Het leukste van het leuke

Valt er nog wel eens iets te lachen op de televisie?

Nauwelijks, tenzij je mensen als Patty Brard, Rolf Wouters en Tineke de Nooij als camp wilt opvatten, kitsch-figuren die tegen wil en dank grappig worden in hun onbenulligheid. Dan valt er zelfs héél veel te lachen op de televisie. Maar ik houd helaas meer van gewoon leuk, van mensen dus die er hun beroep van hebben gemaakt anderen te amuseren.

Als je dat als uitgangspunt neemt, besef je pas hoe humorloos die oceanen van zendtijd op de zeven Nederlandse zenders gevuld worden. De commerciëlen komen niet verder dan de geplastificeerde humor van Amerikaanse comedy's. En bij de publieke omroepen wordt liever geweend dan gelachen. Wie behoefte heeft aan een pittige depressie, zo'n ouderwetse, bodemloze inzinking waar een mens zo lekker van kan opknappen, die mag zich de Nederlandse talkshows van dit moment niet laten ontgaan.

Na elke aflevering van Rondom Tien en De ronde van Witteman rest je als kijker tegenwoordig eigenlijk nog maar één vraag: zal ik er nu meteen een einde aan maken, of toch nog maar even wachten tot morgenvroeg? Radeloze incestslachtoffers, zelfmoordenaars in spé, ouders-die-hun-dood-zieke-kindje-uithongeren - ze wisselen elkaar in razend tempo af.

Tussen beide talkshows lijkt zich een spannende concurrentiestrijd te ontwikkelen. Doen jullie de incestslachtoffers? Dan komen wij met de incestdaders. Ter verhoging van de feestvreugde had Violet Falkenburg gisteravond haar Rondom Tien gewijd aan het thema: Wie helpt mij zelfmoord plegen? Ik vrees dat na zo'n programma zoveel mensen eerst hun eigen zelfmoord willen plegen dat er bijna niemand meer overblijft om anderen bij de hunne te assisteren.

Er zat een mevrouw in deze Rondom Tien die we twee weken eerder bij Witteman ook al om zelfmoord hoorden roepen. Ze zou en ze moest zelfmoord plegen, geen betweterige hulpverlener kon haar daar nog van afhouden. Ze begon nu iets tirannieks te krijgen, maar gelukkig leefde ze nog: misschien hebben talkshows een goede therapeutische uitwerking op hun gasten.

Voor mij persoonlijk is de heilzame uitwerking van Debiteuren/ crediteuren groter. Dat is - schrik niet - een comedyserie op dinsdagavond bij de NPS-VPRO-VARA. Ze is nog te weinig bekend - er kijken nog geen 400.000 mensen - maar het is wat mij betreft het leukste wat de Nederlandse tv op dit moment te bieden heeft. Arjan Ederveen is voortreffelijk op dreef in zijn pseudorealistische docudrama's 30 minuten, Van Kooten en De Bie naderen, na twee mindere seizoenen, in Deksel van de Desk weer hun oude niveau, maar als ik voor vanavond een keuze uit deze drie VPRO-programma's zou mogen maken, zou ik niet lang aarzelen: Debiteuren/crediteuren, en liefst twee afleveringen achter elkaar.

Misschien moet ik me er een beetje voor schamen. Er is immers niets nieuws onder de zon. Freek de Jonge heeft een poosje geleden gezegd dat hij die Jiskefet-humor maar knap afgezaagd vindt. En Debiteuren/crediteuren is een verzelfstandigd onderdeel van Jiskefet, een VPRO-programma van de afgelopen jaren. Herman Koch, Kees Prins, Michiel Romeyn en Annet Malherbe werken in hun kantoortuintje inderdaad volgens de eeuwenoude principes van de lach-of-ik-schiet-sketch, maar ik kan het niet helpen: ik moet er elke keer weer onbedaarlijk om lachen.

Je weet wat er gaat komen: het begroetingsritueel tussen de Brabantse kantoorbedienden Koch (meneer Jos) en Prins (meneer Edgar), de inspectie van de boterhammetjes, de glorieuze entree van Malherbe als juffrouw Jannie (die onder haar puriteinsheid een aangename bronst begint te ontwikkelen) en ten slotte de daverende binnenkomst van Romeyn als meneer Storm (''Toen ik nog commando was'') die de calamiteiten spoedig naar een vernietigende climax zal voeren.

Wat is er leuk aan? Dat is niet uit te leggen, en zeker niet aan mensen die het niet leuk vinden. Ik kan wel zeggen: de grappen zijn goed en de types zijn meesterlijk, maar dat zijn dooddoeners voor de mensen die er niets aan vinden. Wie het als gemakkelijke, voorspelbare humor wil afdoen, heeft op het eerste gezicht gelijk. Maar geldt niet hetzelfde voor Laurel en Hardy?

Ik heb in korte tijd twee keer naar de laatste aflevering van Debiteuren/crediteuren zitten kijken, en de tweede keer moest ik er nog meer lachen dan de eerste keer. De teksten doen er kennelijk niet zoveel toe. Het gaat om de gezichten, de gebaren, de houdingen. Er is tussen die vier VPRO-komieken een ideaal soort wisselwerking ('chemie' heet dat tegenwoordig) ontstaan waardoor elke grap feilloos op haar plaats valt. Ook dàt hebben ze gemeen met Laurel en Hardy.

Het is, alles bij elkaar, een opvallende ontwikkeling in het werk van Koch cum suis. Jiskefet als geheel was intellectueler en absurdistischer dan de Debiteuren-sketches. Misschien vergis ik me, maar ik heb de indruk dat ze zich tegenwoordig meer op hun gemak voelen, alsof ze eindelijk de vorm hebben gevonden die hun het beste past.