Rus wil Chinese waar, geen Chinezen

De officiële betrekkingen tussen Rusland en China worden steeds beter, maar voor de betrekkingen tussen Russen en Chinezen werkt dat alleen maar averechts. In het Verre Oosten vrezen drie miljoen Russen te worden overspoeld door honderd miljoen Chinezen.

VLADIVOSTOK, 1 NOV. Weinig plekken maken hedendaagse geschiedenis zo zichtbaar als de Chinese markt in Vladivostok. Drie jaar geleden was dit nog een parkeerplaats in een buitenwijk. Daarna gingen de grenzen open en maakten de auto's plaats voor Chinese handelaren in goedkope kleding en levensmiddelen. En nu worden de Chinezen verdrongen door Russische marktkooplui, eenvoudig omdat de buitenlandse door de politie met harde hand over de grens worden gezet.

Hoewel er dagelijks duizenden Russen afkomen op de Chinese truien met Lacoste-achtige krokodillemerkjes en op de petten met opschriften als 'CNN Sports', zijn de Chinezen zelf hier weinig geliefd. “Ze hebben nooit geleerd netjes te zijn. Als ze eten, smijten ze de resten gewoon op de grond”, zegt Sergej Savradin, organisator van de markt. “Zelfs volgens de Hare Krisjna's zijn ze het allerlaagste ras op aarde.”

Uitspraken als deze zijn in Vladivostok overal en op elk moment op te tekenen. Van de nabijheid van de Aziatische buur was decennia lang niets te merken, omdat de betrekkingen tussen Moskou en Peking koel waren en de grens hermetisch gesloten was. Vladivostok heeft bijna een miljoen inwoners maar niet één Chinees restaurant. Zelden zullen twee zo verschillende volkeren zo dicht bij elkaar hebben gewoond en zo weinig van elkaar hebben geweten.

Dat is allemaal veranderd sinds onder president Boris Jeltsin de grens tussen beide landen is opengegaan, zelfs zo radicaal, dat van Chinese bezoekers aanvankelijk geen visum werd geëist. Terwijl de Moskovieten de afgelopen jaren kennis maakten met McDonalds en Snickers, stortten de Russen zeven tijdzones naar het oosten zich op goedkope confectie uit China.

“Eerst reisden Chinese handelaren voortdurend heen en weer, nu hebben ze hun kanalen en wonen ze hier vast”, vertelt Savradin. Hun vaste verkooppunt werd deze in 1993 geopende markt die officieel 'Batsjoerin en zoon' heet, maar door iedereen in de stad 'de Chinese markt' wordt genoemd. Hoe dat precies in zijn werk is gegaan en hoeveel hij daarmee heeft verdiend, kan oprichter Batsjoerin zelf helaas niet meer vertellen: hij is eerder dit jaar door onbekenden doodgeschoten.

Pagina 5: 'Wat moeten wij met die Chinese gasten?'

China groeide in korte tijd uit tot tweede handelspartner van Rusland, na Duitsland, met een geschat volume van 7,7 miljard dollar in 1993. Daarvan was meer dan de helft Russische export naar China, maar dat weerhield minister van defensie Pavel Gratsjov er niet van te waarschuwen dat “China bezig was Rusland op geweldloze manier te veroveren”. Alleen al in 1993 kwamen er twee miljoen Chinezen naar Rusland. Honderdduizenden zouden er illegaal achterblijven om te werken. Om dit te beperken werd in dat jaar een visumplicht ingevoerd en sindsdien loopt de handel en het aantal Chinese bezoekers terug.

Voor de gouverneur van Primorije, de provincie waarin Vladivostok ligt, is dat allemaal niet genoeg. Gouverneur Jevgeni Naztrajenko wijst er keer op keer op dat er in Primorije (vier keer zo groot als Nederland) slechts drie miljoen mensen wonen, terwijl de drie provincies over de grens worden bevolkt door 'meer dan honderd miljoen Chinezen'. Hij bracht hem ertoe dit jaar de Operatie Buitenlander te beginnen.

De operatie komt erop neer dat mensen met een niet-Russisch uiterlijk op straat worden aangehouden en zodra hun documenten niet in orde worden bevonden, in bussen worden geladen en de grens over worden gezet. Op de Chinese markt deed de politie de afgelopen maanden bijna wekelijks invallen, waarna de produkten van de Chinese verkopers die zich kennelijk niet voldoende konden legitimeren onbeheerd achterbleven. De operatie heeft de gouverneur onder de bevolking grote populariteit opgeleverd.

“Want hoe gaat dat? Als er een groep van 200 toeristen uit China komt gaan er na afloop slechts vijftig terug”, klaagt Vladimir Kirejev, adviseur van de gouverneur voor Kozakkenzaken. “De rest koopt een vals Russisch paspoort, plakt zijn foto erop en klaar.” Dat is op zichzelf niet onbegrijpelijk, erkent de adviseur, want vlak over de grens zijn er volgens hem 27 miljoen werklozen, terwijl wie wel werkt in dat arme deel van China zelfs een naar Russische maatstaven gering loon ontvangt. “Maar wat moeten wij met al die gasten?”

Dat een adviseur voor Kozakkenzaken zich uitlaat over kwesties met China is hier in Primorije al normaal. Op last van de gouverneur helpen de Kozakken, afstammelingen van strijdersgemeenschappen die in de vijftiende eeuw in het zuiden van Rusland zijn ontstaan, namelijk bij de grensbewaking. “Het gaat erom criminele elementen tegen te houden”, zegt Kirejev, zelf een Kozak. De grenstroepen kunnen volgens hem wel versterking gebruiken omdat de onmetelijke bossen waardoor de grens loopt moeilijk te controleren zijn.

Zo loopt er in Rusland weer een groep mannen met wapens rond. En de grens met China is nu juist een gebied waar het in het verleden al eens tot schotenwisselingen is gekomen. In 1969 werd zelfs een nooit verklaard mini-oorlogje uitgevochten over eilandjes in de Oessoeri-rivier. De Russisch-Chinese grens wordt gemarkeerd door een aantal rivieren, maar de bedding van sommige daarvan verlegt zich door natuurlijke oorzaken. Ook ontstaan midden in het water eilandjes. Dat levert steeds weer problemen op. “Als het bijvoorbeeld van onze oever 125 meter tot het nieuwe eilandje is en vanaf de Chinese kant maar vijftig meter, dan zeggen die Chinezen: het is van ons”, legt Kirejev uit. “Over zulke kwesties is bloed gevloeid. Wij geven geen meter Russisch grondgebied op.”

Deze opstelling heeft Primorije inmiddels in conflict gebracht met Moskou. De Russische regering, teleurgesteld in het 'partnerschap' met het Westen, wil de betrekkingen met China verbeteren. Premier Li Peng is in juni in Moskou geweest, president Jeltsin zou volgende maand naar Peking zijn gereisd [als zijn huidige hartklachten hem dat niet hadden belet]. Een Russisch-Chinese commissie moet voor 1997 alle grensgeschillen oplossen en Moskou heeft al ingestemd met de overdracht van vijftien vierkante kilometer grond bij het drielandenpunt met China en Noord-Korea. Dit stukje was in een grensverdrag uit 1860 - waarbij China gedwongen werd 479.000 vierkante kilometer af te staan, inclusief de plek waar nu Vladivostok ligt - aan China toebedeeld, maar is later door de Sovjet-Unie teruggenomen.

Teruggave van dit bewuste stukje land zou China in staat stellen een haven te bouwen aan de Japanse Zee. Dat is een potentiële concurrent van Vladivostok, vindt gouverneur Nazdratjenko, en hij heeft dit voorjaar verklaard dat zolang hij gouverneur is, geen grond wordt afgestaan. “Zonder instemming van de regio mag Moskou dit land niet zomaar verhandelen”, verklaart zijn adviseur Kirejev desgevraagd. “Het vaderland waarvoor wij duizend jaar hebben gevochten kunnen ze niet zomaar weggeven.” De regionale bestuurders hebben het betwiste gebied, dat onbewoond is, inmiddels tot natuurreservaat verklaard en proberen Kozakken er toe aan te zetten zich er te vestigen.

De heftig oplopende emoties aan Russische kant zouden bijna doen vergeten dat zonder de Chinezen er in Primorije misschien nog maar weinig te eten zou zijn. Zo ziet althans Pjotr Gontsjarenko dat, een zakenman die Chinese seizoenarbeiders huurt om de oogst binnen te halen. “Russen hebben geen zin om voor een laag salaris en zonder machines te werken”, zegt hij. “Mijn Chinezen werken van 's morgens vroeg tot 's avonds laat.”

Gontsjarenko is te vinden op een stuk landbouwgrond zo'n honderd kilometer ten noorden van Vladivostok. De akkers onderscheiden zich nauwelijks van de omliggende natuur, zo verwaarloosd zien ze eruit. Maar de rondslingerende meloenen, wortels en kool suggereren dat hier iets wordt verbouwd. “Ach u weet wat er is gebeurd”, verklaart de zakenman. “In 1991 hadden we een reorganisatie in Rusland en toen moest de sovchoz zonodig worden opgesplitst. De grond en werktuigen werden ineens van de arbeiders zelf. Sommigen gingen daar goed mee om, maar de meesten niet.” Chaos was het gevolg.

Gontsjarenko heeft samen met een voormalig lid van het provinciale bestuur een handelsfirma opgericht die nu dit stuk grond van de overheid huurt. Hijzelf is verantwoordelijk voor de landbouwkundige aspecten, zijn partner regelt de 'import' van goedkope Chinese arbeidskrachten. “De winst wordt eerlijk verdeeld: zestig procent voor ons, veertig procent voor de Chinezen”, zegt Gontsjarenko, terwijl hij zijn Chinese voorman, die hij 'Sergej' en 'directeur' noemt, quasi-vriendschappelijk op de schouders slaat. De seizoenarbeiders zijn ondergebracht in barakken op het bouwland. Elektriciteit ontbreekt, water komt uit een grote tank met onderaan een kraantje.

Van de autoriteiten of van discriminatie hebben déze Chinezen geen last, verzekert Gontsjarenko. “Wij hebben uitstekende contacten met de autoriteiten.” En de firma heeft voor de duur van het werk de paspoorten van haar arbeiders ingenomen. De arbeiders hebben ook geen vrije dagen. Dus in de stad, waar zij tegen een controle kunnen oplopen, komen zij niet. Als de oogst binnen is gaan zij weer naar huis. “Voor zolang het duurt”, zegt Gontsjarenko, “valt er door niemand iets te klagen.”