'Realiteit is veel sterker dan clichés'; Bernard de Montferrand, nieuwe Franse ambassadeur

PARIJS, 1 NOV. De betrekkingen tussen Frankrijk en Nederland zijn in nieuw vaarwater terechtgekomen. President Chirac en premier Kok raken eraan gewend elkaar de waarheid te zeggen. In Den Haag heeft vandaag een nieuwe ambassadeur uit Parijs kennisgemaakt met de koningin. Hij hoopt ertoe bij te dragen dat Nederland en Frankrijk politiek even goed gaan samenwerken als zij economisch al jaren doen.

Bernard de Montferrand, (50) fietst sinds een paar weken met zijn kinderen door Den Haag. Hij is aangenaam verbaasd over de vreedzame rust, die hij ook op de grachten van Amsterdam heeft aangetroffen. “U bent kennelijk thuis 's avonds.” Des te voller vond Frankrijks nieuwe man de snelwegen tussen de grote steden: “Het lijkt wel of heel Nederland overdag onderweg is.”

Hij is nog voorzichtig met het geven van eerste indrukken. Montferrand, een innemende carrièrediplomaat, wil van zijn werk geen personality show maken. In zijn vorige baan, als diplomatiek rechterhand van premier Balladur, overzag hij het hele buitenlands beleid van Frankrijk. Zeker in een periode van 'cohabitation' met een president van een tegengestelde politieke kleur kwamen de draden samen bij de minister-president op Hôtel Matignon.

De eerste gesprekken die Montferrand in Den Haag met ambtenaren en autoriteiten heeft gevoerd, troffen hem als “zeer direct, heel aangenaam; men komt meteen ter zake”. Dat schokte hem niet. “Nee, men zegt wat men denkt zonder veel bijgedachten. Dat is heel makkelijk.”

Hij erkent dat de betrekkingen tussen Frankrijk en Nederland de laatste jaren niet op een bijster hoog niveau hebben gestaan. “Ik vind dat er regelmatig bilaterale topontmoetingen tussen de twee landen zouden moeten zijn, zoals wij dat ook met Duitsland, Engeland en Spanje kennen. Natuurlijk zien de regeringsleiders elkaar regelmatig in Europees verband, maar dat is anders. Het is misschien des te nodiger en nuttiger, nu verdere uitbreiding van de Europese Unie voor de deur staat. Als je niets doet is het gevaar van verwatering groot. De lidstaten die aan de wieg van de Europese Unie stonden hebben een bijzondere verantwoordelijkheid om te zorgen voor de samenhang en de dynamiek van de Unie.

“Frankrijk en Nederland hebben vaak verschillende filosofieën over de constructie van Europa op langere termijn, maar beide landen groeien naar elkaar toe: Nederland is het land van het pragmatisme, en het cartesiaanse Frankrijk wordt steeds pragmatischer in zijn contact met de realiteit. Op middellange termijn zijn er veel onderwerpen waarover wij het eens kunnen worden. Ik denk bijvoorbeeld aan de politieke samenwerking in Europa. Nederland wil ook dat aan die derde pijler van het Verdrag van Maastricht nieuwe inhoud wordt gegeven. Daar kunnen we best samen iets regelen.

“Een tweede voorbeeld is de landbouwpolitiek. Nederland en Frankrijk hebben die samen 35 jaar geleden opgezet. Het is nog steeds een voorbeeld van echt gemeenschappelijke politiek. Geconfronteerd met de uitdaging van de uitbreiding moeten onze beide landen naar een hervorming streven die een grote exportcapaciteit waarborgt voor de Europese landbouw. Als wij daar niet samen in slagen, wie dan wel?”

Hoe interessant is Nederland voor Frankrijk? Wordt Nederland niet steeds kleiner in een groeiend Europa?

“Je kunt evengoed zeggen: is er straks nog wel plaats voor de grote landen? Uw land heeft het grootste landbouwoverschot van de wereld. Nederland is volgens weinig criteria een kleine natie. Kijk naar de sterke economische statistieken. Wij beleven een zelfde soort angst, wij kunnen ook snel in een soort minderheidsrol terechtkomen. Niet alleen de omvang van lidstaten doet er toe. Belangrijker is de politieke wil. In de Unie zullen we steeds meer gaan samenwerken met de lidstaten die sneller in een bepaalde richting willen, bijvoorbeeld in de monetaire unie, of op veiligheidsgebied.

“De geschiedenis toont dat de Franse opvatting van Europa, waarin ieders identiteit beschermd blijft, juist was: de rijkdom van Europa is zijn diversiteit. Wij accepteren Maastricht, maar het eigen karakter van iedere natie moet worden erkend. Nederland wil ook zijn identiteit behouden en niet verdrinken in de Europese rivier. De ervaring in Joegoslavië onderstreept dat wij een goede reden hebben om haast te willen maken op defensiegebied. Als er in 1991 iets van een Europese defensie was geweest, hadden we met troepen kunnen ingrijpen en veel ellende kunnen voorkomen. Toen wilde de NAVO het nog niet. Daardoor zijn twee jaar verloren, maar je kan de geschiedenis niet versnellen. Duidelijk is dat de Verenigde Staten geen troepen meer willen sturen naar allerlei vredesoperaties, daarom is een Europese capaciteit nodig.”

Het drugsdebat is niet nieuw, maar sinds het aantreden van president Chirac lijkt het op dit gebied eerder slechter dan beter te gaan tussen Nederland en Frankrijk.

“De inwerkingtreding van het Verdrag van Schengen viel samen met de komst van de nieuwe president. Schengen biedt een vrij verkeer van personen, maar schept ook nieuwe verplichtingen aan de buitengrenzen èn in de strijd tegen de criminaliteit. President Chirac is fel op drugs, maar dat is kanselier Kohl ook. Dat heb ik verschillende keren van dichtbij meegemaakt. Mitterrand en Balladur waren dat ook, al hebben zij dat naar buiten niet zo laten blijken. Als het alleen een Nederlands probleem was, zou je zeggen: dat is een kwestie van Nederlandse souvereiniteit. Maar op dit gebied geldt: als Nederland hoest, is heel Europa ziek. De schadelijke gevolgen van de Nederlandse politiek raken het buitenland. De hele Europese solidariteit komt hiermee in het geding. We moeten erover praten en politiek samenwerken. Europa is het geschikte kader om deze zaken te behandelen.”

Frankrijk maakt de laatste tijd duidelijk dat het de Nederlandse politiek afkeurt. Is het denkbaar dat Frankrijk op zijn beurt overtuigd kan worden van de zin van de Nederlandse benadering?

“Ik maak me geen illusies dat wij Nederland tot een ander standpunt kunnen brengen. En wij respecteren ook de Nederlandse souvereiniteit.”

Is Frankrijk op dit punt te beïnvloeden?

“De Franse politiek is in korte tijd al geëvolueerd. Het gezondheidsaspect krijgt steeds meer aandacht. Het antwoord is dus: ja. Maar op het gebied van het zuivere justitiële beleid voorzie ik geen ontwikkelingen. Het opheffen van de strafbaarheid van bepaalde drugs en een liberaler beleid ten opzichte van allerlei soorten handel - dat zit er niet zo in. Het is waar, zo'n onderwerp zegt veel over een cultuur. Het zit diep, bij u en bij ons. Het heeft in Frankrijk veel te maken met de rol van de staat en opvattingen over de moraal.”

Welke onderwerpen lijken u verder moeilijk uit te leggen in Nederland?

“De verdediging van Europa. Wij willen samen een Europese defensie opbouwen. Het gaat om een groot Europees belang. Daarbij is sprake van complementariteit en niet van rivaliteit ten opzichte van de NAVO. Dit idee wordt soms moeilijk geaccepteerd in Nederland. Toch kunnen we samen wel vooruitgang boeken. Nederland heeft proportioneel de meeste troepen aan ex-Joegoslavië geleverd. Dat toont een sterk verantwoordelijkheidsbesef. Er zijn verschillende filosofieën, maar een wil om samen te werken.

“De ambassade heeft - vòòr de hervatting van de kernproeven - een opinie-onderzoek laten instellen naar het imago van Frankrijk in Nederland. Dat blijkt veel beter te zijn dan wij dachten. De realiteit is veel sterker dan de clichés doen vermoeden. We zijn de clichés over het colbertistische Frankrijk en het alleen maar in handel geïnteresseerde Nederland kennelijk voorbij. Tachtig procent van de Nederlanders vindt Fransen gastvrij en pragmatisch. Dat heeft ons gerustgesteld. De man in de straat denkt heel naturel over Frankrijk. Ik zal een grote bijeenkomst houden met de volledige ambassadestaf om een plan voor twee, drie jaar op te stellen. We gaan er alles aan doen om de betrekkingen, waar mogelijk, verder te verbeteren.”

De ambassadeur is niet zo bezorgd dat boycotacties naar aanleiding van de Franse kernproeven zo'n groot effect zullen hebben als werd gevreesd. “Ik heb de indruk dat een aantal supermarktketens wat vroeg en zwaar heeft gereageerd. De consument is minder gevoelig. De drinker is trouwer dan de handel voorzag.”

Ambassadeur Montferrand, die met wisselend gemak Engels, Spaans en Duits spreekt, heeft als ambassadeur in Singapore gewerkt, als consul-generaal in San Francisco en bij het Franse militaire bestuur in West-Berlijn. In Parijs heeft hij voor zijn vertrek al Nederlandse lessen genomen op het Institut Néerlandais. Hij hoopt de tijd te vinden om er in Den Haag mee door te gaan, niet zozeer om zijn eigen tandenborstel te kunnen kopen, maar om in ieder geval de Nederlandse kranten te kunnen lezen.

Bernard de Montferrand publiceerde twee boeken over zijn vak. La Vertu des Nations (1993) gaat over de betekenis van de natiestaat in een wereld vol nationalisme. In 1987 schreef hij La France et l'étranger, een geschiedenis van de betrekkingen van Frankrijk met het buitenland. Zeker met Nederlanders heeft de auteur al jaren ervaring door hun talrijke en frequente aanwezigheid in zijn geboortestreek: de Périgord, door Nederlanders meestal aangeduid met de departementale naam Dordogne. Een oude toren is het enige bouwwerk dat de eeuwenoude familiebanden van de ambassadeur symboliseert met het dorp Montferrand-du-Périgord. Hij was er al twintig jaar gemeenteraadslid toen hij een gooi deed naar een nationale Kamerzetel als lid van de neo-gaullistische RPR-partij van president Chirac. Hij werd verslagen door “een getuigenis-kandidaat in een sterk socialistisch gebied”. Dat is verleden tijd, in tegenstelling tot zijn streek. Aangenaam mijmerend over de uitstekende keuken van de residentie in Den Haag: “Ik zal proberen de produkten uit mijn regio een goede kans te geven.”