n omslachtige procedure sluit niet aan op de praktische tijdsgeest. Datzelfde geldt voor een 'lex specialis' voor het Groene Hart, een speciale wet naar analogie van bijvoorbeeld de Herinrichtingswet Veenkoloniën.

Waarschijnlijker is het daarom dat het ministerie zal aansturen op een interprovinciaal streekplan voor het Groene Hart, om zo de provincies aan elkaar te binden. Over de uitvoering van zo'n gemeenschappelijk streekplan, zo filosofeert de ruimtelijke-ordeningspoot van het ministerie, zou dan een convenant gesloten kunnen worden. In ieder geval is alvast een 'stimuleringsprogramma intensief en meervoudig ruimtegebruik' opgezet, bedoeld om 'inspirerende oplossingen' te bieden voor het bouwen binnen 'contouren': compacte laagbouw, aantrekkelijke hoogbouw, hergebruik van leegstaande gebouwen en ondergronds bouwen. Dat sluit aan bij ideeën die ook in het Groene Hart steeds meer opkomen. Want, zegt burgemeester Vrey, “in het vervolg willen we dat op bedrijfsterreinen de parkeerplaatsen ondergronds komen”.