Québec: premier Parizeau treedt dag na referendum af; In Montréal heeft niemand gevoelens van triomf

MONTRÉAL, 1 NOV. Premier Jacques Parizeau van de Canadese provincie Québec heeft gisterenavond zijn ontslag aangekondigd. Hij verklaarde de verantwoordelijkheid te nemen voor het referendum van afgelopen maandag, waarin zijn voorstel voor een soeverein Québec met een meerderheid van 1,2 procent werd afgewezen.

In zijn toespraak na het bekend worden van dit resultaat weet Parizeau zijn nederlaag aan “geld en etnische kiezers”, en constateerde dat hij eigenlijk had gewonnen omdat zestig procent van Québecs francofonen vóór had gestemd. Deze uitspraken werden door zijn partijgenoten gehekeld. Ook Lucien Bouchard, de leider van de seperatistenbeweging in het federale parlement, nam later op de maandagavond afstand van Parizeaus opmerkingen. De premier ontkende dat zijn ontslag iets met de toespraak te maken had. Achteraf vond hij zijn woorden “te hardvochtig” maar ze “onderstreepten in wezen alleen een werkelijkheid die nu eenmaal bestaat”, zei hij.

De Canadese premier Jean Chrétien heeft vandaag in het federale parlement te Ottawa zijn uitspraak van maandagavond herhaald dat hij het resultaat van het referendum als een aansporing tot “verandering” beschouwt. Hij vond het wenselijk om de speciale status van Québec als société distincte grondwettelijk vast te leggen - een clausule waarover Canada het de afgelopen vijftien jaar niet eens kon worden.

Bouchard zei aan dergelijke onderhandelingen over de grondwet nu geen behoefte te hebben: “Onderhandelen doen we alleen als gelijken, dat wil zeggen de dag na een gewonnen referendum. Die dag hoeft niet zo lang op zich te laten wachten.” “Niet zo lang” zal naar verwachting toch enkele jaren zijn - wat ook geldt voor de eventuele grondwetswijzigingen waarover Chrétien spreekt.

In Canada wordt algemeen beseft dat de uitslag van het referendum niets heeft opgelost en het probleem-Québec slechts heeft verhevigd. Enige trots is wel te bespeuren over het feit dat een dergelijke fundamentele discussie op zo volstrekt democratische wijze kon verlopen. “Het nationalisme van Québec en een liberale democratie kunnen blijkbaar goed samengaan”, schreef een ochtendblad gisteren. Veel kranten delen die mening.

Zelfs de voorspelbare relletjes op de referendumavond in Montréal vielen erg mee. Enkele winkelruiten sneuvelden, maar getroffen winkeliers zeiden dat ze het wel krasser hadden meegemaakt, zoals de laatste twee keer dat de plaatstelijk ijshockeyclub de beker had gewonnen.

Tijdens het lunch-uur in overvolle cafetaria in Montréal leken de gesprekken over niets anders te gaan dan het referendum. Nergens was van triomfantelijke gevoelens iets te merken. Een immigrant uit Chili, die sinds twaalf jaar in Québec woont, zei niet onder de indruk te zijn van Parizeaus woorden: “Die wordt nog flink op zijn vingers getikt, let op mijn woorden. Dat soort dingen kun je wel denken, maar zeg je niet. Hier tenminste niet.”

Zijn Roemeense vriend beaamde het. Ze studeren beiden. Aan de universiteit was de stemming vrijwel unaniem voor onafhankelijkheid. Daar hadden ze de haat gevoeld tegen mensen als zij, die - “uiteraard” - tegen waren. “Maar het doet je niet zo veel”, zegt de Roemeen, “je weet dat die haat nooit een zekere grens zal passeren omdat dit toch een heel beschaafd land is. Het is niet zoals in Frankrijk, waar ik vier jaar heb gewoond. Hier komt iederéén in wezen ergens anders vandaan, de zogenaamde echte Québécois ook, dat hoef je ze niet te vertellen.”

Even verderop onderricht een oude man enkele dames van zijn leeftijd over francofonen, etnische minderheden en de eigenheid van volken in het algemeen. België werd toch overheerst door Nederland en wilde toch ook soeverein worden? Nee, het gaat niet zozeer om onderdrukking. Een volk moet zichzelf kunnen zijn, en daar vreedzaam voor kunnen kiezen, zoals de Noren zich negentig jaar geleden los maakten van Zweden.

Hij geeft nog veel meer voorbeelden. De dames houden zich stil. En de immigranten mogen er ook bijhoren, als ze tenminste Québécois willen worden. Nee, erg bedroefd is hij niet over de uitslag, want tenslotte zal er over een paar jaar weer een referendum gehouden worden. En dan lukt het wel. Dan zal het probleem van de immigranten de wereld uit zijn. Er komt, zegt hij, een wet die immigranten pas stemgerechtigd maakt als ze vier à vijf jaar in het land zijn. “Dan weten ze tenminste wat de cultuur van Québec is.”

Er zijn nog geen resultaten bekend van enquêtes naar de karakteristieken van ja- en nee-stemmers. Voorafgaand aan het referendum was al duidelijk dat de meerderheid van de jeugd vóór was, maar het verschil is niet indrukwekkend: 55 tegen 45 procent. De belangrijkste scheiding der geesten is direct duidelijk uit de uitslag per district. Montréal, en de stedelijke gebieden daar omheen die grenzen aan de dichtbevolkte provincie Ontario, waren tegen - inclusief de louter francofone districten die bij het vorige refendum van 1980 nog voor waren geweest. In alle andere districten was het precies omgekeerd: de steun voor 'ja' was daar altijd veel groter dan die in 1980 is geweest.

De verklaring ligt voor de hand. Buiten Montréal spreekt men geen Engels, en men hoort het ook niet spreken. De tweetaligheid in de stedelijke gebieden is de laatste vijftien jaar niet beperkt gebleven tot de anglo- en allofonen, die in hun werk meestal verplicht zijn Frans te gebruiken. Ook de francofonen hebben de kosmopolitische charme van tweetaligheid ontdekt.