Schade blijft beperkt; EU wil geen compensatie van valutaverliezen

BRUSSEL, 1 NOV. De Europese Commissie wijst resoluut compensatie af voor bedrijven die het slachtoffer zijn van sterke koersschommelingen. Het toelaten van dit soort steun zou de interne markt doen afbrokkelen.

De enige remedie is een Europese eenheidsmunt, beklemtoonden gisteren de commissarissen De Silguy (monetaire zaken) en Monti (interne markt). Zij presenteerden een lang verwacht onderzoek naar de effecten van wisselkoersveranderingen binnen de Europese Unie. Volgens het rapport zijn er geen bewijzen dat economieën met een harde munt, zoals Duitsland en Nederland, last hebben van devaluaties door buurlanden, die door de verzwakking van hun munt hun produkten goedkoper zien worden.

In België, Duitsland en Frankrijk had de exportindustrie aangedrongen op bescherming tegen valuta-schommelingen door middel van handelsbeperkingen of financiële hulp. Het ging daarbij vooral om fabrikanten van auto's, kleding, vliegtuigen en schepen. Het Nederlands bedrijfsleven, dat zich overigens niet in Brussel had gemeld, klaagt ook over de harde munt. Bij Philips, Fokker, KNP BT, BolsWessanen en Unilever staat de winst onder druk van de sterke gulden.

Volgens het EU-rapport hebben vooral de auto- en kledingindustrie, in bijzonder in grensgebieden, last hebben van valuta-schommelingen. Maar behalve voor de landbouw - en dan onder strikte voorwaarden- is bijzondere steun uit den boze, menen de commissarissen. Wel moeten gelden uit de gebruikelijke Europese fondsen helpen bij eventuele herstructurering en omscholing van werknemers.

Uit studie blijkt dat grote schommelingen niet noodzakelijkerwijs leiden tot een verslechtering van de internationale handel. Frankrijk en Duitsland hadden daarover geklaagd. Terwijl de Duitse export wel heeft geleden, zijn er geen aanwijzingen dat hetzelfde geldt voor de Fransen in de afgelopen vijf jaar, zo toont het onderzoek.

Maar de schommelingen hebben wel andere nadelen. Devaluaties vertragen de economische groei, verhogen de inflatie en de rente. De schommelingen maken dat de economische groei in de Unie dit jaar zo'n 0,25 tot 0,5 procent achterblijft bij de verwachtingen.

Beide commissarissen pleitten voor snelle economische convergentie en invoering van de Europese eenheidsmunt om te zorgen voor stabiliteit in de Unie. De Silguy toonde zich bovendien voorstander van een sterk Europees Monetair Stelsel, dat als vangnet moet gaan dienen voor landen die zich in eerste instantie nog niet kunnen aansluiten bij de Economische en Monetaire Unie (EMU). Daarmee wil hij voorkomen dat er in de Unie een tweedeling ontstaat tussen EMU-landen en niet-EMU-landen.

Vanaf 1992 zijn de munten van vijf landen (Engeland, Italië, Spanje, Portugal en Zweden) tot soms 20 procent gedaald in vergelijking met de harde munten. (ANP, AFP, Reuter)