Staat wil in '96 al deel NOB-aandelen verkopen

ROTTERDAM, 1 NOV. De Nederlandse Staat zal waarschijnlijk al in 1996 een deel van haar 100 procents belang in het Nederlandse Omroepproduktiebedrijf (NOB) verkopen. Een ambtelijke commissie van de ministeries van onderwijs, cultuur en wetenschappen (OCW) en dat van Financiën zijn momenteel bezig met de afronding van een wetsvoorstel dat de 'tweede fase' van de privatisering van het voormalige technische bedrijf van de NOS moet regelen.

In de begroting van OCW voor komend jaar is alvast een bedrag van 155 miljoen gulden geboekt als inkomsten uit de verkoop van een pakket NOB-aandelen. De woordvoerster van het ministerie erkent dat daaruit geconcludeerd kan worden dat er “een redelijke kans” bestaat dat de verkoop volgend jaar gaat beginnen. Vorig jaar nog stelde de NOB zelf dat de privatisering niet vóór 1997 zou kunnen plaatsvinden. Na de verzelfstandiging in 1988 werd pas in 1992 voor het eerst een bescheiden winstje gemaakt. Vanochtend was het bedrijf niet voor commentaar bereikbaar.

Bij een opbrengst van 155 miljoen gulden gaat het in ieder geval om een eerste deel van de aandelen die van de hand gedaan zullen worden. Het NOB - waar circa 2000 mensen werken - behaalde vorig jaar een omzet van 428 miljoen gulden en verdiende toen 38,7 miljoen.

De voorbereidingscommissie zal in het wetsvoorstel ook antwoord moeten geven op de vraag wat voor soort nieuwe eigenaars voor het NOB de voorkeur verdienen. Strict financiële partijen willen op den duur hun belang weer kunnen verkopen, waarmee wellicht een gang naar de Amsterdamse Effectenbeurs in zicht komt. De verkoop aan 'strategische' partijen als omroepen of TV-stations heeft als nadeel dat de onafhankelijkheid van het produktiebedrijf in het geding komt. Nu verleent het NOB in Nederland haar diensten aan zowel de publieke als aan de commerciële omroepen in binnen- en buitenland.

Het ministerie van OCW verwacht dat het wetsvoorstel -waarover het kabinet nog een beslissing moet nemen -in de eerste helft van volgend jaar aan de Tweede Kamer kan worden aangeboden.