Rapporteur: Dutchbat valt weinig te verwijten

DEN HAAG, 1 NOV. De conclusie van minister Voorhoeve (defensie) dat Dutchbat weinig te verwijten valt over de val van de moslim-enclave Srebrenica wordt onderschreven door de VN-mensenrechtenrapporteur, de Finse oud-minister E. Rehn.

Zij verklaarde gisteravond voor de televisie dat de hoofdschuldigen aan de menselijke tragedie bij de verovering en de deportaties de Bosnische Serviërs zijn. Rehn had in het interview felle kritiek op de leiding van de Verenigde Naties in het voormalige Joegoslavië bij de val van Srebrenica en Zepa. Volgens Rehn was de commandostructuur onduidelijk bij de planning en de bevelvoering van UNPROFOR, de VN-troepenmacht in Bosnië. Zij hekelde ook het uitblijven van luchtsteun.

De lidstaten van de Verenigde Naties hadden niet meer dan 7.000 militairen bijeengebracht voor de bescherming van de 'veilige gebieden', terwijl er 35.000 nodig waren. Dat was volgens Rehn de voornaamste reden dat het concept van de 'veilige gebieden' nauwelijks uitvoerbaar was.

De voorganger van Rehn, de Poolse oud-premier Tadeusz Mazowiecki, die uit protest over de gang van zaken in Bosnië ontslag nam, was in augustus veel minder positief over de Nederlandse houding in Srebrenica. Hij klaagde over het feit dat zijn medewerkers in Zagreb en in Nederland onvoldoende toegang hadden gehad tot de Nederlandse militairen om de schendingen van mensenrechten op te tekenen.

Het ministerie van defensie gaf in Zagreb maar mondjesmaat toestemming aan medewerkers van Mazowiecki om Nederlandse militairen te horen. Eenmaal in Nederland vertrokken de Dutchbatters bijna meteen met vakantie. Eerst noemde minister Voorhoeve die vakantie 'welverdiend', later vroeg ook hij zich af - evenals medewerkers van het Joegaslavië Tribunaal in Den Haag en andere VN-instellingen - of het niet beter was geweest de 460 militairen van Dutchbat meteen te verhoren en niet maanden later. Hierdoor kon de mogelijkheid ontstaan dat belangrijk bewijsmateriaal voor schendingen van mensenrechten en misdaden tegen de mensheid de militairen niet meer zo helder voor de geest stond.