Levend en/of dood

“In juli, toen de Nederlandse blauwhelmen in Potacari zaten opgesloten, hebben de Verenigde Staten wanhopig aangedrongen op luchtaanvallen. De hele bevelsstructuur aan beide zijden, aan de kant van de Verenigde Naties zowel als bij de NAVO, was verlamd, juist door de Nederlandse aanwezigheid daar. Dat waren verschrikkelijke ogenblikken.” Aldus de Amerikaanse bemiddelaar Richard Holbrooke. Beter bron kunnen we niet verlangen. Allen hebben toegekeken terwijl de Serviërs onder leiding van veldheer Mladic de grootste Europse massamoord met voorbedachten rade sinds het het einde van de Tweede Wereldoorlog voorbereidden en uitvoerden. Minister Voorhoeve (defensie) heeft gelijk met de strekking van zijn verdediging: het zou zeer onrechtvaardig zijn, de Nederlandse soldaten lastig te vallen terwijl degenen onder wier verantwoordelijkheid ze aan hun lot werden overgelaten, buiten schot te bleven.

Evenmin kan de Nederlandse regering worden verweten dat ze de 'internationale gemeenschap' niet ruim van tevoren heeft gewaarschuwd. Ik citeer geen geheim document, maar het Hollands Dagboek van minister Voorhoeve (in deze krant van 10 juni, een maand voor de tragedie): “In december kwamen de Chefs van Staven van alle troepenleverende landen bijeen in Den Haag. Er werd toen een overzicht gemaakt van wat nodig is om de VN-vredesmacht effectiever te maken. Tot onze ergernis is met die conclusies de afgelopen maanden niets gedaan. De leden van de Veiligheidsraad en het Secretariaat-Generaal konden de huidige problemen in Bosnië maandenlang zien aankomen. Er is kostbare tijd verspild door een gebrek aan regie.” En verder: “De twijfel die de leden van de Veiligheidsraad steeds demonstreren door hun onderlinge verdeeldheid en de te beperkte middelen waarmee de militairen op pad worden gestuurd, leiden ertoe dat de VN worden uitgedaagd. En dan vallen er natuurlijk slachtoffers.” Vervolgens vertrekt de minister naar het NAVO-beraad in Parijs waar hij “aandacht vraagt voor de Nederlandse militairen in Srebrenica die nog slechts voor enkele weken voedsel hebben en al 110 dagen geen brandstof meer hebben ontvangen”. Hij noteert: “Ik breng wat scherp naar voren dat er moet worden gekozen: ofwel bevoorrading binnen enkele weken, ofwel evacuatie.”

Uit wat we inmiddels weten mag worden besloten dat de bondgenoten de heer Voorhoeve met zijn aandringen op versterkingen maar een beetje hebben laten praten, en als het waar is wat The Independent meldt (dat generaal Janvier de enclaves Srebrenica en Gorazde al een paar maanden eerder had afgeschreven) volgt daaruit dat de VN en hun opperbevel ter plaatse de bevolking met haar Nederlandse beschermers cynisch hebben opgeofferd. Alle hoop was kennelijk gevestigd op de menseljkheid van veldheer Mladic en zijn moordenaarsbende. Dat was, na vier jaar praktijk in het voormalig Joegoslavië geen wezenlijk nieuws, behalve dan dat Nederlanders er zo direct bij waren betrokken. Rechtvaardig zou het zijn als een Nederlandse Kamercomissie generaal Janvier zou kunnen horen.

In de tragedie die zich eind juli voltrok, valt niets hero¨sch te ontdekken. Een typerende passage uit het zojuis verschenen Rapport: “Naar het zich laat aanzien bestaat de mogelijkheid dat men tijdens de hectische verplaatsing van vluchtelingen tussen Srebernica en Potacari over vluchtelingen (dode en/of levende) is gereden”. En dan begint de Nederlandse nasleep waarvan het tumult de hoofdzaak verdringt. Sommige militairen blijken zó onder de indruk van de Servische overmacht te zijn, dat ze zich aan loftuitingen te buiten gaan. Vanzelfsprekend zijn de families blij als de soldaten heelhuids terug zijn uit die onbeschrijfelijke ellende, maar wie daarvan getuige is geweest wordt daardoor nog niet automatisch tot held.

Een overspannen Ajax-achtige publiciteit doet anders geloven. Nu volgt de debriefing: alle soldaten moeten hun mond houden en wie naar zijn ervaringen wordt gevraagd zegt trouwhartig niets van gruwelen te hebben gezien. De internationale nieuwsvoorziening weet beter, zodat door deze ontspoorde 'debriefing' de soldaten in hun hemd worden gezet. De overspannen publiciteit heeft nu de neiging, zich tegen Dutchbat te keren - op een andere manier even onrechtvaardig. Ten slotte deelt de minister mee dat de militairen “beter moeten worden toegerust voor de omgang met de moderne media”. De waarheid over de slotfase is samengevat door een moslim uit Srebrenica, geïnterviewd voor de Nederlandse televisie. “Ach”, zei hij niet onvriendelijk. “De Nederlandse soldaten waren eigenlijk recruten. Ze hadden nog nooit op een mens geschoten.”

Daarmee is meteen het Joegoslavische vraagstuk op een wezenlijke manier belicht. Van vrijwel het begin af is duidelijk geweest dat het van buiten af niet viel op te lossen zonder gebruik van geweld. Terwijl onder leiding van manifeste psychopaten een land in een puinhoop met massagraven werd veranderd, heeft de politieke elite van West-Europa zich bepaald tot humanitaire hulp en afstandelijke diplomatie, daartoe trouwens aangemoedigd door een belangrijk deel van de publieke opinie. Die quarantaine-politiek werd onhoudbaar en onduldbaar, ook omdat de politieke en militaire instituten van het Westen eraan ten onder gingen. In tegenstelling tot wat de profeten van de non-interventie voortdurend hadden verzekerd, is eind augustus door een reeks consequent uitgevoerde luchtaanvallen een einde aan de strijd gekomen. Daarvoor waren de Amerikanen nodig. De voldoening over een en ander wordt aanmerkelijk getemperd door het feit dat het Westen daarbij misschien wel doorslaggevend is geholpen door de Kroatische troepen van president Tudjman, ook al geen aanwinst voor democratie en verdraagzaamheid.

In vier jaar zijn behalve een paar honderdduizend mensen en een stuk of wat steden ook enkele mythen verloren gegaan: die van de westelijke vastberadenheid, de Servische onoverwinnelijkheid, de Nederlandse dapperheid. De ontnuchtering is geen verbetering. Misschien zullen de Amerikanen de helft bijdragen tot de NAVO-strijdkrachten die straks de vrede moeten bewaren; misschien komt daar niets van, omdat de verkiezingscampagne voor het Amerikaanse presidentschap andere eisen stelt. Dan staan de Europeanen er opnieuw alleen voor, even miserabel als vier jaar geleden.