'In Oekraïne moet het bedrijfsleven er nu bij zijn'

Oekraïne is rijp voor buitenlandse investeringen nu economische hervormingen eindelijk worden doorgevoerd. Honderden kleine ondernemers uit Nederland zwerven als pioniers door het uitgestrekte land. Agrariërs zetten landbouwprojecten op in de 'graanschuur' van Europa, waar fabrieken hun arbeiders in aardappels betalen. Een producent van gasafsluiters hoopt op een beveiliging van het gasleidingnet dat ook politiek explosief is. “Het is zaak er nu bij te zijn, want over een half jaar kan het al te laat zijn.”

De herfst in Kiev moet je gezien hebben om te weten hoe prachtig die is, schreef Paustovski aan het begin van deze eeuw. Het oude stadscentrum is in de Tweede Wereldoorlog verwoest en langs de ooit zo vermaarde Kresjtsjatik-boulevard liggen sombere gebouwen van communistische signatuur. De bomen zijn echter gebleven en daarmee de herfst van Paustovski: “Het was een zonnige warme dag met een strakblauwe lucht, maar in de schaduw werd het al fris; een echte Kievse herfstdag.”

Hoog in het ministerie van financiën van Oekraïne bieden de dichtgeplakte en vervuilde ramen een uitzicht op de 'gouden herfst', de even vervallen als elegante negentiende-eeuwse panden, de gouden koepels van de kerken en de roodgele bomen op de heuvels. “Voor het Nederlandse bedrijfsleven is het een prachtige tijd om hier te komen. Niet alleen omdat het weer zo mooi is, maar ook omdat de voorwaarden voor buitenlandse investeringen in Oekraïne onlangs drastisch zijn verbeterd”, zegt A. Duivestijn, plaatsvervangend directeur buitenlandse betrekkingen van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken. Aan de lange tafel knikken de vertegenwoordigers van de Oekraïnse regering beleefd, en staren de vertegenwoordigers van Unilever, Philips, Stork, Nutricia en andere Nederlandse zakenlieden zwijgend uit het raam.

Het bezoek dat de Nederlandse minister Zalm (financiën) vorige week met een handelsdelegatie heeft gebracht aan onder meer Oekraïne, had plaats onder een gelukkig gesternte. In het voetspoor van Zalm reisden zakenlieden mee, die hun geluk willen beproeven in de voormalige republiek van de Sovjet-Unie voor zover zij daarmee al niet waren begonnen. Juist enkele weken ervoor nam het parlement in Kiev na maanden van touwtrekken een begroting aan, die volgens premier Martsjoek een goede basis vormt voor de hervorming van de planeconomie tot een vrije markt. “Oekraïne heeft volgens de Europese Unie (EU) nu binnen het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) de beste wetgeving voor investeerders”, zegt vice-minister Podolev (economische betrekkingen).

Na Rusland, waarheen buitenlandse ondernemers de weg inmiddels hebben gevonden, is nu Oekraïne rijp voor investeringen. De Nederlandse ambassadeur R. Serry licht toe: “De situatie is slechter dan drie jaar geleden werd gehoopt; er is weinig terechtgekomen van de hervormingen. Het gaat echter beter dan een jaar geleden en het is nu een goed moment om er bij te zijn. Duitsland en de Verenigde Staten doen al veel hier.” De consultant F. Zuure van Larive waarschuwt Nederlandse ondernemers niet te lang te wachten: “Over een half jaar kan het te laat zijn. Sommige van mijn klanten willen nu iets in Moskou beginnen, maar ontdekken dat hun markt al vol zit met aanbieders; dat kan hier ook gebeuren.”

Ondernemingen die hun vleugels willen uitslaan in de voormalige Comecon-landen, kunnen niet om Oekraïne heen. Het land met een oppervlak van vijftien maal Nederland heeft na Rusland de grootste markt met 50 miljoen inwoners. De grond is bijzonder vruchtbaar.“Je stopt er iets in en er schiet meteen wat omhoog”, zegt Serry. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Nederlandse agri-bedrijven in Oekraïne een kans wagen. Landbouwraad G. Versluis van de ambassade telt er 200, maar noemt dat een conservatieve schatting. De landbouwbedrijven vormen ruim de helft van de Nederlandse ondernemingen in Oekraïne. “Soms heb ik op een dag twee of drie ondernemers uit de agri-business over de vloer”, zegt Versluis.

Een van de Nederlandse landbouwondernemingen is Agrico, dat wereldwijd pootaardappelen verkoopt. Het afzetgebied is het oostelijke deel van Oekraïne, waar de zware industrie en de mijnen beschikken over internationale valuta door de verkoop van grondstoffen en halffabrikaten aan het buitenland. In het uitgestrekte landschap vormen de industriële conglomeraten steden op zichzelf, die de taak hebben de arbeiders dan wel inwoners te voeden. “Met een lege maag kan niemand werken en dus betalen de fabrieken hun mensen voor een deel uit in voedsel. Onze aardappelen zijn wel in zakken van 25 kilo verstrekt als kerstpakket”, vertelt Agrico-directeur F. Holstein.

De fabrieken sponsoren een plaatselijke kolchoz of sovchoz, zoals de collectieve boerderijen in de Sovjet-tijd zijn gedoopt. Op die boerderijen zet Agrico projecten op voor de aardappelteelt (“Alles cash betaald, hoor”), en levert daarvoor niet alleen de pootaardappelen maar ook de landbouwmachines. “De opbrengst per vierkante meter wordt meteen drie keer zo hoog met de Nederlandse techniek”, zegt Holstein. Door de grote vraag naar aardappelen liggen de prijzen hoog, licht Holstein toe: “Binnen een paar maanden is de oogst binnen en kunnen de produkten goed worden verkocht. De opbrengst kan onmiddellijk worden geherinvesteerd en zo gaat het vliegwiel draaien.”

Ondernemers als Holstein zien zichzelf graag als 'pioniers', die de grote Nederlandse multinationals de loef afsteken. “Hier liggen voor de kleinere bedrijven de kansen om geld te verdienen”, vindt Holstein. “Je kunt met een betrekkelijk geringe investering - een miljoen gulden is hier vreselijk veel geld - een behoorlijke omzet genereren.” Vooral de gespecialiseerde ondernemingen met tamelijk unieke produkten kunnen hun talenten verzilveren.

Zo'n bedrijf is het Nederlandse Mokveld Valves, nauwelijks bekend in eigen land maar een wereldleider in 'gasafsluiters'. Om het vloeibare gas met een redelijke snelheid door de pijpleidingen te pompen zitten in elk gasnet compressors, die zijn voorzien van een soort veiligheidskleppen in de vorm van gasafsluiters. Mosveld heeft met zijn afsluiters al goede zaken gedaan in Rusland en hoopt nu op Oekraïne, waar het reusachtige gasleidingnet van 40.000 kilometer zeer broos is. Directeur A. Briggeman illustreert de mogelijkheden met het getal van 750 compressors tegen 600 stuks in heel West-Europa: “Een derde van het gas in Duitsland komt uit Rusland via Oekraïne. Als het gasnet hier bezwijkt, raken de Duitsers in een klap een grote energiebron kwijt en lopen de Russen veel inkomsten in marken mis. Ik zie dat als een heel groot politiek risico.”

De partner in de Nederlands-Oekraïnse joint venture Mokveld Marketing is de Rus J. Roechlov, die ooit in het Russische Komi aan het hoofd stond van een gascompressor-fabriek met 25.000 werknemers. De Rus heeft in Nederland enkele installaties gekocht van 60.000 gulden per stuk, waarmee boeren thuis kaas kunnen maken. “Aan de Russisch-Oekraïnse grens voerden de boeren hun melk aan de varkens, omdat transport naar de stad te duur is. Ik koop die melk op en verwerk 1.000 liter per dag tot kaas. Nu verkoop ik in Kiev echte Goudse kaas en ik kan het niet aanslepen”, vertelt Roechlov.

Bij de bruisende activiteiten van de kleinere bedrijven verbleken die van de grote ondernemingen, waaraan Nederland zo rijk is. Het gespecialiseerde voedingsmiddelenconcern Nutricia dat net een fabriek in Rusland heeft gekocht, kijkt alleen nog maar rond in Oekraïne. Het elektronicaconcern Philips is langere tijd in bespreking over de aankoop van een lampenfabriek, maar dat schiet nog niet erg op. Voor grotere ondernemingen geldt dat investeringen per definitie miljoenenkwesties moeten zijn om enigszins zoden aan de dijk te zetten, maar de risico's zijn navenant.

Een onderneming als Unilever (zeep, voeding, cosmetica) heeft daarbij als probleem dat er geen grote distributeurs bestaan zoals de supermarkten in West-Europa, en zelfs geen middelgrote. De pakken waspoeder, de cosmetica en de voedselprodukten zijn in Kiev wel terug te vinden in stalletjes op straat en enkele winkels, maar het landelijke verspreidingsnet vertoont veel witte plekken.

Onder de multinationals is Stork een witte raaf, maar volgens directeur K. Blextoon komt dat doordat de onderneming feitelijk bestaat uit een veelheid van kleine bedrijven. Stork heeft onder eigen naam al het een en ander verkocht in Oekraïne, onder meer een complete kippenslachterij voor een industrieel conglomeraat. Indrukwekkender zijn de activiteiten van het handelshuis Peja, een dochter van Stork, die de laatste veertig jaar voor zo'n een miljard gulden verkocht in wat vroeger de Comecon-landen heette. Vorige week verkocht Peja een Daf Truck aan de brouwerij Obolon, die de vrachtwagen nodig heeft voor de export van bier. Omdat het ging om de honderdste vrachtwagen die Daf in Oekraïne heeft afgezet, werd de transactie enige luister bijgezet door minister Zalm.

Van de grote Nederlandse ondernemingen zijn de banken het dichtst bij een doorbraak in Oekraïne, waar de noodzakelijke financiële infrastructuur nagenoeg ontbreekt. Kredietverlening aan bedrijven en particulieren, betalingsverkeer, bankgaranties en exportfinanciering zijn nagenoeg onbekende begrippen. ABN Amro heeft via dochteronderneming MeesPierson een joint venture met een Oekraïnse bank en opent zelf binnenkort een agentschap (een rep office) in Kiev. ING zit hier al langer met een rep office en heeft onlangs een lening verstrekt van 7,5 miljoen dollar aan de scheepswerf Zeliv, waarin de Amerikaanse limonadefabriek PepsiCo een belang heeft. “PepsiCo bottelt hier cola, maar kan de winst niet onbeperkt het land uitkrijgen. Daarom wordt de winst belegd in de bouw van schepen, waarvan de opbrengst na verkoop in het buitenland wel het land uit kan”, verklaart J. Kemp, voorzitter van ING Bank International.

ABN Amro en ING voerden vorige week overleg over de opening van een volwaardig kantoor. De Franse bank Crédit Lyonnais heeft als enige Westerse bank al zo'n kantoor, maar is alleen actief in de financiering van import en export. Concern-directeur W. Baars van ABN Amro: “Ons is verteld dat wij ook een kantoor mochten openen onder de volgende voorwaarden. We moeten 10 miljoen ecu storten (ruim 20 miljoen gulden) als kapitaal, krijgen een belastingvrijstelling voor vijf jaar, maar mogen niet lokaal actief zijn, omdat we met de tax holiday de Oekraïnse banken oneerlijk zouden beconcurreren. We hebben toen meteen gevraagd: Als we de tax holiday vergeten, kunnen we dan wel lokaal werken? Daar was over te praten.”

Het accountantskantoor Deloitte & Touche bouwt in Oekraïne al langer aan de noodzakelijke infrastructuur in de dienstverlening. “We zijn heel veel bezig met de aanpassing van de boekhoudmethoden. Het systeem van 'dubbele boekhouding' is hier onbekend, alles gaat hier volgens het kasboeksysteem,” vertelt D. Swagerman van Deloitte & Touche. Het door de Venetianen ontwikkelde 'dubbel boekhouden' is sinds de veertiende eeuw een van de pijlers van de economie. Swagerman: “Het komt erop neer dat wij in bedrijven boekhoudlessen geven, zoals op de middelbare school.”

Het ontbreken van giraal verkeer en inzichtelijke boekhoudmethoden zijn slechts enkele van de vele obstakels voor buitenlandse ondernemingen in Oekraïne. De wetten die onlangs zijn aangenomen vormen een verbetering van het investeringsklimaat: de beperkingen op deelnemingen in Oekraïnse bedrijven en op de winsttransfer naar het buitenland worden verlicht, buitenlanders krijgen een garantie dat zij niet worden gediscrimineerd. Bovendien hebben Nederland en Oekraïne vorige week een belastingverdrag getekend, dat voorkomt dat ondernemingen dubbel belasting moeten betalen. Maar daarmee zijn zeker niet alle belemmeringen uit de weg geruimd.

Ondernemingen die een bedrijf in Oekraïne willen kopen, krijgen te maken met de anti-monopolie commissie, die in de praktijk ook protectionistisch opereert. Zo ervoer Philips dat de commissie langdurige procedures kent. Daarnaast is er grote politieke onzekerheid doordat het door communisten gedomineerde parlement op de rem trapt bij de noodzakelijke economische hervormingen. De Nederlandse Credietverzekerings Maatschappij (NCM) en de Nederlandse overheid, waar de NCM politieke risico's herverzekert, zijn terughoudend met het afgeven van exportgaranties.

Voor het Nederlands bedrijfsleven is het daardoor moeilijk de financiering voor projecten in Oekraïne rond te krijgen. “Wij doen daarom veel zaken met de Duitse exportverzekeraar Hermes”, vertelt Agrico-directeur Holstein. “Wij hebben ook contact met betrouwbare Russische banken, die 80 procent van de financiering willen doen. Nederlandse banken zouden dan op termijn wel de overige 20 procent willen afdekken. Zo blijven we zoeken naar mogelijkheden.”