Neil Young doolt in popsterfantasie

Human Highway. Regie: Bernard Shakey en Dean Stockwell. Met Neil Young, Dean Stockwell, Sally Kirkland, Dennis Hopper en Devo. Uitgebracht door Warner Music Video.

Van alle popsterren die zich ooit aan een speelfilm waagden, maakte Neil Young de allerslechtste. Zijn Human Highway haalde in 1982 alleen de Amerikaanse bioscoop en zou in de vergetelheid zijn geraakt, ware het niet dat er nu opeens een koopvideo van verschijnt. Met muzikale bijdragen van de new-wavegroep Devo en een dun verhaaltje over een nucleaire spookwereld is het een anachronistisch samenraapsel geworden van stijlelementen uit de vroege jaren tachtig, toen MTV en de bijbehorende videocultuur nog in de kinderschoenen stonden.

Onder het pseudoniem Bernard Shakey, dat hij eerder als cameraman van de film-autobiografie Journey Through The Past hanteerde, tekent Young voor hoofdrollen en regie met Dean Stockwell, de acteur die het nooit verfilmde script schreef voor After the Gold Rush waarop Young in 1970 zijn gelijknamige elpee baseerde. Van een script kan bij Human Highway nauwelijks sprake zijn geweest, want pompbediende Lionel (Young) en de bedrijfsleider van het nabijgelegen wegrestaurant (Stockwell) rommelen maar wat aan in een uit bordkarton opgetrokken woestijnlandschap. Aan de horizon spuwt een kerncentrale giftige wolken en de leden van de groep Devo rijden doelloos rond als roodgloeiende stralingsslachtoffers.

Young, met een kinderlijk hoog stemmetje en lachwekkende Buddy Holly-bril, wordt verliefd op een serveerster. Meer heeft het 'verhaal' niet om het lijf en het is dan ook een raadsel wat Dennis Hopper, onopvallend als de kok van het restaurant, in deze amateuristisch gefilmde popsterrenfantasie te zoeken had. Als na een uur blijkt dat het cinematografisch gehalte niet meer te redden valt, wordt een droomscène ingelast waarin Lionel (als de popmuzikant Neil Young) en Devo een potje jammen op het succesnummer Hey hey my my. Op de valreep wordt Human Highway daarmee een halfbakken muziekfilm, die vooral interessant is als document van de misplaatste ambities van een popartiest. 'Deze film is zo slecht,' luidde indertijd de aanprijzing van Youngs eigen agentschap, 'dat het een hit móet worden.'