Nieuwe aanwijzingen voor een 'homo-gen'

ROTTERDAM, 1 NOV. Amerikaanse onderzoekers van het National Cancer Institute in Bethesda, Maryland, hebben nieuwe aanwijzingen gevonden dat een bepaald gebied op het vrouwelijk geslachtschromosoom, het X-chromosoom, ertoe bijdraagt dat een man zich tot homo ontwikkelt. Eerdere bevindingen van hetzelfde team dat de seksuele geaardheid een biologische achtergrond zou hebben, zorgden in 1993 voor veel commotie.

Bij het nu beschreven vervolgonderzoek, gepubliceerd in Nature Genetics, is niet een specifiek 'homo-gen' gevonden, maar wordt een stuk X-chromosoom aangewezen dat de seksuele geaardheid beïnvloedt. Hoe groot die invloed precies is, valt niet te zeggen. Geneticus Dean Hamer onderstreept dat erfelijke aanleg alleen niet alles verklaart. Andere biologische factoren, zoals hormonen en ook nog onbekende factoren, spelen een rol bij de ontwikkeling van iemands seksuele geaardheid. Wat een mens nu precies tot homo, hetero of biseksueel maakt, aldus de onderzoeksleider, is nog altijd onduidelijk. Ook bij vrouwen is naar zoiets als een homo- of 'lesbo-gen' gezocht, maar dat hebben Hamer en zijn medewerkers niet aangetroffen.

Het geslacht wordt bepaald door de geslachtschromosomen X en Y. Een vrouw heeft de combinatie XX, een man XY. De eicellen van de vrouw dragen altijd een X-chromosoom. De helft van de zaadcellen van de man bevat een X- en de andere helft een Y-chromosoom. De combinatie van zaadcel en eicel levert dus in principe evenveel kans op dochters (XX) als zonen (XY). De kans dat twee broers hetzelfde X-chromosoom bezitten, is 50 procent.

De Amerikaanse genetici onderzochten in 32 verschillende families telkens twee broers, beiden geheel of overwegend homoseksueel. In 22 van de 32 broederparen (66 procent) werd dezelfde versie van het genetisch materiaal aangetroffen waarvan men denkt dat het de seksuele geaardheid beïnvloedt. Twee jaar geleden kwam Hamer nog op 82 procent. Op de genetische kaart is het betrokken stuk X-chromosoom aangeduid met Xq28.

De eerste studie van Hamer, twee jaar geleden gepubliceerd in Science, wordt inmiddels nader bekeken door de Office of Research Integrity van het Amerikaanse ministerie van gezondheidszorg. Dit naar aanleiding van een klacht van een vroegere medewerker van Hamer over de wijze waarop de gegevens zijn geselecteerd. Ook is Hamer aangevallen door de Canadese onderzoeksgroep van George Ebers. Die onderzocht 50 paren homoseksuele broers en vond in de helft van de gevallen de Xq28-'marker', juist de hoeveelheid die op basis van kansrekening mocht worden verwacht.

In een toelichting onderstreept Hamer dat zijn team geen apart 'homo-gen' heeft ontdekt. De angst dat het nog eens tot een bloedtest zal komen om de seksuele voorkeur vast te stellen, of een zwangerschapstest opdat aanstaande moeders een 'homo-foetus' kunnen laten aborteren, zegt de Amerikaan te delen. “Ik vind dat verkeerd, onethisch en een afschuwelijk misbruik van mijn research.”