Srebrenica

Dat de Serviërs na de val van Srebrenica in juli op grote schaal de bevolking begonnen uit te moorden werd al heel snel duidelijk. Ze gedroegen zich niet anders dan bij hun eerdere etnische zuiveringen. In diezelfde tijd verbijsterden de Nederlandse officieren Karremans en Couzy de wereld met bagatelliserende en zelfs pro-Servische opmerkingen. Zij bleken niet alleen te staan, de pro-Servische mentaliteit bij de VN in voormalig Joegoslavië en zeker ook bij Dutchbat raakte steeds meer bekend.

Minister Voorhoeve wijdt in zijn eindverslag slechts één zin aan de foute mentaliteit van de Dutchbatters en wil ons nu doen geloven dat Dutchbat deed wat het kon om de bevolking van Srebrenica te beveiligen. Behalve in politiek Den Haag wordt dat natuurlijk door geen mens geloofd. Een soldaat met een laag moreel presteert immers maar weinig. Maar Voorhoeve hoeft zich geen zorgen te maken. De Tweede Kamer weet heel goed dat de val van Srebrenica een onbedoeld maar helaas niet te vermijden gevolg was van de strikte neutraliteitspolitiek die jarenlang in voormalig Joegoslavië werd gevoerd. Een politiek waar een grote meerderheid van de Kamer met overtuiging achter stond, ondanks de voortdurende wandaden van de Serviërs. Srebrenica is gevallen en een flink deel van de bevolking is uitgemoord. Het is grootste militaire, politieke en morele nederlaag die Nederland de laatste halve eeuw heeft geleden. Maar Voorhoeve mag blijven. De afrekening komt pas later, van de geschiedschrijvers. Hun oordeel over de politici van de jaren negentig zal vernietigend zijn.