'Geen gouden handdruk voor Van Krantwijk'

Citaten uit het debat naar aanleiding van de afvloeiingsregeling voor procureur-generaal Van Randwijck te Amsterdam:

P. Rosenmöller (GroenLinks): “Waarom krijgen mensen hoog in de boom wel zo'n riante afvloeiingsregeling terwijl dat voor een gewone werknemer in het land absoluut niet is weggelegd?”

B. Dittrich (D66): “Door alle publiciteit is pijnlijk duidelijk geworden dat de procureur-generaal zijn eigen belang uitstekend heeft gediend, terwijl hij er eigenlijk toch ook voor was om het algemeen belang goed te dienen.”

J. Marijnissen (Socialistische Partij): “Mijnheer Van Krantwijk werkte tientallen jaren bij DAF in Eindhoven. Hij moest hard werken en verdiende niet veel, maar was toch tevreden met zijn baan. Op een dag kreeg hij te horen dat hij kon vertrekken in verband met een reorganisatie. Zonder enige vorm van financiële genoegdoening werd hij op straat gezet. Geen gouden handdruk, helemaal geen handdruk zelfs. Een vuistslag, dat was wat hij kreeg. Meneer van Krantwijk doet nu elke morgen om half zes een krantewijkje om zo nog iets leuks te kunnen doen op zijn oude dag.”

W. Sorgdrager, minister van justitie: “Ik kan mij heel goed voorstellen dat mensen die zelf in zeer moeilijke omstandigehden verkeren en een proces hebben doorgemaakt zoals de heer Marijnissen schetste, zullen zeggen: hoe kan dat nou? Het is echter zo dat in de Ambtenarenwet een aantal dingen geregeld is. Voor hogere ambtenaren kan een en ander tot regelingen leiden die sowieso beter zijn dan voor mensen die in andere omstandigheden verkeren.”

L. van Dijke (RPF): “Het rechtsgevoel van de mensen in het land krijgt een flinke knauw en wordt hevig gefrustreerd.” E. Heerma (CDA): “Moet dit bedrag niet worden beschouwd als smartegeld waarover geen inkomstenbelasting hoeft te worden betaald? Leuk voor meneer van Randwijck, maar kan de minister dat eens uitleggen?”

J. Nijpels (Groep Nijpels): “Heeft de minister wel geluisterd naar de troonrede toen het ging over de stille armoede?”

W. Sorgdrager: “Ik denk dat ik maar één keer zo'n fout maak.”

J. Wallage (PvdA): “In mijn ogen heeft de minister beleidsmatig een aantal stevige steken laten vallen.”

P. Rösenmoller: “Een voor een deel intern tegenstrijdige, voor een deel knullige en voor een deel klungelige manier van antwoorden, gecombineerd met een overdosis aan politieke naïviteit.”

G. Schutte (GPV): “Zou u zich kunnen voorstellen (...) dat de minister in de samenleving zal worden betiteld als aangeschoten wild?”

W. Sorgdrager: “Ik heb gehoord: expliciet vertrouwen voor de toekomst. Daar ben ik blij mee. (...) Ik moet er in elk geval op kunnen rekenen dat ik verder kan en dat ik niet, zoals dat tegenwoordig heet, als aangeschoten wild verder door het leven ga.”