Onzekere minister belandt op 'glijplank met groene zeep'

DEN HAAG, 1 NOV. Minutenlang bleef ze als verdoofd in haar stoel zitten. Nadat zij een schorsing had aangevraagd om zich te beraden op haar politieke toekomst, leek alleen VVD-leider Bolkestein interesse te hebben in het lot van de eenzame minister van justitie in 'vak K' in de verder leeggestroomde Tweede Kamer. Hij legde haar vaderlijk uit dat het zo'n vaart niet zou lopen. Dat de coalitie weliswaar geen enkel begrip voor haar handelen kon opbrengen, maar niet haar persoon ter discussie stelde.

De eerste twee uur had het debat voortgekabbeld. De Kamer tegen Sorgdrager. Iedereen speelde zijn rol. De Kamer was massaal tegen de goudgerande afkoopsom voor de Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck. De minister verdedigde met een 'helaas ik kon niet anders-houding'. En toen ging het mis. De voorzichtige vastberadenheid sloeg om in onbeholpenheid. Zoals GroenLinks-fractievoorzitter Rosenmöller later zou vaststellen, kwam de minister terecht op een “glijplank met groene zeep”.

Zij 'nam aan' dat zij haar handtekening had gezet onder een contract dat inhield dat de PG het bedrag van zo'n twee miljoen gulden in een keer kreeg, en zij 'dacht' dat ze verantwoordelijkheid voor het akkoord diende te nemen. Wel kon de regeling misschien nog wat soberder worden als de minister de details ging bespreken. Welk drukmiddel zij daarvoor had? Eventueel kon zij weigeren Van Randwijcks ontslagaanvraag bij de koningin voor te dragen als hij niet akkoord zou gaan met de aanvullende voorwaarden bij de afkoopsom, zoals een aftrek van inkomsten uit een nieuwe betrekking. Hoewel, zo moest ze toegeven, het niet inwilligen van het ontslag was natuurlijk 'zuiver theoretisch'.

Maar, zo vroeg zij zich af, was de heer Van Randwijck niet ook een “persoon van vlees en bloed”? Hij hoorde toch hoe de Kamer over zijn afkoopsom dacht. Kon van hem niet “een zekere mate van redelijkheid” worden verwacht? Rond de interruptiemicrofoon werd het allengs drukker.

De minister gleed steeds verder weg. Er lag nog de motie van de regeringsfracties PvdA, VVD en D66, waarin droog werd uitgesproken dat de regeling met Van Randwijck “niet tot stand had behoren te komen”. Een gegeven in een uiterst gevoelig debat, aldus eerste ondertekenaar en PvdA-fractievoorzitter Wallage, maar niet meer dan dat. Het vertrouwen in de minister van justitie stond daarbij niet ter discussie.

Maar Sorgdrager ervoer dat anders. “Ik vraag tijd om erover na te denken”, zei ze. Zij had te veel “ja, maar” en “mits” gehoord en had behoefte aan zekerheid. “Ik moet er in elk geval op rekenen dat ik verder kan en dat ik niet, zoals dat tegenwoordig heeft, als aangeschoten wild verder door het leven ga.”

Verbazing bij de regeringsfracties. Terwijl haar partijgenoot, D66-fractievoorzitter Wolffensperger afwezig in zijn bankje bleef zitten, snelde Wallage de minister te hulp. “Ik gun de minister natuurlijk elke vorm van nadenken en reflectie, maar de betekenis van de motie is door de indieners glashelder aangegeven. Ik heb de indruk dat u thans zelf afwegingen rond de motie formuleert die de indieners daarbij niet hebben gebruikt.”

Maar het leed was al geschied. De minister had behoefte aan beraad. Voor de bewoners van het Binnenhof het signaal dat alarmfase 1 was ingetreden. Terwijl minister Sorgdrager omringd door tv-ploegen en fotografen versuft in de Kamer zat, verzamelden zich elders in het gebouw de D66-hulptroepen. Minister Wijers beende met een paniekerige tred over de gangen, terwijl de oude leidsman Van Mierlo tandenknarsend het naderend onheil in zijn vroegere kamer, inmiddels het onderkomen van Wolffensperger, gadesloeg.

De politieke mijnopruimingsdienst kon aan de slag. Minister Sorgdrager eiste dat de 'paarse' motie van Wallage c.s. werd ingetrokken. D66 was daartoe bereid, maar PvdA en VVD weigerden. Extra crisisberaad en telefonisch overleg met premier Kok leidde tot een uitweg waarbij Sorgdrager een bevestiging van het vertrouwen zou vragen. En krijgen.

“De motie die nu voorligt geeft een hard oordeel”, zei Sorgdrager met trillende stem. “Op zichzelf kan ik dat best accepteren. Ik begrijp dat ook. De Kamer moet echter ook begrijpen dat er gezien datgene wat wij op dit moment meemaken in de justitie-portefeuille, er zijn ongelooflijk veel problemen die maatschappelijk ontzettend veel onrust met zich brengen, wat mij betreft geen enkele twijfel mag bestaan aan het gezag van deze minister van justitie en aan het vertrouwen van de Kamer in mijn beleid.” De fractievoorzitters van de regeringspartijen gaven haar wat ze wilde, namelijk nog een keer het “volste vertrouwen”.

In de wandelgangen drong zich echter de vraag op in hoeverre minister Sorgdrager in staat zal blijken de komende jaren leiding te geven aan het begeleiden van het herstel van het vertrouwen in het Justitie-apparaat. De afwikkeling van de parlementaire enquête is slechts een van de problemen waarvoor zij staat. Als de voortekenen niet bedriegen, zal procureur-generaal Van Randwijck niet de enige zijn die door de enquêtecommissie als verantwoordelijke wordt aangewezen, zoals een aantal commissieleden vorige week al liet doorschemeren. Volgende week verschijnt Sorgdrager zelf aan de tafel voor de commissie-Van Traa. Verder kan zij nog veel weerstand verwachten bij de grootscheepse reorganisatie van het openbaar ministerie, die nog maar net is begonnen.

De leiders van de regeringsfracties mogen het vertrouwen in de minister van justitie expliciet hebben bevestigd, het imago van een realistisch en pragmatisch doener in de Haagse politiek lijkt te zijn omgeslagen in dat van een onzekere en onhandige politica.