Ontdekking van olie bleek een vloek voor de Ogoni's

NAIROBI, 1 NOV. Voor Owen Saro-Wiwa bestaat er geen enkele twijfel over: zijn broer Ken is slachtoffer van een komplot tegen de Ogoni's gesmeed door de Nigeriaanse militaire regering. “De vier traditionele Ogoni-leiders die Ken zou hebben vermoord, werden gedood door provocateurs werkzaam voor de regering”, zegt hij. “Getuigen hebben onder ede verklaard dat de regering hen heeft omgekocht tijdens de rechtzaak tegen mijn broer. Het was vanaf het begin duidelijk dat Ken de doodstraf zou krijgen.”

Owen is evenals zijn gisteren in Port Harcourt ter dood veroordeelde broer een prominente leider van het Ogoni-volk in Zuidoost-Nigeria. Hij is al maanden op de vlucht voor de politie en dit gesprek had onlangs plaats op een geheime plaats ergens in Lagos. “Vele Ogoni-leiders gingen ondergronds sinds de arrestatie van mijn broer vorig jaar”, vertelt hij, “iedere nacht slaap ik uit voorzorg ergens anders. De politie heeft nu ook een arrestatiebevel voor mijn echtgenote uitgevaardigd.”

Wat een zegen had kunnen zijn, werd een vloek. In 1957 werd in het kleine woongebied van de 500 000 Ogoni's olie ontdekt. Een aanzienlijk deel van Nigeria's olieproduktie komt sindsdien uit Ogoniland. De Ogoni's klagen erover niet rijker maar armer te zijn geworden. In 1990 richtte de toneelschrijver en voormalig overheidsbestuurder, Ken Saro-Wiwa (nu 54), de Beweging voor de Overleving van het Ogonivolk (MOSOP) op. MOSOP beschuldigt het Nederlands/Britse bedrijf Shell van grove nalatigheid bij de bescherming van het milieu door de oliewinning en eist compensatie voor de aangebrachte schade. Shell zou onder één hoedje spelen met de Nigeriaanse veiligheidstroepen, die dorpen in Ogoniland terroriseren.

Ken Saro-Wiwa is een begaafd actievoerder. Hij slaagde erin op dramatische wijze het lot van zijn volk op internationale fora ter discussie te stellen. Vermoedelijk chargeert Saro-Wiwa de activiteiten van 'de moordenaar Shell', maar het falen van Shell om zich meer te bekommeren om het lot van de Ogoni's trof organisaties als Amnesty International en Greenpeace. Shell schuift de verantwoordelijkheid door naar de Nigeriaanse regering. Niet het milieu, maar de politiek vormt het hoofdprobleem in Oganiland, argumenteert het Nederlands/Britse bedrijf, dat zijn activiteiten stopzette toen er in 1993 gevechten uitbraken in Ogoniland. Shell liet vandaag nog weten niet van plan te zijn terug te keren “tot er wederzijds vertrouwen is tussen ons en de lokale gemeenschap”.

Ogoniland heeft een slechte infrastructuur in vergelijking met de rest van Nigeria. Slechts tien procent van de bevolking is er alfabeet, de levensverwachting ligt rond de 51 jaar en er is slechts één dokter voor iedere 70.000 inwoners. Volgens rapporten van milieu-organisaties en journalisten lekken oliepijpleidingen, verontreinigen permanente gasvlammen de lucht en zijn waterbronnen aangetast. Het bestaan van de Ogoni's, die voornamelijk leven van landbouw en visserij, loopt gevaar, aldus MOSOP.

De strijd van MOSOP bleef tot 1993 vrij van geweld. In 1993 en 1994 braken er echter plotseling gevechten uit met naburige volkeren als de Andoni's, waarmee de Ogoni's voorheen in harmonie leefden. Nader onderzoek van mensenrechtenorganisaties hebben uitgewezen dat ten minste een deel van deze 'tribale gevechten' is uitgelokt door Nigeriaanse veiligheidstroepen, geleid door de beruchte luitenant-kolonel Paul Okuntimo. Volgens bronnen binnen Okuntimo's eigen leger brandden zijn soldaten dorpen af en plunderden in een poging MOSOP en de Ogoni's te intimideren. Ten minste 200 mensen verloren daarbij het leven. De Nigeriaanse auteur en Nobelprijswinnaar Wole Soyinka spreekt in dit verband van 'Nigeria's eerste experiment in etnische zuiveringen'.

Het militaire regime van generaal Sani Abacha speelt het hard. Het richtte een speciaal militair tribunaal op voor de berechting van Saro-Wira en zijn makkers en ontnam de aangeklaagden het recht op hoger beroep. De aanklagers beschuldigden Saro-Wira er niet van zelf de moorden op de vier traditionele Ogonileiders te hebben gepleegd, maar dat hij door zijn redevoeringen het klimaat voor de moorden heeft geschapen. Het team van prominente advocaten van de schrijver trok zich terug van de rechtszaak wegens het oneerlijke verloop, een mening die Amnesty International en enkele Westerse regeringen delen. Saro-Wira houdt vol dat enkele van de vermoorde leiders zijn vrienden waren die hij, hoewel zij met hem politiek van mening verschilden, nooit zou kunnen hebben laten doden.

Het lot van de Ogoni's, en als symbool daarvan dat van Ken Saro-Wiwa, draait niet alleen om schending van de mensenrechten. De wil van de Ogoni's om te vechten voor hun rechten en hun regio, kan andere minderheidsgroepen in olierijke gedeelten van Nigeria tot politieke actie aanzetten. “Evenals andere groepen vechten wij tegen binnenlands kolonialisme”, stelt Owen Saro-Wiwa. “We vragen om meer autonomie voor Ogoniland, om een groter deel van onze natuurlijke hulpbronnen en om een schoner milieu. Als wij onze rechten krijgen, zullen ook andere minderheden hun eisen gaan stellen. Dat is de vrees van de regering en Shell en daarom wordt zo hard tegen ons opgetreden.”